Droogte / Zoute polders

Brak water spoelt de Zuid-Hollandse polders in om in deze tijden van extreme droogte de waterstand op peil te houden. De natuur lijdt er nog jaren onder. Maar nog schadelijker is het zoute water dat de waterschappen in diepe polders oppompen.

'Bloempotten', zo noemt Staatsbosbeheer de tientallen kleine natuurreservaten in het Groene Hart, die nu worden bedreigd door de inlaat van zilt water uit de Hollandse IJssel. Het reservaat Bloemendaalse polder bij Gouda, dicht bij de inlaat, is al vol brak water gelopen. Andere reservaten wachten nog op de komst van de zoutwatergolf. Om de dag meten boswachters het zoutgehalte aan de randen van de reservaten rondom de Reeuwijkse plassen en bedenken intussen noodplannen om het tij te keren.

De vergelijking van de Zuid-Hollandse laagveenreservaten met bloempotten gaat in meer dan één opzicht op. Want behalve dat ze klein zijn, zetelen de reservaten ook hoger dan de omringende landbouwgronden. Dat is het gevolg van het kunstmatig hooghouden van de grondwaterstand, die de bodemdaling remt. Omdat de reservaten hoger liggen loopt er, net als bij potplanten, aan de onderkant water uit. De reservaten hebben dus niet genoeg aan regenwater.

,,Ze liggen permanent aan het infuus'', legt Allard van Leerdam uit, hoofd van het bureau terreinbeheer van Staatsbosbeheer voor de regio Zuid-Holland en Utrecht. Het noodzakelijke water komt uit de boezems van de Zuid-Hollandse polders, waarvan sommige in opdracht van het Hoogheemraadschap Rijnland nu met zilt water zijn gevuld.

Staatsbosbeheer is de eigenaar van meedere reservaten in het Reeuwijkse plassengebied. Het waterrijke gebied is populair bij stedelingen. ,,Zodra er weer zo'n klein veenarbeidershuisje leeg komt wordt het gekocht door mensen met veel geld, die het afbreken en er een villa neerzetten'', vertelt Van Leerdam. Op de smalle veenweg door het gebied manoeuvreren een paar grote, glimmende auto's. De weg kijkt aan weerszijden uit over water. Het gebied is vooral een fietsersparadijs.

Iets verderop, in het natuurreservaat Sluipwijkse polder is het water nu nog zoet. Nog wel. Maar lang zal dat niet meer duren. De Sluipwijkse polder ligt ten noordoosten van Gouda, waar het hoogheemraadschap Rijnland de sluizen heeft opengezet om brak water uit de Hollandse IJssel binnen te laten stromen. Alleen zo kan de waterstand in deze tijden van extreme droogte op peil blijven, zegt het hoogheemraadschap.

,,Daar komt het brakke water vandaan'', wijst Van Leerdam naar de overzijde van de plassen. ,,Hoe ver het de plassen al is binnengedrongen weten we niet. Maar dat het hier zal komen en de Sluipwijkse polder zal bereiken, staat vast.'' Al regent het vandaag tientallen millimeters en doet Rijnland de sluizen weer dicht, het brakke water is binnen. Het zal zich hoe dan ook door de polder verspreiden.

Staatsbosbeheer vreest de gevolgen. ,,Zodra het zoute water de sloten binnendringt, zal een deel van de flora en fauna het loodje leggen. Een groot deel van de waterdieren, zoals libellen, zijn gevoelig voor chloride. En dan gaat het nog niet eens zozeer over de libellen die je nu ziet vliegen -kijk daar gaat een groene glazenwasser-, maar over de larven in de sloot, die soms pas na jaren het volwassen stadium bereiken. Die problemen op de lange termijn, daar maken we ons het meest zorgen over. Als het brakke water in de sloten zit, zal het langzaam maar zeker de veengrond binnendringen.'' Dat duurt een paar maanden. Juist om die reden concludeerden wetenschappers van TNO deze week dat een rigoreuze ingreep als het inlaten van brak water nauwelijks zin heeft. Op korte termijn wordt de grondwaterstand er niet hoger van.

,,Maar als het brakke water eenmaal binnen is, krijg je allerlei chemische omzettingen, waarbij voedingsstoffen die in het veen zitten vrijkomen. De stukjes 'schraalland', waar bijzondere orchideeënsoorten groeien, gaan er dan aan.''

Herstel treedt pas op als het regenwater het zoute water heeft verdrongen. Van Leerdam: ,,Dat is een langdurig proces. Dat weten we sinds de vorige extreem droge zomer van 1976, toen zout water werd ingelaten in Overijssel en de Weerribben binnendrong, ook een veenweidegebied. Jaren later vonden we in het centrum van het gebied nog steeds sporen van het brakke water.''

Staatsbosbeheer is niet de enige eigenaar van natuurreservaten in het Groene Hart. Ook Natuurmonumenten en het Zuid-Hollands Landschap ontfermen zich over veenweidegebieden. Ze proberen het cultuurlandschap te behouden zoals het er ruim vijftig jaar geleden nog uitzag: soppige weilanden doorsneden door talloze sloten, een walhalla voor weidevogels zoals de grutto, voor slootplanten zoals de krabbeschaar en voor talloze insekten.

Van die drie natuurbeheerders heeft vooral Staatsbosbeheer deze week schande geroepen over het inlaten van brak water bij Gouda. Natuurmonumenten is niet zo bezorgd over de Nieuwkoopse plassen, een veenweidegebied dat de vereniging in bezit heeft. Staatsbosbeheer-medewerker Van Leerdam denkt dat die organisatie minder te vrezen heeft van het zoute water: ,,De Nieuwkoopse plassen van Natuurmonumenten liggen wat verder weg van Gouda. Ze hebben ook een eigen watersysteem, het is een aparte polder. Dat betekent dat de inlaat van water kan worden gestopt als het brak wordt. Bovendien staat er een waterzuiveringsinstallatie.''

Ook de reservaten van Staatsbosbeheer lopen niet allemaal evenveel gevaar. Sommige hebben ook een eigen watersysteem, zoals het reservaat Lange Ruige Weide, ten oosten van de Reeuwijkse plassen. Het liefst zou Staatsbosbeheer alle natuurreservaten onderling met elkaar willen kunnen verbinden. Dat zou het waterbeheer een stuk eenvoudiger maken. Maar de organisatie kan niet zelf aanwijzen welke natuurgebieden het wil beheren. Staatsbosbeheer kan alleen grond aanschaffen die toevallig te koop wordt aangeboden. Het betekent dat de Sluipwijkse polder slechts met veel moeite te redden zal zijn.

Door die polder loopt een lange-afstandswandelpad. Het gaat eerst door een loofbosje, dan langs een sloot waarin een zwanengezin huist. Vervolgens door een weiland waarin slaperige koeien dicht bij elkaar een middagdutje doen in de zomerzon. En het eindigt op de hoge dijk van de Enkele Wiericke, een van de schaarse boezemwateren in Zuid-Holland die zoet gehouden kunnen worden met water uit de Oude Rijn. Bovenop de dijk is goed te zien dat het boezemwater meters hoger ligt dan de Reeuwijkse plassen en het Sluipwijkse polderreservaat.

,,We zijn in overleg met het waterschap om zoet water uit deze boezem het reservaat in de laten lopen als het zoute water dichtbij komt'', wijst Van Leerdam. ,,Dat gaat vrij simpel door een pijp neer te leggen. De zwaartekracht doet de rest. Op die manier ontstaat er tegendruk, stroomt er zoet water vanuit het reservaat naar de Reeuwijkse plassen. Dat houdt het zoute water buiten.''

Er zijn trouwens, elders in Zuid-Holland, ook polders die nú al veel 'zouter' zijn dan de polders die worden bedreigd door de inlaat van brak water. De droogte veroorzaakt enorme problemen in de diepste polders in Zuid-Holland, bekent Van Leerdam. Het gaat om oude droogmakerijen zoals Groot Mijdrecht, ten noorden van Mijdrecht. Die polders liggen zo diep dat er in tijden van extreme droogte zout in plaats van zoet water wordt opgepompd bij het droogmalen van de polder. In sommige diepe polders gaat het om kwelwater dat onder de duinen door komt, in andere om zeewater dat nog in de bodem zit uit de tijd dat de kustlijn veel oostelijker lag. Dat zoute water moet via de boezemwateren, zoals de Kromme Mijdrecht en de Waver, worden afgevoerd naar zee.

,,Het zoute water dat in die diepe polders wordt opgepompt is veel zouter dan het brakke water dat bij Gouda wordt ingelaten'', vertelt Van Leerdam. ,,Er zit 1000 tot 2000 milligram chloride per liter water in, het brakke water in de Hollandse IJssel bevat 350 milligram.'' Natuurgebieden die dit boezemwater nodig hebben, worden dus nog meer bedreigd dan de gebieden die met de zout waterinlaat uit de Hollandse IJssel te maken hebben.

Van Leerdam: ,,Ik denk dat het zoutprobleem in de diepe polders doorslaggevend is geweest voor de beslissing van Rijnland om brak water binnen te laten, niet het behoud van de paalkoppen. Landbouwbedrijven maken gebruik van het boezemwater. Om het zoute water sneller af te voeren naar zee, had men behoefte om het door te pompen met zoet water. Maar dan was wel inlaat uit de Hollandse IJssel nodig, want het grondwater moet op peil worden houden.''

Zuur, vindt Van Leerdam het, dat al deze problemen zich niet zouden voordoen als er een verstandiger waterbeleid zou worden gevoerd. ,,Zuid-Holland is de delta van Nederland. De Sluipwijker polder waar we nu staan, ligt twee meter onder zeeniveau. Dit zijn van orgine natte gebieden, daarom willen we dat zo houden.'' Hij wijst op een sloot, die een waterpeil heeft dat slechts twintig centimeter onder het weiland ligt. ,,Boeren vinden dat te nat, de grond wordt te moerassig, de koeien lopen de weilanden kapot en maaimachines zakken weg. Daarom willen zij een grondwaterstand van zestig centimeter onder het maaiveld. Het gevolg is dat er geen reservewater in de grond zit om extreme droogte op te vangen, want dat is afgevoerd naar zee. Een tweede gevolg is dat de inklinking, de bodemdaling, veel sneller gaat dan nodig is, waardoor we straks op veel meer plaatsen in een diepe-polder situatie terecht komen. Het is dus vreemd dat de staatssecretaris het Hoogheemraadschap Rijnland heeft opgeroepen om brak water in te laten, om 'onherstelbare schade' te voorkomen. Alsof die lage grondwaterstanden geen onherstelbare schade veroorzaken.''

Van Leerdam wijst naar de polder Abessinië, die aan de Sluipwijkse polder grenst. ,,Daar wil het waterschap een peilverlaging van 35 centimeter doorvoeren. Niet omdat de mensen natte voeten krijgen, maar omdat de boeren daarom vragen. Want als er veen droog valt komen er veel voedingsstoffen vrij, die als mest inwerken op de gewassen. Dat scheelt boeren geld.''

Van Leerdam wil wel gezegd hebben dat hij niets tegen de boeren in het veenweidegebied heeft. ,,Ze moeten concurreren met boeren in gebieden die minder nat zijn. We moeten gewoon vaststellen dat er grote dilemma's zitten in het waterbeheer van de veenweidegebieden. Maar juist omdat die dilemma's bekend zijn sta ik met mijn oren te klapperen als ik hoor dat er nog steeds voorstellen worden gedaan die geen enkele rekening houden met de pieken en dalen in de wateraanvoer. Vooral omdat die door de veranderingen in het klimaat vaker zullen optreden.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden