Dubbelportret / Jij en ik, we zijn allebei blijvers

Ze wonen al elf jaar in Durgerdam, benoorden Amsterdam. Hanna van Dorssen, dominee van de dorpskerk, redigeerde kinderbijbel 'Het hoogste woord'. Jeroen Zijlstra van de band 'Zijlstra' is visser en muzikant en al meer dan twintig jaar Van Dorssens partner. Hij won dit jaar de Annie M.G. Schmidtprijs voor het beste Nederlandstalige lied.

Het is Pinksteren. Zo'n vijftig mensen zitten in het pittoreske kerkje van Durgerdam, een dorp benoorden Amsterdam met nog geen tweehonderd huizen. Kinderen delen ballonnen uit. Voorganger Hanna van Dorsen, 39 en Nederlands hervormd, refereert aan een verhaal van de Latijns-Amerikaanse schrijver Eduardo Galeano, citeert een Poolse dichteres, en vertelt een verhaal over een tovenaar die alle kleuren van de wereld uitvindt. De overweging heeft ze deze keer het motto 'feest van inspiratie' meegegeven.

Tijdens het openingslied klinkt ineens een verrassend zuivere stem door de kerk. Het is Van Dorssens partner Jeroen Zijlstra (45), ongeschoren, gekreukt overhemd, nog hees van het optreden de nacht ervoor. Maar hij is er. Net als zíj die middag bij hem is, dansend in het openluchttheater van het Amsterdamse Vondelpark. Tussen de pinksterbuien door hebben zich een paar honderd mensen verzameld voor een optreden van de band Zijlstra.

Jeroen Zijlstra, ander overhemd, alweer een paar biertjes achter de kiezen, geeft een spetterende show. Zijn teksten -vlijtig meegezongen door de fans- gaan over het ruige leven op zee en over het minstens zo ruige leven van een popmuzikant in de grote stad. Het gaat, kortom, over vrouwen, drank, en rock en roll.

Een paar dagen en alweer vele optredens later. De dominee en de popmuzikant zitten in de tuin van hun huis naast het kerkhof. ,,Wij moeten alle twee steeds een voorstelling van een uur geven'', vat Van Dorsen hun beider werk samen, ,,een voorstelling die boeit, met een duidelijke lijn en opbouw.'' Zijlstra: ,,Het is allebei samen liedjes zingen.'' Zij: ,,Ja, en waar gebeurt dat nog? Waar zing je nog samen liedjes?'' Hij: ,,Dat is het mooiste dat er is. Paradiso is toch ook gewoon een kerk? Het is de kunst van de grenzeloosheid wat wij doen. Daar zijn we al jaren mee bezig en daar zijn we nooit mee opgehouden.

Zij: ,,Het blijft spannend werk. Samen iets meemaken, vieren, huilen, lachen. De verhalen uit de Bijbel zijn een voortdurende bron van inspiratie. Ik weet nooit precies van tevoren hoe een dienst gaat worden. Maar die zondagse onzekerheid heb ik niet meer.''

Zijlstra knikt begrijpend. Tussen de geliefden heerst de rustige verstandhouding van mensen die elkaar al heel lang kennen. Beiden komen uit het Noord-Hollandse Wieringen. Hanna was de dochter van de vooruitstrevende dominee Albert van Dorssen, die erin slaagde de Michaëlskerk in Oosterland om te vormen tot een bruisend oecumenisch centrum. De plaatselijke jongeren vonden elkaar in de kerk, waar muziek een cruciale rol speelde.

Zijlstra: ,,Hoewel ik absoluut niet kerkelijk was opgevoed, ging ik heel makkelijk bij Hanna's vader de drempel over. De kerk was een broeinest voor muzikanten. Hanna's vader was uitzonderlijk bereid om met gespuis om te gaan en daar wat van te leren. We waren allemaal hippies, lost in de sixties, die voor de grap een koor begonnen. Ik schreef de liedteksten, elke week opnieuw. Klassieke liederen over de thema's die in de kerk aan bod kwamen. Al met al wel een paar honderd liedjes. Een betere leerschool kun je je niet wensen. Ik ging er ook nog heen toen ik allang in Amsterdam woonde.''

En ineens sloeg ook de vonk over tussen hem en de zes jaar jongere dochter van de dominee. Zij: ,,Ik was niet zo van brommers en het café. Maar we vonden elkaar bij Etty Hillesum. Haar lazen we toen allebei en daar gingen we elkaar brieven over schrijven. Zo is het gekomen.'' Hij: ,,En van die keer dat ik je heel hard achterna ben gefietst toen we uit de Michaëlskerk kwamen.''

Zijlstra werd visser en ging tussen het varen door naar het conservatorium. Van Dorssen studeerde theologie. Pas toen Hanna de kans kreeg om in Durgerdam te werken, gingen ze samenwonen, nu elf jaar geleden. Hij: ,,We laten vaak teksten aan elkaar lezen. Er slingert hier van alles in huis, dichtbundels, liederen. Ik kijk altijd: hoe kan ik dat gebruiken? Toen ik op het conservatorium met jazz bezig was, realiseerde ik me ineens: dat klinkt soms net als kerkmuziek. Bij Miles Davis herkende ik de modale muziek waar ik als jongen in de kerk al mee bezig was.''

Zij: ,,Ook daarin schuilt een overeenkomst. We improviseren allebei op een thema. Je zoekt erbij wat anderen erover gezegd hebben, en dan geef je het weer door. Die variëteit boeit mij ook zo in de Bijbel. Die collage van verhalen, poëzie, brieven, wetten, visioenen.''

Hij: ,,Ik kijk graag een beetje van de buitenkant naar Bijbel en kerk. Zoals in mijn lied Dorpsgevoel: 'Het verkleedthema dit jaar is religie / Drie dronken engelen hangen met scheefgezakte vleugels aan de bar / De paus strooit vanaf het balkon hosties over de hossende Kermisgangers / Twee herders staan in het midden om de paling te biljarten / Maria staat vol overgave meters bier te tappen / Koning David wisselt vaten en versjouwt de lege kratten / Buiten staat een bollenboer met iemand uit de stad te matten / Dorpen zijn voor stedelingen moeilijk te bevatten.''

Zij: ,,Dat vind ik wel humor. Net als bij een ander lied van Jeroen, dat gaat over de schoonheid van Oosterland: 'De mist en de regen / de eilandmystiek / dat maakt een mens dorstig en melancholiek // En God in de hemel dat is dus een Ier / en die drinkt met de Wieringers whisky en bier'. Ik houd er erg van om godsbeelden te variëren.''

Hij: ,,Humor en religie liggen dicht bij elkaar. Het is maar hoe je kijkt. Mijn zondagsbeleving ziet er overigens wat anders uit dan die van de kerk. Via Hanna's vader heb ik natuurlijk heel veel opgestoken, maar ik ben zelf niet gedoopt en ik kom ook niet meer zo heel veel in kerken.''

Zij: ,,Je zei toch laatst: 'Waar jij mee bezig bent, daar wil ik mee eindigen'.'' Hij: ,,Dat ging over Leo Vroman. Zo knap als hij dicht over het goddelijke, ja, als ik dát zou kunnen. En als je wilt, kan je sommige van mijn teksten best een religieuze betekenis geven, zoals het lied Wachtsman: 'En ooit lag iemand rustend in een boot / Buiten blies een ziedende orkaan / Alles kraakte / Maakte water / Was in nood / Golven sloegen tegen het scheepje aan // Hij sprak bestraffend tot de wind en zee / Beide zwegen / 't Werd volkomen stil / Als een wachtsman in het donker vaart hij mee / En zal er zijn als ieder slapen wil'.''

Zij: ,,Voor mij heeft God te maken met dat wat er gebeurt tussen mensen. En het heeft te maken met het Andere, met een hoofdletter. Een soort dwarsigheid, een andere kijk. Profeten die het omgekeerde zeggen van wat je wilt horen, helemaal niet lief en warm. Dat je niet alleen bevestigd wordt, maar ook geschokt. Het is ook niet niks, wat er in de Bijbel staat, vaak dwars tegen de tijdgeest in.''

Hij: ,,Toen mijn vader overleed, heb ik het feit dat wij als familie buitenkerkelijk waren, ervaren als verbijsterende armoede. Ik was blij dat ik toen ook andere handvatten had. Het is net als veel van die moderne cultuur van vet cool: het heeft de diepgang van een hoovercraft. Religie is opening van zaken geven. Een krachtenspel in de kerk, in de muziek, in je hoofd. Iets wat het optilt, zoals met Pinksteren in de kerk van Durgerdam gebeurde. Eigenlijk verdiende het een groter publiek.''

Zij: ,,Dat grotere publiek bereik ik wel via de uitgeverij waar ik ook werk. Voor de kinderbijbel 'Het hoogste woord' die net uit is, heb ik nauw samengewerkt met kinderboekenschrijver Sjoerd Kuyper. Hij heeft geen kerkelijke achtergrond, maar kan heel goed vanuit het perspectief van kinderen vertellen. Zoals hij het verhaal van Mozes heeft beschreven, dat is heel ontroerend. En vervolgens kan ik zo'n verhaal meteen uittesten op mini-schaal, bij de kinderen van de zondagsschool in Durgerdam. Maar bij zo'n kleine kerk als we hier hebben, denk je wel voortdurend na over het bestaansrecht. Of je geen windmolens aan het bevechten bent.''

Hij: ,,Als je bij de BV God gaat werken, moet je natuurlijk niet verwachten dat de tent zomaar volloopt.'' Zij: ,,Belangrijk is dat het leeft, dat er echt wat gebeurt.'' Hij: ,,Ach, het is weer net als bij mij en mijn band. Jij en ik, we zijn allebei blijvers. Simpelweg omdat we niet anders kunnen. Als het maar echt van binnenuit komt, daar gaat het om. En ja, dat publiek Soms klappen ze alledrie, en soms alle honderd.''

Kinderbijbel 'Het hoogste woord', NZV uitgevers, ISBN 90 6986 262 X; cd's Zijlstra; Tussen Den Oever en New York; Olie en rook

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden