Dromers

De wereld bleek groter dan Amstelveen. Woester en gevaarlijker

Door alle nationale campagnes ter bevordering van het lezen, waarvan de Boekenweek er een is, zou je bijna vergeten dat het nut van lezen niet zomaar vaststaat. Het is in elk geval nogal een asociale activiteit. Wat doen lezers nou helemaal, behalve wegdromen bij een leven dat het hunne niet is? Is hun eigen bestaan soms niet boeiend genoeg? Mankeert er iets aan hun eigen huisgenoten dat ze hun neus in een boek stoppen om te weten 'hoe het afloopt' - met wildvreemden die niet eens echt bestaan? Zijn er niet legio activiteiten waarmee ze hun omgeving een grotere dienst zouden bewijzen? Al die leesuren zouden benut kunnen worden voor vrijwilligerswerk of voor familiebezoek. Of voor een grondige schoonmaak van het huis.

Dat onze samenleving lezers nog duldt, is waarschijnlijk te danken aan de regelmatig in de media geciteerde onderzoekjes waaruit zou blijken dat de omgang met boeken empathie bevordert of hersengebieden activeert die anders braak zouden liggen. Allicht wordt zulk nieuws door lezers graag wereldkundig gemaakt of 'gedeeld', aan de keukentafel of via Twitter. Misschien niet zozeer omdat ze er zelf in geloven (ze weten best hoe genotzuchtig en egoïstisch ze zich gedragen), maar omdat het verstokte lezers een alibi verschaft om zich nog langer afzijdig te houden.

Lezen is ontsnappen, daarin lijkt het op reizen. Je hebt er alleen minder geld voor nodig. Dat maakte het boek in de vorige twee eeuwen tot ideaal voertuig van de fantasie, voor wie zijn huis of dorp niet uit kon. Zoals de dorpelingen in Edgar Reitz' bezienswaardige film 'Die andere Heimat', die zich afspeelt op de Hunsrück, in het jaar 1842. In het koude, modderige dorp Schabbach waar Reitz ons mee naar toe neemt, is iedereen op elkaar aangewezen. Maar terwijl de smid van het dorp zich afbeult om zijn gezin te kunnen voeden, onttrekt zoon Jakob zich keer op keer aan het werk in de smidse om buiten het dorp in een boom een boek te gaan zitten lezen. Een boek over Brazilië, waar het altijd warm is. Waar indianenstammen leven, en kleurige vogels die hij bij hun namen kent, maar nooit in het echt te zien zal krijgen.

Ook een comfortabel leven kan leiden tot vluchtgedrag. Zelf groeide ik op in Amstelveen, waar ik niets tekortgekomen ben. De kachel brandde, de supermarkt was dichtbij en in de zomer gingen we steevast naar Frankrijk. Misschien droomde ik daarom zo graag weg bij 'De kinderkaravaan' van An Rutgers van der Loeff, waarin zeven weeskinderen (na een aanval van indianen hebben hun ouders het leven gelaten) met een graatmagere koe en een pasgeboren baby in hun armen door de Rocky Mountains trekken, naar het beloofde land Oregon. Als ze op een kwade dag eigenhandig een hert moeten schieten om hun honger te stillen staat er: "Ze waren nog geen kinderen van de wildernis, maar ze zouden het worden." Die zin bracht mij in verrukking. De wereld was groter dan Amstelveen, woester en gevaarlijker.

Deze speciale bijlage van Letter&Geest richt zich tot al diegenenen die zich koppig blijven verzetten tegen de druk van nut en noodzaak, die zich blijven afzonderen om te lezen en hun gedachten vrijelijk laten uitzwermen over nog niet uitgesleten paden.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden