Duindorp

Duindorp: een niet te blussen nieuwjaarsbrand

Politie is deze dagen nadrukkelijk aanwezig in Duindorp.Beeld ANP

De onvrede die sommige Duindorpers aangrijpen om te rellen is niet nieuw. Hagenaars in volkswijken schoppen met oudjaar al zeventig jaar tegen de gevestigde orde. En al zeventig jaar reageert die gevestigde orde dan weer begripvol, dan weer bikkelhard.

Brandende containers. Vliegende stenen. Groepjes onruststokers in capuchons die onder een gordijn van rook langs portiekflats en rijtjeshuizen trekken, op de voet gevolgd door linies ME’ers. Brandweer die zonder politiebescherming de brandjes in afvalcontainers niet kan blussen. Bewoners die angstvallig binnenblijven, verscholen achter overvloedig aanwezige kerstverlichting. Een arrestant van negen jaar, die rondliep met een molotovcocktail. En boven alles uitstijgend de scherpe geur van rook en vuur.

De laatste paar dagen lijkt in Duindorp een Haagse traditie te herleven: oudejaarsonrust. Uit onvrede met de geannuleerde vreugdevuren stichten bewoners en relschoppers van buiten brand, en zoeken ze ruzie met de politie. Ook in het naburige Scheveningen-dorp gaat het traditionele vreugdevuur niet door, en ook daar is het onrustig, maar de kat-en-muisspelletjes tussen bewoners en politie spelen zich toch voornamelijk af in het 6000 bewoners tellende Scheveningse volkswijkje Duindorp. Waar komt dit vandaan?

‘Duindorp is historisch Scheveningen 2.0'

Duindorp zelf komt voort uit het middeleeuwse vissersdorp Scheveningen. De wijk bestaat als direct gevolg van de woningwet. Begin twintigste eeuw vatte de overheid het plan op om de bevolking beter te huisvesten. Het arme Scheveningen stond in die tijd vol met krotten die niet aan de nieuwe eisen voldeden, en de bewoners hadden niet de middelen om daar iets aan te doen. Als oplossing bouwde men een apart dorpje aan de andere kant van het Haagse Verversingskanaal, met betaalbare huurhuizen voor uit huis geplaatste Scheveningers.

Nieuwbouw in het oude Duindorp, aan de rand van het duingebied.Beeld Robin Utrecht

“Historisch is Duindorp een Scheveningen 2.0”, zegt emeritus hoogleraar sociale geschiedenis Wim Willems. Hij wijst de visserij, de gereformeerde religie van de oorspronkelijke bewoners en het gemeenschapsgevoel van een volkswijk aan als ingrediënten van de Duindorpse identiteit. Ook de isolatie van het wijkje draagt sterk bij aan de sociale cohesie. Duindorp is ingeklemd tussen zee, duin, bos en kanaal, waardoor het iets van de sfeer van een afgezonderd dorp heeft. “Als iemand griep heeft zie je mensen over straat lopen met een pannetje soep. Beweegt iemand weinig, dan bellen de buren aan: gaat alles wel goed?”, zegt Bob Schut, voorzitter van Wijkberaad Duindorp.

Het is in deze sociale context dat het ‘rausen’ van kerstbomen in de jaren vijftig opkomt. In heel Den Haag verzamelen jongetjes en jongemannen afgedankte kerstbomen. Het doel is ze met Nieuwjaar op een stapel te gooien en de vlammen te laten uitslaan, gewoon in de eigen straat. De straten beconcurreren elkaar om de beschikbare bomen. Het spel draait om het vinden, slepen, verbergen, bewaken en stelen van kerstbomen, met de grootste fik van de stad als hoofdprijs.

Eind jaren vijftig moest de politie al ingrijpen

Echt onschuldig is het rausen niet, of misschien heel kort geweest, zegt Willems. “Eind jaren vijftig zijn er al berichten over het ingrijpen van de politie. Er gingen stoelen of bromfietsen bovenop het vuur.” Willems heeft zijn eigen herinneringen aan het eindejaarsspel in Den Haag. Hij is afkomstig uit het Valkenboskwartier. “Ik heb nog een fietsketting in mijn gezicht gekregen. Ik probeerde het wel: kerstbomen verbergen in keldertjes, om ze later in de fik te steken. Maar ik had een bril, ik keek wel uit. Andere jongens waren een stuk potiger en ze hadden boksbeugels.”

Al in 1959 probeerde de politie de vuurtjes in de wijken via afspraken onder controle te houden. Op twaalf punten in de stad mocht de jeugd een vuur oppoken. Later leverde de gemeente hout, met als voorwaarde dat de gitzwarte rook van rubberen autobanden niet uit de vreugdevuren zou opstijgen.

In de decennia daarna verhevigt het rausen van kerstbomen en het stelen van – goed brandende – autobanden. De jaren tachtig zijn het gewelddadig hoogtepunt van de strijd, inmiddels gevoerd in wijkverband.

Trouw bericht bijvoorbeeld in 1979 over twee gasflessen die in een vreugdevuur op het Scheveningse Schepenplein zijn geslingerd, midden tussen de woonhuizen dus. Een van de gasflessen ontploft, de ander vist de politie net op tijd uit de stapel hout. Over de jaarwisseling van 1985 meldt de krant dat een groep Haagse jongeren heeft geprobeerd een politieagent in het vreugdevuur te werpen. Het jaar daarna komt de politie met een pakket maatregelen variërend van huisarrest tot preventieve gevangenisstraf, en handhaving door een politiemacht van 450 man.

Nergens zo'n  hardnekkig verschijnsel 

Overigens zijn de geïmproviseerde vreugdevuren geen zuiver Haags verschijnsel. Ook elders in het land verlichten jongeren de straten met brandende kerstbomen en rokende banden. Maar nergens laaien de vuren zo hoog op en zijn de rellen zo frequent als in Den Haag. En nergens is de kerstbomenjacht zo’n hardnekkig verschijnsel.

Televisieprogramma ‘Andere Tijden’ maakt in 2010 een aflevering over de Haagse vreugdevuren, met onder meer een interview met ‘Dennis en Eitje’. Het duo bezweert in plat Haags hun leven gebeterd te hebben, maar vertellen met glimmende ogen over het neerleggen van spijkermatten om de politie op afstand te houden, en het samenstellen van strijkerbommen; kruit van een paar honderd strijkers in een dichtgetapete bal, aangevuld met spijkers of nietjes.

Dennis: “We hebben diverse vrienden die een hand verloren zijn omdat ze een strijkerbom te lang in de hand hielden.

Verslaggever: “Zo. Gezellig.”

Eitje, vol overtuiging: “Dat was ook gezellig. Het was heel leuk. Want je keek er elk jaar weer naar uit.”

Achter het platte rellen, en de van vader op zoon doorgegeven gewoonte, gaat volgens experts en bewoners diepere onvrede schuil. Dat was in de jaren vijftig al zo, zegt historicus Willems. “In veel wijken was het ‘tegenpartijgevoel’ aanwezig. Het idee dat de betere klasse ‘ons’ wil weghebben. Het was deels agressie en deels weerstand.” Niet voor niets staan de vreugdevuren bekend als een gereformeerde variant op carnaval, zegt hij. Ook dat evenement draait om schoppen tegen de gevestigde orde, zij het minder letterlijk.

De buitenwereld begrijpt de Duindorpers niet

Nog altijd hebben bewoners het idee dat bestuurders in de rest van de stad hun wijk niet begrijpen, zegt Bob Schut van Wijkberaad Duindorp. Het verlies van het vreugdevuur is volgens hem een druppel in een tot de rand gevulde emmer. “Langzaam verdwijnt de middenstand. De geldautomaten zijn hier weggehaald. De voetbalkooi is weg. Net als de jeugdhonken. Recent mochten jongeren met een plan komen voor een nieuw jeugdhonk, met wat hulp is ze dat gelukt, maar ergens onderweg is het plan weer gestrand.”

Daarnaast spelen gevoelens over de vooringenomen van de buitenwereld ten opzichte van Duindorp, zegt Schut. “Berichtgeving heeft vaak een kleurtje.” Hij noemt het voorbeeld van een afgebrande Hindoestaanse bakkerij. “Het eerste bericht was dat de jeugd van Duindorp de zaak in brand zou hebben gestoken. Later bleek de man het zelf gedaan te hebben voor de verzekeringspenningen.” Hij keurt de rellen ten strengste af, maar snapt wel waar de onvrede vandaan komt.

Verder bestaat onder bewoners de vrees dat de saamhorigheid uit het dorp verdwijnt. De oudste hofjes van Duindorp hebben plaatsgemaakt voor nieuwbouw, vaak dure koopwoningen in handen van buitenstaanders, ‘yuppen’. Ook voor vrijkomende sociale huurwoningen wijzen woningcorporaties Hagenaars van buiten Scheveningen aan. Sommige bewoners zien de Schilderswijk als doemscenario: ooit een hechte volkswijk, nu een multiculturele mengelmoes.

Verdeling beschikbare woonruimte is een van de pijnpunten

De verdeling van beschikbare woonruimte is in de wijk een van de pijnpunten, zegt lector grootstedelijke ontwikkeling Vincent Smit van de Haagse Hogeschool. Zijn lectoraat is bezig met een onderzoek in Duindorp, gestoeld op dialoog met bewoners. “Er is een zekere nervositeit tussen bewonersgroepen en bestuurlijk en politiek Den Haag. Dat geeft een kleine groepje een alibi om te rellen, met rugdekking van het sentiment: ons is iets afgepakt.

Vechten de bewoners van het voormalige visserswijkje niet gewoon tegen de vooruitgang? Geldautomaten verdwijnen nu eenmaal en woningcorporaties zijn nu eenmaal gebonden aan regels. Zij kunnen Duindorp simpelweg niet gunnen aan de geboren Duindorpers. Volgens Smit is een middenweg vaak wel te vinden. “De uitkomst van een discussie kan ook zijn: Duindorp moet Duindorp blijven, een plek waarin je deel uitmaakt van een dorp. Een woningbouwvereniging kan met nieuwe bewoners in gesprek gaan over wat van ze verwacht wordt, wat de rituelen van de wijk zijn.”

‘Iedereen staat met de hakken in het zand’

Het meedenken met de wijk waar lector Smit op hamert doet de gemeente in wisselende mate, zegt emeritus hoogleraar Willems. Hij signaleert vanaf de jaren vijftig golfbewegingen. Soms treden burgemeesters een aantal jaar hard op, dan weer gunnen ze burgers hun onveilige pleziertje. Zo zijn de vreugdevuren op het strand ontstaan, omdat men de jongeren in de wijken tegemoet wilde komen: een vuurtje mag, maar dan wel zonder gevaar op uitslaande stadsbranden – dat was in ieder geval het idee. Na verloop van tijd bleven op het strand alleen de vuurstapels van Duindorp en Scheveningen-dorp over. Een andere constante: in elke periode braken jongeren de regels. Op het strand waren de vreugdevuren te hoog, in de wijk woedde brand waar dat niet was toegestaan. “Het huidige spanningsveld bestaat meer dan zestig jaar”, zegt Willems.

Duindorpse jongeren bouwden de afgelopen jaren hoger en hoger op hun Zuiderstrand. Met een verwensing aan de concurrenten in Scheveningen-dorp op het Noorderstrand.Beeld ANP

De keuze van waarnemend burgemeester Johan Remkes om de vreugdevuren af te blazen en hard op te treden tegen daaruit voortvloeiende onrust is dan ook slechts een nieuwe golfbeweging, zegt Willems. “Ik heb een déjà vu bij de reflexen over en weer. Je ziet dat we in zeventig jaar niet veel verder zijn gekomen. Remkes kan na zijn spierballenvertoon niet meer terug, anders geeft hij toe aan chantage. De onruststokers voelen zich gedekt door de onvrede binnen het dorp en van partijen als de PVV, in het gevoel dat ‘ze’ ‘ons’ iets afnemen. En zo staat iedereen met zijn hakken in het zand.”

Lekker dronken en stoned een fikkie stoken

Volgens de emeritus hoogleraar is sinds de jaren negentig te weinig nagedacht over een veilig alternatief voor de strandbranden. “Elk jaar werden de stapels op het strand groter, je kon dit zien aankomen. Terug naar de kleine vuurtjes uit mijn tijd kan ook niet meer. Maar het laat zich niet bedwingen, blijkbaar, die behoefte om gewoon dronken en stoned lekker een fikkie te stoken.” 

Ook Smit ziet de maatregelen van Remkes als een stap terug. “De laatste jaren is een wijkmanager aangesteld. Ons onderzoek is mede ingesteld om beter te leren luisteren. Maar nu gaat het ineens bruusk de andere kant op.” De lector adviseert Remkes een ‘depolariserende attitude’. “Zoek met alle belangengroepen naar een oplossing. Of dat een stapel van 10 x 10 x 10 meter is of iets anders, daar wil ik graag vanaf blijven. Ik ben blij dat ik niet de burgemeester ben.”

Lees ook:

Vreugdevuren verbieden is alsof je carnaval afpakt van Brabant en Limburg

Niet alleen Duindorp, ook Scheveningen krijgt dit jaar geen vreugdevuur. De angst bestaat dat de rellen zich vanuit Duindorp uitbreiden naar andere delen van Den Haag. ‘Je kan ervan uitgaan dat die fikkies in de wijken terugkomen.’

Opnieuw onrust in Duindorp

Het was maandagavond opnieuw onrustig in Duindorp. ‘Ga naar het Binnenhof als je iets kapot wilt maken.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden