'Drone-aanvallen zijn onmenselijk'

Een demonstratie tegen Amerikaanse drones in Pakistan.Beeld AFP

Het was 17 maart 2011. Ayaz Khan en tientallen tribale leiders en, volgens nieuwsberichten, zeker vier talibanleden waren bijeen in Datta Khel, een dorp in de Pakistaanse regio Noord-Waziristan, nabij de Afghaanse grens. Ze wilden een ruzie over een chromietmijn oplossen. Khan was net naar het toilet. Plotseling bombardeerde een drone de bijeenkomst twee keer. "Ik hoorde een oorverdovend lawaai. Tien minuten lang kon ik niets zien vanwege het stof, maar ik hoorde schreeuwen om hulp. Het rook naar explosieven. Het was vreselijk, ik was in shock. Ik zag dode mensen, hoofden, lichaamsdelen, verbrande kleding."

Dertien familileden van Khan, onder wie zijn broer, kwamen om. In totaal werden meer dan veertig mensen gedood. Ayaz Khan en andere nabestaanden zijn een rechtszaak begonnen tegen Jonathan Banks, destijds hoofd van de CIA in Islamabad, en tegen de Pakistaanse staat: die zou de bescherming van burgers tegen drone-aanslagen hebben nagelaten. Veel burgers uit het tribale gebied kampen met psychische problemen. Deze gebieden met een hoge mate van zelfbestuur zijn mikpunt van drones omdat ze broeihaard zijn van terroristische groeperingen.

Stress
Psychiatrische ziekenhuizen in Peshawar constateren een forse toename van het aantal patiënten uit de tribale gebieden. Hun klachten komen voort uit angst voor drones, en voor de gevechten tussen het Pakistaanse leger en de taliban, die in grote delen van de tribale gebieden heersen. Zij klagen over slapeloosheid, vermoeidheid, stress, apathie en traumasyndromen, zegt Khalid Mufti, hoofd van het Ibadat psychiatrisch ziekenhuis in Peshawar.

Abdullada, een boer uit Datta Khel, weet hoe dat voelt. Vijf jaar geleden sloeg een drone toe in het huis van zijn buurman. Toen hij de gewonden wilde helpen volgde een tweede aanslag. Hij verloor daarbij een oog. Dagelijks spoken de beelden van doden en gewonden bij de aanval door zijn hoofd. "Ik voel me constant gespannen. Ik heb buikproblemen. Ik moet er medicijnen voor nemen, anders kan ik niet normaal leven."

Volgens Mufti is het gebruik van kalmeringsmiddelen in de tribale gebieden enorm gestegen. "Het gaat om miljoenen mensen", zegt hij.

Niemand helpt
De drone-slachtoffers voelen zich in de steek gelaten door hun overheid. "We hebben onze lokale leiders, de premier en de president gevraagd om hulp, maar ze reageerden niet. Niemand helpt ons. Waarom houdt Pakistan de drone-aanslagen niet tegen?", vraagt Abdullada.

De regering klaagt wel geregeld dat de aanslagen door onbemande Amerikaanse toestellen 's lands soevereiniteit schenden. Maar dat is niet genoeg, zegt Asad Durrani, een oud- hoofd van de geheime dienst en gepensioneerd generaal. "Als het je ernst is, dan zeg je 'nu is het afgelopen met onze samenwerking'. Maar ons leiderschap is zwak."

Het gaat volgens minister Bashir Bilour van de provincie Khyber-Pakthoonkwa, die naast de tribale gebieden ligt, om wie de knoppen bedient. "Als ze willen dat we het de terroristen moeilijk maken, moeten ze ons de technologie voor drones geven."

Protesteren en negeren
Het beleid van de Pakistaanse regering is dubbelzinnig. Een hoge Pakistaanse ambtenaar erkende in een interview vorig jaar dat een stilzwijgende overeenkomst met de Amerikanen bestaat om drone-aanslagen toe te staan, en dat te ontkennen, omwille van de publieke opinie. Dat komt overeen met een bericht van een voormalige Amerikaanse ambassadeur in Pakistan in 2008, gepubliceerd door Wikileaks. Een Pakistaanse minister zou haar hebben gezegd: "Het maakt me niet uit of ze het doen, zolang ze maar de juiste mensen pakken. We protesteren in het parlement en dan negeren we het."

Veel slachtoffers hebben het gevoel verloren dat ze bij Pakistan horen, zegt Mirza Shahzad Akbar, een advocaat die tientallen slachtoffers van drones verdedigt in rechtszaken tegen de staat en de CIA. "Ze zijn in de war. Ze zijn Pakistaanse staatsburgers, maar de overheid beschermt hen niet."

De aanvallen tasten het maatschappelijk leven aan. Moskeeën, huizen en winkels zijn kapot; grote kraters markeren bominslagen. "Ouders laten hun kinderen liever niet buiten spelen", zegt Ayaz Khan.

Haat tegen Amerika
Pakistanen demonstreren wel tegen drone-aanslagen, maar ze tonen vooral hun haat tegen Amerika, met leuzen en vlagverbrandingen. De slachtoffers komen in hun leuzen zelden voor. Veel slachtoffers zijn daarover teleurgesteld, zegt Akbar.

Hij citeert een rapport van onderzoekers van de New York University en Stanford University van vorige maand. Daarin staat dat slechts 2 procent van de doden door drones leidinggevende militanten zijn. In juli vorig jaar berichtte het Bureau of Investigative Journalism dat sinds 2004 474 tot 884 burgers zijn omgekomen bij drone-aanslagen, onder wie 176 kinderen. "Waarom moeten de nabestaanden en slachtoffers eindeloos uitleggen dat ze niet tegen Pakistan of de VS vechten?", vraagt Akbar.

Toch is dat precies wat de 26-jarige techniekstudent Malik Din doet, tijdens een demonstratie tegen aanslagen door drones op 7 oktober. Het is de eerste echt grote demonstratie tegen drone-aanvallen, geleid door Imran Khan, een voormalige cricketster met zijn eigen politieke partij. Naast aanhangers van Khan doen zo'n dertig Amerikaanse activisten mee. "Ik sta vandaag de media te woord omdat ik geen terrorist was en geen terrorist ben", zegt Din stellig. Hij moest het al eens eerder uitleggen, nadat hij licht gewond was geraakt bij een drone-aanslag op een begrafenisstoet in 2009, waarbij zeker tachtig mensen om het leven kwamen. "Het leger pakte me op en hield me twee maanden vast, omdat ze dachten dat ik een terrorist was. Daarna hadden ze pas door dat ik student was."

Ook Din lukt het maar niet om het spookbeeld van de aanslag kwijt te raken. "Het slachten van tachtig kippen is moeilijk, maar het beeld van tientallen mensen die uiteengereten zijn - hoe kan ik dat vergeten?"

Vergoeding
Ondanks de slachtoffers zijn zelfs in de tribale gebieden mensen te vinden die de drone-aanslagen steunen. Uit een peiling van de Pakistaanse organisatie Community Appraisal and Motivation Program bleek bijna een kwart van de ondervraagden drone-aanslagen te steunen. Hoe dichterbij de plek van de aanslagen, hoe lager de steun, dat wel.

Sommige mensen rechtvaardigen de aanvallen omdat daarbij militanten worden gedood. De vaak gehoorde redenering dat mensen die in de buurt van de militanten waren wel met hen zullen hebben geheuld, klopt niet, zegt Ayaz Khan, wiens woongebied Noord -Waziristan in de praktijk wordt gedomineerd door de taliban. "Sommige familieleden behoren tot de taliban, want zonder goede relatie met de taliban kan men niet leven in Noord-Waziristan."

Khans familie moet zich houden aan de wetten van de taliban. Toen de Pakistaanse overheid geld aanbood aan de nabestaanden van de slachtoffers van de drone-aanslag, verhinderde de taliban de uitkering ervan. "Ze zeiden: als je dit bedrag aanneemt, verbannen we je of vermoorden je en verbranden je huis."

Getipt
Ook wreekte de taliban zich op iemand die ze ervan verdachten dat hij de Amerikanen getipt had over de aanwezigheid van talibanleden. Hij zou een van de leden in de vergadering hebben voorzien van een chip, waarop de drone kon koersen. De taliban vermoordde drie van zijn familieleden. De man zelf vluchtte naar de Verenigde Arabische Emiraten.

Khan hoopt zijn recht te krijgen via de rechtbank, maar zijn zaken verlopen tergend langzaam. "Ik weet niet wat de wet over drone-aanslagen zegt, maar ik weet dat ze onmenselijk zijn. Als de VS problemen hebben met de taliban, waarom vermoorden ze dan onschuldige mensen?"

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden