Opinie

Droog Brood brengt ontregelende humor met een melancholieke ondertoon.

Op het podium staat een bos. Bomen, blaadjes. Het licht is zacht, er klinkt dromerige muziek. De vogels kwinkeleren. Eerst komt Bas Hoeflaak op, gekleed in een lange, groene tweedjas. Peter van de Witte komt van de andere kant en heeft een lange tweedjas met ruitmotief aan.

De mannen kunnen de slaap niet vatten, komen in het bos om hun 'hoofd leeg te maken'. De eerste kennismaking verloopt stroef. Wellicht omdat de ene man plompverloren aan de ander vraagt: “Hou jij van je zelf?“

De derde voorstelling van het duo Droog Brood heet 'Omwille van de Smeer' en speelt zich in en om dit bos af. In een aangenaam ritme trekt een rij korte, komische scènes aan het oog voorbij. Bizarre ontmoetingen tussen allerlei mensen. Zoals die ene man die met getrokken pistool op zoek is naar zijn kinderen. Een toevallige voorbijganger die zijn hond uitlaat, wijst hem keurig de weg. De viervoeter wisselt en passant van eigenaar, omdat de pistoolman dwingend zegt: “Ja, ik neem hem.“

Steeds staat de menselijke miscommunicatie centraal. Uiteindelijk blijkt: hoezeer je ook je best doet om een ander te begrijpen, je vindt elkaar nooit voor 100 procent.

Bas Hoeflaak (32): “Wij doen zelf niet zo heel grappig, het zijn meer de situaties waar onze personages zich in begeven die vaak grappig zijn. Er ontstaat frictie, waardoor het geheel vrij droog lijkt.“

Peter van de Witte (30): “We stellen ons wel een beetje aan, hoor. In de overdrijving zit immers veel humor, maar wij proberen dat heel subtiel te doen.“

En zo kan het dat twee vrienden die elkaar twintig jaar niet hebben gezien - de een is naar Australië geëmigreerd - ineens weer voor elkaar staan en alleen maar platitudes uitwisselen. Na vier zinnen weten ze niet meer wat ze nog tegen elkaar moeten zeggen.

Van de Witte: “We kijken gewoon wat er gebeurt als we dat doen. Zo is die scène ontstaan in de repetitieruimte. We hadden 'In de hoofdrol' van Mies Bouwman voor ogen. Dat wordt altijd opgeklopt met een showband enzo. Wij wilden het spelen alsof je elkaar een uur voor de voorstelling nog hebt gesproken.“

Hoeflaak: “Omdat mensen altijd heel enthousiast doen in dat soort programma's. Het is allemaal erg gebaseerd op de emotie, op de gevoeligheid van het moment.“

Van de Witte: “Terwijl je er van uit kan gaan dat als mensen elkaar 20 jaar niet meer gezien of gesproken hebben, daar wel een reden voor zal zijn! Ik vind het dan de sport om die scène zo neutraal mogelijk te laten zien aan het publiek. Wij zijn op zoek naar een soort humor waarin je gelooft wat je ziet, terwijl het eigenlijk niet kan.“

Hoeflaak: “Geloofwaardigheid is belangrijk, ja. We spelen zo realistisch mogelijk.“

Van de Witte: “Onze eindscène is een blind date tussen twee mannen. Je moet geloven dat je daar stiekem bij zit, dat het écht gebeurt.“

Hoeflaak: “Laatst zaten we in een bus en toen kwam er een vrouw tegenover ons zitten. Ze begon heel hard te huilen...“

Van de Witte: “Er gebeurde iets dat wij normaal als uitgangspunt nemen voor een scène.“

Hoeflaak: “Ja, normaal spélen wij dat. Dus ik keek naar Peter, wat hij deed. Ik dacht: we moeten reageren, maar hij keek totaal blanco.“

Van de Witte: “Jij moest lachen!“

Hoeflaak: “Die vrouw zei met bitse stem: 'Als jij zo graag wil lachen om andermans leed moet je dat doen, maar mijn leven is kapot. Ik ben een hoer, ik ben vreemd gegaan, dat had ik nooit moeten doen. Ik ben een slecht mens.' Echt zo'n verhaal kwam eruit. En Droog Brood zat daar...te zitten. Met de mond vol tanden!“

'Omwille van de Smeer' ging onlangs in première en kreeg lovende kritieken. De humor van Hoeflaak en Van de Witte werd vergeleken met onder meer Toon Hermans, Monty Python en Van Kooten en De Bie.

Het is ontregelende humor die de heren brengen, droog en absurdistisch, met een melancholieke ondertoon. Met vaak rare dialogen of uitspraken als: 'Heb je een boek gelezen? Je praat als een idioot.' De vergelijkingen met de grootheden vinden ze 'vleiend'.

Van de Witte: “Ik heb zelf op de een of andere manier altijd een sterke associatie - hoewel het iets totaal anders is wat wij doen - met Koot en Bie. Zeker de Koot en Bie van de elpees die ze hebben gemaakt. Je ziet dat het tussen die twee altijd een beetje morrelt, maar dat ze elkaar ook heel erg aanvullen. Ook fysiek kun je ons vergelijken: ik ben een soort lange vent en Bas is meer een kleinere druktemaker.“

Hoeflaak: “De kracht van ons duo zijn wij tweeën. De verschillen tussen ons. Peter is misschien wat afstandelijker en beschouwender, ik zit er meer als een hond, met mijn neus in.“

De heren spelen in 'Omwille van de Smeer' bijna voortdurend met de verbeelding van het publiek. Ze laten zien hoe de mannen die ze spelen in het bos toenadering tot elkaar proberen te zoeken. Of het lukt, wordt in het midden gelaten.

Van de Witte: “Uiteindelijk net als in het echt. Daar weet je het ook niet precies. Je kunt nu eenmaal iemand nooit helemáál vinden. Dat is ook niet erg. Het mooie van het leven is dat je er toch allemaal naar blijft streven.“

Hoeflaak: “Ja, dat je het probéért. Die strijd voeren we met zijn allen elke dag. Het is een fantastisch thema, we kunnen nog jaren vooruit.“

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden