Opinie

Dubbelheid en diepgang in 'Bach Pieces'

Yummiko Takeshima, Cedric Ygnace, Sofiane Sylve en Gael Lambiotte zijn de vier muzen van Het Nationale Ballet in Hans van Manens nieuwste ballet 'Bach Pieces'. In theater Carré in Amsterdam laat hij acht korte Bach-stukken in hun gestroomlijnde, glanzende lichamen varen.

Door hem bewegen zij niet op maar ín de preludes en fuga van 'Das wohltemperierte Klavier', de aria van de 'Goldberg-variaties' en een door Busoni getranscribeerd choraal. Zij zijn lichamelijke syncopen, die toch altijd gelijk met Bachs dictaat uitkomen. In die onbenoembare ruimte tussen klavier en componist drijven zij elkaar als vier individuen in twee koppels op: zij paren tempo aan temperament, rust aan vaart, berusting aan vervoering, ruimte aan tijd. Gevieren op een rij betreden zij de zwarte vlakte, overvallen door Sjatoslav Richters hoge tempovoering. Van Manens vaste ontwerper Keso Dekker dacht hun huid vibervezels toe. In halogeen-wit licht glinstert Takeshima metallic-blauw en oogt Lambiotte van ivoor, met Cedric en Sylve als zwarte parels daartussen. Een lichte aarzeling lijkt hen te bevangen. Zullen zij zich in dat stuwende ritme, in Bachs heldere bronwater wagen? Bach is per definitie baas boven baas. Drie van hen lopen door, maar Lambiotte laat zich niet door hen meewenken. Als een tot leven gewekt Bernini-beeld treedt hij beloftevol naar voren en daar gaat hij, draaikolkend in een fuga. Niet kopje onder natuurlijk, want Van Manen laat hem met de borst vooruit stevenen, zijn benen als spanen uitslaan en de wind in zijn gespreide armen vangen. Hovaardig en toch ingetogen tolt hij rond. Bachs 'Klavier' dwingt tot onstuimige stampij, maar met de beheerstheid van een god. Op die uitdaging moet Sofiane Sylve wel ingaan. Dus voegt zij zich als de zwarte klaviertoetsen bij zijn ivoorwitte. Samen scheppen zij die sublimerende, sensuele harmonie, waarbij muziek en ballet voor elkaar geschapen zijn. In die eendracht proeven zij de vruchten die Van Manen in 45 seizoenen liet rijpen, met adembenemende virtuositeit. Waar Lambiotte en Sylve de balsem van berusting toestaan, daar soleert de opstandige Cedric Ignace in allegro vivace: een razendsnelle spring- en draaisolo waarmee hij zijn uitgelatenheid als een jonge zwarte hond laat gaan. Zijn zilverblauwe tegenspeelster Takeshima geeft hem van repliek met exact diezelfde drive, draaikunst en dribbels, maar dan op spitzen; vlindervlug en vlijmscherp, met springveren in haar spitzen.

De draaikolken nemen af bij terugkeer van Sylve-Lambiotte. Zij krijgen de piste als Van Manens ideale, eigentijdse adagio-paar. Met die markante torso-en-nek-houding en de plooibare precisie van hun lichamen graveren zij er zijn milde herinneringen en opwindende nieuwe kansen. Hier vallen stukjes 'Adagio Hammerklavier', 'Twilight', 'Two' en 'Déja Vu' samen, maar dan in een scherpere, gespierdere versnelling en met onwaarschijnlijke wendingen. In een zweem van melancholie nemen de vier dansers afscheid, op het choraal 'Adams Fall hat ganz verderbt'. De eigentijdse flair van Takeshima/Ignace en die raadselachtige sublimering van Lambiotte/Sylve geven 'Bach Pieces' dubbelheid en diepgang. Wat een weelde. Wat een genot.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden