Drukken wanneer de ziel zich laat vangen

Richard-Avedon (Trouw) Beeld
Richard-Avedon (Trouw)

Een leven lang deed fotograaf Avedon wat zijn eerste opdrachtgever van hem had verlangd: "Het moment van emotie of feit getransformeerd in een foto is een opinie."

Na een dag van flirten, dansen en champagne drinken was Marilyn Monroe uitgeput, ging in een hoekje van Richard Avedons studio zitten. Even speelde ze geen Marilyn meer. En ’klik’, het moment was daar. Monroe zoals we haar niet kennen: niet wellustig en vol zelfvertrouwen maar triest en kwetsbaar.

Deze icoon is, samen met tweehonderd andere foto’s van Avedon (1923-2004), te zien in het Amsterdamse Fotografiemuseum Foam. De eerste overzichtstentoonstelling na Avedons overlijden toont modefotografie, een enkele reportage en veel portretten van vooral beroemdheden. Juist die zouden fotograaf Avedon uiteindelijk zelf tot een ster maken.

Het lijkt toeval, die foto van Monroe, maar Avedon werkte heel gericht naar dit soort momenten toe. Minimalistisch, met bijna altijd een witte achtergrond en dicht op de huid om zo de ziel en persoonlijkheid van zijn model te vangen.

Dat gebeurde niet in vijf minuten. Eerst zijn boeken lezen, schilderijen en beelden bestuderen om Samuel Beckett, Willem de Kooning en Alberto Giacometti zodanig op het negatief te krijgen dat je bij het zien van hun beeltenis het gevoel krijgt dat ze nog leven.

Provoceren, discussiëren en psychologische spelletjes, Avedon deed van alles om zijn model uit zijn tent te lokken en een portret te kunnen maken zoals hij hem of haar zag. Avedon zei ooit: „Een portret is niet een gelijkenis. Het moment van emotie of feit getransformeerd in een foto is een opinie. Er is niet zoiets als een onnauwkeurigheid in een foto, alle foto’s zijn nauwkeurig. Geen van hen is de waarheid.”

Iemand doorgronden, kan alleen door intens te observeren hoe iemand beweegt, reageert. Dan moet je op een onverwacht moment de ontspanner indrukken. Dat ging beter door niet achter, maar naast de camera te staan om zo dichter bij het onderwerp te komen. Scherpte/diepte instellen liet Avedon aan zijn assistenten over, zoals de Nederlandse fotograaf Dirk Kikstra die vanaf 1999 vijf jaar voor hem werkte.

Kikstra: „Zodra je in zijn studio was, was je in zijn aura. Je kwam in zijn wereld en wist direct wie de baas was. Arrogant zou ik hem niet noemen, hij wist precies wat hij wilde en verwachtte van iedereen het beste. Ik heb het meeste geleerd van hoe hij met mensen omging.” En: „Er heerste altijd een soort spanning, nervositeit maar hij liet zich niet imponeren door al die beroemdheden. Met politici had hij sowieso niet veel op.”

De meest indrukwekkende persoon die de studio bezocht, vond Kikstra de Zuid-Afrikaanse geestelijke Desmond Tutu: „Die schudde iedereen de hand, daarna was er een gebed. Aan het eind van de sessie gaf hij iedereen weer een hand en hij wist alle namen nog.”

Mensen voor de camera zo in beweging krijgen dat ze precies doen wat jij wilt, die ervaring deed Avedon op aan het begin van zijn carrière. Twee jaar lang maakte hij bij de koopvaardij pasfoto’s van de bemanningsleden voor identiteitskaarten.

Het was Alexey Brodovitch, art director van het tijdschrift Harper’s Bazaar die hem ontdekte, inspireerde en stimuleerde. Hij stuurde de jonge fotograaf in 1945 naar Parijs voor modefoto’s met de opdracht: ’Verras me’. In plaats van in de geijkte studio, zette Avedon zijn modellen op straat, ze moesten lachen en bewegen, wat in die tijd heel ongebruikelijk was. Tien jaar later maakte hij de plaat met het model Dovima, in een creatie van Dior, met een stel circusolifanten. Zijn naam was gevestigd. Deze foto was strak in scene gezet en na veel geduld en wachten drukte Avedon op het juiste moment de cameraknop in.

Avedon had een bredere interesse dan modefotografie, wat een aantal historische tijdsdocumenten opleverde. Zoals Andy Warhol die op een uitzonderlijk lange print van 9,90 m bij 3,30 meter, samen met zijn discipelen van The Factory, poseert en dan al die politici die hij door de serie ’Family’ (een serie met ook rechters, bankiers en mediamagnaten) in 1976 voor zijn camera kreeg. Een jonge Donald Rumsfeld en George Bush (inmiddels senior) verkeerden toen al in de hoogste kringen van de macht.

Dwalend door de zalen kom je bij Sandra Bennett. Bennett was geen beroemdheid, maar wie de serie ’In the American West’ heeft gezien, kent haar voor altijd. Met haar ontelbare sproeten straalt ze een afstandelijk zelfbewustzijn uit. Niet triest en kwetsbaar, ondanks haar weinig glamoureuze leven. Net als Clarence Lippard, zwerver, en James Story, mijnarbeider. Allemaal mensen zonder geld of macht die aan de rand van de Amerikaanse samenleving staan. Ze hielden degenen die geloofden in de romantische mythe van ’The West’ genadeloos een spiegel voor.

Avedon heeft een erfenis van 500.000 negatieven nagelaten die zorgvuldig worden beheerd door zijn foundation. Een afdruk mag er niet meer van worden gemaakt, van geen enkel negatief. Voor zijn overlijden liet hij dat nog vastleggen. Ook na zijn dood wilde hij de regie in handen houden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden