Droomjongen van Marcouch

(\N) Beeld
(\N)

Verslaggever Rob Pietersen ging twee maanden op pad met hulpverleenster Fatimazohra Hadjar om van dichtbij te ervaren wat er mis gaat in én rond multiprobleemgezinnen in Amsterdam-Slotervaart. Hij stuitte op huiselijk geweld, criminaliteit en verveling, schaamte en eer, verslaving en schuldenlast, falende ouders. En hij ontmoette Mohamed Bakkali, een Mohammed B. waar ze wél trots op zijn in het stadsdeel.

Rob Pietersen

Hij was te netjes, te serieus om te ontsporen, denkt hij. Buurjongens, vriendjes begingen misstappen, terwijl Mohamed Bakkali zat te blokken. Met zijn woordenboek bij de hand.

Buiten was er altijd afleiding, lonkten de verleidingen van de straat, het kattekwaad. En erger. „Er waren jongens in mijn leefomgeving die het verkeerde pad kozen, ik zag de kleine criminaliteit om me heen. Maar ik was er niet vatbaar voor. Ik was me ervan bewust dat het fout gedrag was, dat je zo anderen schade berokkende. Die andere jongens waren zich daar totaal niet van bewust.”

„Gingen ze stelen uit armoede? Wij hadden het ook niet breed. Was het de leefomgeving? Nee, wij woonden daar ook. Uit verveling? Door een gebrekkige opvoeding? Soms ging het in grote families met alle kinderen goed, op één na. Dus dat is dan ook niet de reden. Ik heb er vaak over nagedacht, maar heb echt geen idee waarom sommige jongens afdwaalden, en anderen niet.”

Dan zeg hij lachend: „Ik ben chemicus. Geen psycholoog.” En dat hij niet wil oordelen over anderen, niets wil veroordelen wat hij niet precies begrijpt. „De meesten van de jongens die toen ontspoorden, zijn inmiddels wel weer goed terecht gekomen. Maar ik praat natuurlijk niet goed voor wat ze onderweg misdaan hebben”, aldus de 29-jarige Bakkali.

Stadsdeelvoorzitter Ahmed Marcouch heeft het vaak over de twee Mohammed B’s van Slotervaart. De één is de moordenaar van Theo van Gogh, die noemt hij zijn nachtmerrie. De ander is een droom: Mohamed Bakkali.

Hij lacht het weg. Een beetje bedeesd. Een beetje beduusd. Hij wil geen succes-Marokkaan of troetel-Marokkaan genoemd worden. Hij hoeft niet zo nodig een voorbeeld te zijn, maar wil wel helpen. Bakkali bedacht de onlangs gepresenteerde sollicitatieradar.nl, een site met vacatures voor vrouwen, allochtonen en ouderen. „Niet alleen voor allochtonen dus. Deze site is voor alle groepen die het moeilijk hebben op de arbeidsmarkt.”

Het idee voor dit initiatief ontstond tijdens een treinreis tussen Slotervaart en Oss, waar hij toen werkte als chemicus. Hij las een bericht over anoniem solliciteren in Nijmegen, een proef die de kansen op werk voor allochtonen moest verhogen. „Ik dacht: dit kan toch niet? Je gaat je naam en afkomst toch niet verloochenen? Ik kan me niet voorstellen dat we die kant op willen.”

Toch was hij na het behalen van zijn hts-diploma in 2004 ook veel te lang op zoek naar een baan geweest. Ook hij dacht bij de zoveelste afwijzing weleens stiekem aan discriminatie. „Er was in die tijd genoeg werk. Maar ik vond niks. Ik heb toen wel een tijdje in een dipje gezeten.”

Hij wil niet zoveel kwijt over die zwarte periode. Maar overal op straat in Slotervaart hoor je de verwijten: ’wij krijgen toch geen stageplekken’ en ’wij worden gediscrimineerd op de arbeidsmarkt’. Het zijn hardnekkige verhalen. Waar of onwaar: het leidt in ieder geval al tot een lethargische houding bij Marokkaans-Nederlandse jongeren die met hun gevoel van ’waarom zou ik dan eigenlijk nog mijn opleiding afmaken?’ steeds verder wegzakken in het moeras van de moedeloosheid.

Dat is hun waarheid. Bakkali heeft inmiddels ervaren dat je met een goede opleiding en doorzettingsvermogen wél kansen krijgt. En dat er andere redenen kunnen zijn dan discriminatie waardoor succesvolle allochtonen het als nieuwkomers op de arbeidsmarkt zo moeilijk hebben. Ze ontberen vaak een goed netwerk, omdat ze bijvoorbeeld niet kunnen meeliften in de vriendenkring van goed opgeleide ouders. „Een kruiwagentje, een duwtje in de goede richting: alles helpt. Ik geloof in de eigen kracht van mensen, maar ik heb om me heen ook te veel talent verspild zien worden. Ook de voorbeelden van onze gemeenschap, de Aboutalebs, Marcouch’s en Afellay’s hebben onderweg naar boven hulp gehad.”

Hij wil op de site zichtbaar maken welke bedrijven er een goed diversiteitsbeleid voeren. „Op papier klopt het bij veel bedrijven wel, de intenties in de top zijn goed. Maar op de werkvloer verandert er nauwelijks iets”, zegt hij. Er is al een ’diversiteit topvijftig’ voor bedrijven maar die neemt hij niet echt serieus. „Het schoonmaakbedrijf CSU staat daar al jaren ergens bovenaan. Tja. Het is misschien niet zo verwonderlijk dat ze daar veel allochtonen in dienst hebben... Bedrijven krijgen zo’n top-vijftiglabel. Mooi. Maar nu wil ik banen zien.”

Bakkali vond uiteindelijk op eigen kracht een baan. Dat gebeurde toen hij zich niet meer alleen op de Randstad focuste. Hij werkte twee jaar als chemicus ’bij een pillenfabrikant’, is nu al anderhalf jaar inkoopmanager bij Rijkswaterstaat.

Hij werd in 1980 in Nederland geboren, maar leefde van zijn derde tot elfde levensjaar in Marokko. Zijn Nederlandse schoolcarrière begon hij derhalve in groep 8, met een fikse taalachterstand, en met altijd een woordenboek in de buurt.

Met heel veel bijles, en nog meer ambitie, werd hij toegelaten tot de Berlage mavo, waar een lerares zich stoorde aan het eeuwige lexicon op zijn tafeltje. „Ze vond dat ik daar niet thuishoorde. De mavo was voor mij veel te hoog gegrepen. Ik heb haar keiharde woorden toen opgeschreven. Dat briefje met die woorden heb ik nog steeds. Het motiveerde mij nog meer. Uiteindelijk bleek de mavo zelfs veel te makkelijk voor mij.”

Op de mavo had hij een wiskundeleraar die wel wat in hem zag. „Meneer Boot, een enorme motivator, een warm persoon. Hij gaf mij heel veel energie.”

Die twee docenten, zo totaal verschillend, hielpen hem beiden verder. „Meneer Boot bracht me discipline, van die lerares kreeg ik de verbetenheid.”

De laatste ingrediënten kwamen uit zijn omgeving en uit zichzelf: „Ik had ondertussen in mijn buurtje bij het Delflandplein in Slotervaart van dichtbij ook al heel veel rottigheid en ellende gezien. Ik hield de slechte voorbeelden ver weg van me. Ik had doelen, ik zag het voor me: het ideaalbeeld.”

Hij gaat de goede kant op, ziet hij ook zelf. Begin mei is hij getrouwd. Hij kocht een nieuw te bouwen appartement tegenover het August Allebéplein, de beruchtste hangplek van Slotervaart waar echter hard wordt gewerkt een rellerig verleden te vergeten. Vlakbij de plek waar het echtpaar Bakkali straks gaat wonen, was vorig jaar nog een belwinkel gevestigd. Van daaruit gooiden hangjongeren stenen tegen de ramen van het tegenoverliggende politiebureau. Uit verveling, om te treiteren. Maar Slotervaart bouwt inmiddels aan een mooiere toekomst. Een toekomst waarin steeds meer Mohamed B-2’s, droomjongens van Marcouch, opgroeien.

De ouders van Bakkali hebben zeven kinderen. Ze kwamen allemaal goed terecht. „De succesformule? Dat vind ik moeilijk. De liefde van onze ouders was wel aanwezig. En daarnaast stimuleerden wij kinderen elkaar. We hadden het thuis niet breed, we willen het allemaal beter krijgen dan onze ouders. En daarnaast hadden we allemaal onze dromen. We dúrfden te dromen.”

Zijn dromen hebben hem op weg geholpen, zegt hij. Dromen zijn een sleutel. Dat gevoel werd onlangs bevestigd. „Ik ontmoette iemand van ’Frozen Dreams’, een ultraloper op allerlei Noordpoolexpedities die al zijn dromen verwezenlijkt. Hij doet een proef in Amersfoort, door kinderen te leren dromen. Hij heeft me geïnspireerd. Dat wil ik ook in Slotervaart.”

Ze zullen hem voor gek verklaren, maar dat risico loopt hij graag. Is dromen geen luxe, als je opgroeit in de ellende van alledag? In armoede en schuldenlast. In een omgeving van verveling en verslaving. Van passiviteit en criminaliteit. Van het gevoel dat je niets mag, dat je niets kunt, dat ze je niet willen.

Maar hij gelooft erin. Is vastberaden. „Je moet kinderen weer leren dromen. Niet de jongens van zestien, maar je moet in groep 8 starten. Daar moet je kinderen hun dromen laten uitspreken. Ik wil ze dan laten vastleggen in een boekje waarin ook de dromen van bekende Nederlanders staan. Uit zo’n boekje kun je de rest van je leven kracht putten. Zoals ik nog steeds uit dat briefje, uit die keiharde uitspraken van die docente, energie haal.”

En zo is een nieuw idee ontstaan. Dient een nieuw project zich aan. „Ik ben een idealist. Nu de sollicitatieradar, dan ’durf te dromen’. En daarna ga ik maar weer eens aan mijn eigen carrière werken.”

Volgens Mohamed Bakkali krijgen allochtonen met een goede opleiding en doorzettingsvermogen wél kansen. Hij bedacht sollicitatieradar.nl, een site met vacatures voor vrouwen, allochtonen en ouderen. (FOTO PATRICK POST) Beeld Patrick Post
Volgens Mohamed Bakkali krijgen allochtonen met een goede opleiding en doorzettingsvermogen wél kansen. Hij bedacht sollicitatieradar.nl, een site met vacatures voor vrouwen, allochtonen en ouderen. (FOTO PATRICK POST)Beeld Patrick Post
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden