Duistere krachten loeren op Yudhoyono

Zonder geweld aan de macht gekomen, heeft Indonesië's nieuwe president Yudhoyono genoeg gezag om de invloed van het leger en de corruptie te bestrijden. Maar hij moet haast maken, want er liggen 'duistere krachten' op zijn pad.

Susilo Bambang Yudhoyono (SBY) heeft in het parlement slechts tien procent van de zetels. Daarom is het mandaat van ruim 45 procent (70 miljoen) van alle stemgerechtigden onmisbaar voor het beleid van Indonesiës nieuwe president.

Naast oplossingen voor het geweld in Atjeh en Papoea, moet hij snel zichtbare resultaten op economisch gebied boeken wil hij zijn gezag behouden in het parlement waarin de oppositie een grote meerderheid heeft. Tegelijkertijd zijn impopulaire maatregelen onvermijdelijk, zoals aanpak van de energiesubsidies, die hem de steun van de bevolking kan kosten.

In tal van artikelen heeft SBY een duidelijke visie op de lange termijn getoond, uitmondend in een democratisch Indonesië. Als pragmaticus weet hij echter dat op korte termijn alleen kleine stappen mogelijk zijn.

Allereerst zal hij een zakenkabinet formeren met partijloze deskundigen. Maar beschikken die ook over voldoende politieke behendigheid? En met hoeveel smeergeld moet het aannemen van hun plannen door het parlement gepaard gaan? SBY, tot op heden zelf onkreukbaar, streeft een schone regering na maar money politics zit zo verankerd in het Indonesische politieke bestel dat vele parlementariërs pas na ontvangst van een goed gevulde enveloppe met nieuwe plan-nen akkoord zullen gaan. Bij de uitvoering is de medewerking van het ambtelijk apparaat onmisbaar, maar ook dat is gewend pas na ontvangst van smeergeld in actie te komen.

De benoeming van een nieuwe procureurgeneraal met een rechte rug is een eerste vereiste maar dan nog zal deze moeten werken met een OM en een rechterlijke macht die nog door en door corrupt zijn.

Behalve met de parlementaire oppositie zal SBY rekening moeten houden met de invloed van de 'donkere krachten' uit Soeharto's Nieuwe Orde die het president Wahid ook onmogelijk maakten zijn plannen ten uitvoer te brengen, maar die onder president Megawati vrijwel ongehinderd hun gang konden gaan.

Gepokt en gemazeld binnen de strijdkrachten tijdens Soeharto's bewind weet SBY als geen ander hoe die krachten opereren. Hij zal behoedzaam te werk gegaan. Dat wordt als besluiteloos en soms regelrecht als lafheid geduid. Evenals Soeharto zal SBY pas een stap zetten als hij zeker is van zijn zaak.

Hij kan nu het Hoofd van de Inlichtingendienst (BIN) benoemen, al moet hij ook daarvoor het parlement raadplegen. Dit geldt ook voor de aanstelling van een nieuwe opperbevelhebber. SBY wil die post laten rouleren tussen de legeronderdelen hetgeen betekent dat de huidige landmachtgeneraal zal worden vervangen. Zijn voorganger Wahid liep hiermee vast.

Als oud-generaal kan SBY echter wel rekenen op vertrouwen binnen de strijdkrachten omdat hij in laatste instantie dezelfde waarden deelt, zoals een onvoorwaardelijk geloof in het behoud van de éénheidstaat, desnoods met geweld. Maar als hij de 'donkere krachten' binnen wil aanpakken, zal ook hij op verzet stuiten. In 1998 heeft hij een blauwdruk ontworpen voor een professioneel leger onder civiele politieke controle zij het op een termijn van tien tot vijftien jaar.

Eerst zal hij dan moeten afrekenen met de legale en illegale financiering van de strijdkrachten op basis van eigen economische activiteiten (nu zo'n 75 procent van de begroting voor het leger). Vervolgens met de zogenaamde territoriale taken van de landmacht. Het eerste vereiste is een jaarlijkse, substantiële verhoging van de staatsbegroting voor de strijdkrachten hetgeen hem, juist als oud-generaal, bij civiele politici op veel kritiek zal komen te staan. Het tweede punt houdt politiek-ideologisch verband met het principe, nu verankerd in de grondwet, dat de strijdkrachten in samenwerking met de bevolking de nationale eenheid en de staatsideologie moeten beschermen.

In de praktijk vormen deze territoriale taken echter een alibi voor economische activiteiten in de regio's die de militaire top privé verrijkt.

Expliciet stelt hij dat zonder een economische groei van vijf procent per jaar geen rechtsstaat kan worden bereikt met een gezond politiek systeem, waarbij een grote rol is weggelegd voor een sterke civil society en een vrije kritische pers.

De strijd tegen het terrorisme staat centraal maar hij heeft die uitdrukkelijk ontkoppeld van een islamitischimago en juist direct verbonden aan de strijd tegen armoede en de frustraties van velen die geen uitzicht op verbetering denken te hebben. Daarom wil hij in eerste instantie de massa's op het platteland nieuw perspectief bieden. Dit houdt een nationalistisch beleid in, dat zijn vice-president, Joesoef Kala, expliciet voorstaat. SBY bepleit daarnaast het belang van internationale betrekkingen voor de Indonesische economie. Zo ziet hij goede relaties met de EU als een gezond tegenwicht voor de dominantie van bepaalde Aziatische landen en de USA.

Dit beleid stuit op weerstand van die economische krachten die zich onder Soeharto, en recent onder Megawati, sterk konden maken met steun van de 'donkere krachten' uit het verleden. Op eigen kracht werd SBY president, nu zal hij echter compromissen moeten sluiten met krachten die een andere toekomstvisie hebben dan hij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden