Drones V Het wettigste wapen?

Drones zijn onmisbaar geworden in de moderne oorlog. Vandaag in het laatste deel van een serie over dit op afstand bestuurde, onbemande vliegtuig: wat zijn de regels voor het gebruik van drones, en wie bepaalt ze? Wikken en wegen op Terror Tuesday.

Denk je even in dat je in Syracuse woont. Een heel gewone stad in de staat New York. Je komt uit je werk, rijdt langs het winkelcentrum, staat te wachten voor het stoplicht. Voor je staat net zo'n auto als die van jou, met een man erin, net zo gewoon als jijzelf. Je zou nooit vermoeden dat die net een paar mensen heeft doodgemaakt in Afghanistan. En dat hij na een avond uitrusten, misschien wat dollen met de kinderen en een goede nacht slaap, morgen weer naar zijn werk rijdt voor weer een werkdag achter de stuurknuppel van een Reaper-drone van de Amerikaanse luchtmacht.

Die man bestaat, er zijn er meer dan duizend, en hun werk op de luchtmachtbases Hancock bij Syracuse en Creech bij Las Vegas werd deze zomer in detail beschreven in de New York Times. De krant sprak met kolonel Scott Brenton en met Dave, Ted, Will en Joshua. Van gewone piloten alleen voornamen vermelden, vroeg de luchtmacht. Dave, Ted, Will en Joshua zijn niet geliefd bij de taliban. Hun achternaam, denken ze, maakt ze net iets te makkelijk te vinden.

Er wordt veel nagedacht in de VS over het werk dat deze piloten doen. Over het feit dat vanaf Hancock geen F-16's meer vliegen, alleen nog Reapers, de grote broer van de bekendere Predator. Over het gegeven dat de luchtmacht vorig jaar meer piloten voor drones opleidde dan voor gewone vliegtuigen. Over de vraag of wat deze piloten op afstand in Afghanistan doen, en hun collega's van de CIA in Pakistan en Jemen, wel legaal is. En als het legaal is, of het dan ook ethisch is. Scott uit Syracuse: is hij een sluipmoordenaar of een held?

Voor militairen in Afghanistan is het duidelijk. Luchtsteun van een drone is een godsgeschenk, heel anders dan van een straaljager of helikopter, die alleen in noodgevallen komt en nooit lang blijft. Ted 'vloog' eens vijf uur boven een groep die op patrouille was, zodat iedereen in die tijd zou kunnen slapen. Ze lieten dankbaar een van hen wakker blijven om met de piloot te praten die een halve wereld verderop, bij daglicht, de omgeving voor hen in de gaten hield.

Voor Nasser al-Awlaki zijn het moordenaars, en de Amerikaanse president erbij. Op 30 september 2011 doodde een aanval in Jemen door een drone zijn zoon, Anwar al-Awlaki. Anwar was Jemenitisch en Amerikaans staatsburger, maar vooral: een 'haatimam' en inspirator van zeker twee aanslagen: de moordpartij door een leger-psychiater in Fort Hood in Texas in 2009 en de poging van de 'onderbroekterrorist' die later dat jaar een toestel van Amsterdam naar Detroit trachtte op te blazen.

De dood van Al-Awlaki was aangezegd. Al geruime tijd voor de Hellfire-raket hem trof, was via Amerikaanse media uitgelekt dat hij op een dodenlijst van de Amerikaanse regering stond. Dat was een zorg voor de vader, maar ook voor een aantal juristen in de VS, die zich afvroegen of de Amerikaanse regering zich hier niet opstelde als aanklager, jury en doodvonnis-wijzende rechter tegelijk. Dat Al-Awlaki Amerikaan was, maakte die vraag nog dringender: de Amerikaanse grondwet geeft hem rechten, zoals dat op 'een behoorlijk proces', die een Pakistaan of Jemeniet niet zomaar in Washington kan opeisen.

Zulke vragen worden in de VS doorgaans door het Hooggerechtshof beslist, maar een rechtszaak die vader Nasser aanspande, liep al spaak bij een lagere rechter, die besliste dat de vader niet ontvankelijk was. De zoon zou dat wel zijn, maar die, stelde de rechter vast, ondernam geen enkele poging om zich voor een normaal proces ter beschikking van de Amerikaanse autoriteiten te stellen.

Dat heb je zo met vijanden in een oorlog, redeneert de Amerikaanse regering. En zo lang het over Afghanistan gaat, waar de VS in oorlog zijn met Al-Kaida en de taliban, bondgenoten van Al-Kaida ten tijde van de aanslagen van 11 september 2001, hebben ze daar vermoedelijk gelijk in. Als het over Pakistan en Jemen gaat, is de zaak minder duidelijk.

Zo maakt de VN-rapporteur die zich bezighoudt met 'buitengerechtelijke executies', Christof Heyns, zich grote zorgen over die activiteiten. "Het is moeilijk in te zien hoe aanvallen in 2012 nog kunnen worden gerechtvaardigd als antwoord op gebeurtenissen in 2001", zei hij in juni in Genève. Sommige ervan, waarbij na een eerste raket hulpverleners door een tweede werden getroffen, kunnen oorlogsmisdaden zijn.

Maar de Amerikaanse regering beroept zich als rechtvaardiging voor activiteiten in andere landen (die ze niet specifiek noemt) net zo goed op de resolutie van het Congres na 9/11, waarin de regering-Bush toestemming kreeg voor gewapende actie tegen de daders van die aanslagen en hun bondgenoten. Dat gebeurde in een serie toespraken, telkens wat concreter, van hoge juridische en veiligheidsfunctionarissen. "Het is de weloverwogen visie van deze regering, dat de praktijk van gerichte acties, uitgevoerd met behulp van onbemande vliegtuigen, voldoen aan alle toepasselijke wetten, daarbij inbegrepen het oorlogsrecht", zei Harold Koh in maart 2010. Koh is juridisch adviseur van de minister van buitenlandse zaken. Tot zijn benoeming in 2009 was hij een hoog aangeschreven jurist op het gebied van mensenrechten en internationaal recht, en in zijn huidige functie heeft hij binnenskamers het laatste woord over de wettigheid of onwettigheid van voorgenomen beleid.

April dit jaar was de beurt aan de veiligheidsadviseur van president Barack Obama, John Brennan. "Ja, in volledige overeenstemming met de wet - en met als doel het voorkomen van terroristische aanvallen op de VS en Amerikaanse levens te redden - voert de Amerikaanse regering gerichte aanvallen uit op specifieke Al-Kaida-terroristen, soms met gebruikmaking van op afstand bestuurde vliegtuigen, in de wandeling drones genoemd", zei hij in een toespraak.

Ook volgens Brennan is het wereldwijde gebruik van drones een kwestie van zelfverdediging. "En er is niets in het internationale recht dat het gebruik van op afstand bestuurde vliegtuigen verbiedt voor dit doel, of dat ons verbiedt om dodelijk geweld te gebruiken buiten een actief slagveld, tenminste wanneer het betrokken land het toestaat, of niet in staat of bereid is om actie tegen de dreiging te ondernemen."

De aanvallen kunnen volgens Brennan ook ethisch door de beugel. "Zonder twijfel roept het vermogen om de aanval op een specifiek individu te richten - van honderden of duizenden mijlen ver - vragen op." De aanvallen voldoen volgens hem echter aan het oorlogsrecht, omdat ze aan de drie criteria voor toelaatbaar geweld voldoen: ze zijn nodig, ze maken voldoende onderscheid tussen burgers en strijders, en ze staan in verhouding tot het te bereiken doel. "Gerichte aanslagen zijn wijs", benadrukte Brennan zelfs. "Vanwege de mogelijkheid om snel gebruik te maken van een mogelijkheid die zich voordoet, en omdat ze dramatisch de risico's voor de betrokken manschappen verkleinen. Maar ze zijn ook wijs omdat ze de gevaren voor onschuldige burgers dramatisch verkleinen."

Verkleinen, maar niet uitsluiten. In een minutieuze reconstructie in de Los Angeles Times van een drone-aanval in februari 2010 in Afghanistan lees je hoe langzaam maar zeker een fataal misverstand ontstaat tussen een patrouille op de grond, een drone-piloot en de camerabestuurder naast hem op luchtmachtbasis Creech in Nevada, en een beoordelingsteam op een basis in Florida.

De drone volgt een konvooi van drie auto's, die zijn samengekomen uit drie dorpjes in de zuidelijke provincie Daikundi. Ze rijden in de richting van Amerikaanse troepen die daar op patrouille zijn. Een drone, bestuurd vanuit de basis Creech in Nevada, gaat op onderzoek uit. Al gauw lijkt het erop dat geen aanval kan plaatsvinden, omdat er kinderen bij lijken te zijn. Die worden gezien door een team beoordelaars, dat meekijkt met de beelden van drones uit heel Afghanistan in weer een andere basis, in Okaloosa in Florida.

Dat levert frustratie op bij de piloot en de camerabestuurder naast hem. "Gelul, waar dan?", zegt de laatste. "Waarom zeggen ze niet 'mogelijk' een kind", moppert de piloot. "Waarom zijn ze altijd zo snel met 'kind' roepen, maar niet met 'geweer'?"

Dat 'mogelijk' voegen ze er vervolgens zelf aan toe in gesprekken met de commandant van de militairen in Afghanistan, die het bevel voor een eventuele aanval moet geven. Later wordt vanuit Florida alleen nog 'een tiener' bevestigd, later omschreven als 'tiener of jongeman', die nog later een wapen toegeschreven krijgt. "Twaalf of dertien jaar oud met een wapen is net zo gevaarlijk", zegt de militair die vanuit Afghanistan het contact met Nevada onderhoudt. Inmiddels zijn de auto's, zonder het te weten, de Amerikaanse troepen al gepasseerd, op weg naar de enige snelweg van Afghanistan. Ze stoppen en de passagiers verrichten het ochtendgebed. Als ze weer willen instappen, komt het bevel voor de aanval.

Pas daarna wordt de observerende militairen in de VS duidelijk dat iets niet in de haak is. "Weet je wat zo gek is: niemand rende weg", zei een van hen. Een ander: "Ja, dat was wel typisch". Daarna zagen ze mensen wapperen met kledingstukken, als teken van overgave. "Wat zijn dat?" vroeg Nevada. "Vrouwen en kinderen", antwoordde Florida.

De onnodige aanval - waarbij in de Amerikaanse versie 'minstens 15 of 16' mensen gedood werden, of 23 in de Afghaanse versie - kon onder andere plaatsvinden doordat de piloot en zijn camerabestuurder zoveel informatie moesten verwerken en zoveel gesprekken tegelijk moesten voeren dat ze het overzicht kwijtraakten, zo stelde het leger achteraf vast. Sindsdien is er hard gewerkt aan het verbeteren van de communicatiemiddelen, en het korter maken van de lijnen: de beoordelaars in Florida praten nu ook rechtstreeks met de troepen in Afghanistan.

Dat heeft geleid, claimt de Amerikaanse regering, tot een spectaculaire vermindering van het aantal burgerslachtoffers bij drone-aanvallen. In Pakistan zouden er soms maandenlang zelfs helemaal geen burgerdoden vallen bij deze aanvallen, en wel honderden taliban- of Al-Kaidastrijders. Daarbij wordt wel een heel soepele definitie gebruikt: een 'man van militaire leeftijd' die omkomt, geldt als strijder tenzij uit onderzoek achteraf blijkt dat hij toch echt een gewone burger was.

Nu is het voorkomen van burgerdoden geen absolute plicht: burgers doden mag geen doel op zich zijn, en met dode burgers als betreurenswaardige bijkomstigheid moet het niet te gek worden, is ongeveer de portee van de toepasselijke artikelen uit de Geneefse Conventies. Maar het is altijd meegenomen, zou je zeggen, als een leger beschikt over een wapen dat burgers relatief vaak spaart.

Toch kan dat een probleem zijn, zegt mensenrechten-jurist Daniel Rothenberg van de Arizona State University in Tempe. "Drones bergen om die reden de belofte in zich van een oorlog die volkomen wettig is, waarin alleen strijdende militairen gevaar lopen. Dat is in de geschiedenis nog niet voorgekomen; oorlog voeren is altijd een worsteling geweest om het zo wettig mogelijk te doen."

Drones zouden volgens sommige juristen daardoor de drempel voor het beginnen van een oorlog gevaarlijk laag kunnen maken. Rothenberg: "Het klinkt geweldig, het is het gedroomde gewapende conflict, het tegenovergestelde van een tapijtbombardement zoals je ze in de Tweede Wereldoorlog zo veel had. Maar we vinden drones met zijn allen ook eng. Maken ze de oorlog voor degenen die ze voeren niet zorgwekkend onrealistisch? Gaan straks machines zelf beslissingen nemen over aanvallen of verdedigen? Oorlog is complex, uiteindelijk is het politiek. Technische vooruitgang kan allerlei gevolgen hebben. Of drones wel zo positief zijn, is een open vraag."

Die tweeslachtigheid lijkt hij te delen met degene die uiteindelijk verantwoordelijk is voor elke Hellfire die door een Amerikaanse drone wordt afgevuurd: president Barack Obama. In een artikel in de New York Times eerder dit jaar mochten vertrouwden van de president vertellen hoe elke dinsdag, 'Terror Tuesday', een twintigtal mensen in het Witte Huis wikt en weegt of bepaalde personen op de dodenlijst moeten komen. Opzienbarend was vooral dat Obama in de vergaderingen over die ter dood veroordeelden regelmatig een leidende rol speelt. Hij kijkt naar hun foto's, leest over hun achtergronden, wil elke naam goedkeuren voor die op de lijst mag, en als een aanval tot de mogelijkheden behoort, beslist hij vaak zelf over het al of niet uitvoeren ervan.

Die werkwijze suggereert dat Obama, die aan de universiteit van Chicago lesgaf in de Grondwet vlak voor hij in de politiek ging, overtuigd is van de effectiviteit van drone-aanvallen, maar ze moreel op het randje vindt. Dat zijn veel critici van het drone-programma met hem eens. "Welke kandidaat je in november ook kiest, weet dat je niet alleen een president van de VS kiest, maar ook een opper-sluipmoordenaar", schreef defensie-journalist Tom Engelhardt in juni op zijn blog TomDispatch.

Of hij met die kwalificatie gelijk heeft, hangt in de Amerikaanse context af van de vraag of iemand als Anwar Al-Awlaki recht had op een 'passend proces', en zo ja, of hij dat enigszins gekregen heeft. Op dat laatste antwoordt de Amerikaanse regering bevestigend. Het is alleen geen proces voor een rechter, maar een zorgvuldige afweging binnen de regering zelf.

Maar of daarbij bijvoorbeeld iemand het expliciet opneemt voor een op de dodenlijst geplaatste, of die een advocaat heeft dus, weet niemand. En dat is op den duur onhoudbaar, zegt David Cole, hoogleraar constitutioneel recht aan de Georgetown Universiteit in Washington. "Of het nu gaat om observatie of aanvallen, het is allemaal niet per definitie illegaal, maar er moeten zorgvuldige grondwettelijke beperkingen aan gesteld worden. En of dat nu zo is, vertelt de regering ons niet, niet in voldoende detail."

En zolang die details niet komen, ziet hij de weerstand tegen de drones toenemen, in binnen- en buitenland. "Je moet vertrouwen wekken, legitimiteit veroveren; nu worden de drone-aanvallen gezien als Amerikaans spierballenvertoon. En andere landen zullen ook drones ontwikkelen. Dat iedereen die maar ongebreideld kan gebruiken, is geen goed idee, daar is de wereldvrede niet mee geholpen."

Theoretisch zou je het gebruik van drones aan banden kunnen leggen met een verdrag, net zoals dat is gebeurd met atoomwapens, chemische wapens en clusterbommen. Maar daar gelooft Cole niet in. "Op korte termijn zeker niet. Op korte termijn is de situatie gewoon dat de VS aan het improviseren zijn. Er zijn nog geen echte regels voor, behalve dat de regering zegt dat ze wel regels hebben. We moeten voortdurend druk blijven uitoefenen, zodat ze die uiteindelijk aan ons laten zien."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden