Dromen van kleine klassen

De leerkrachten van de Circuitschool in Deventer werken graag op hun school, waar veel leerlingen een achterstand hebben. Maar als de klassen kleiner zouden zijn en het lesmateriaal moderner, zouden ze niet meer zo achter de feiten aan hoeven te rennen.

Maaike van Houten en Cees van der Laan

Een derde allochtone kinderen, en twee derde Nederlands: dat vindt het groepje moeders verzameld onder de oude boom op het schoolplein een prima verdeling. Daarom hebben ze hun kind naar de Deventer Circuitschool gestuurd, en niet naar de naastgelegen openbare school. ,,Daar zit maar één Nederlands meisje!''

De protestant-christelijke Circuitschool staat in een oude stadswijk vlakbij het centrum van Deventer, een wijk waar de inkomens laag liggen en werkloosheid en arbeidsongeschiktheid relatief hoog scoren. De openbare en de christelijke school delen een oud schoolgebouw, dat er al net zo sjofel uitziet als de omliggende, doorgaans kleine woningen. Na een fikse opknapbeurt zou de school met het karakteristieke pand nog jaren uit de voeten kunnen, maar van de gemeente moet het gebouw tegen de vlakte en komt er nieuwbouw.

Dat is dan ook meteen het enige punt van kritiek dat de moeders hebben. Voor de rest is de school prima, zeggen ze, de leerkrachten zijn aardig, de kinderen kunnen elk halfjaar naar een volgende groep en ach, die godsdienstlessen kunnen geen kwaad.

Prettig is ook dat er wel buitenlandse kinderen op de school zitten, maar dat ze niet de overhand hebben. Van de 261 leerlingen op de Circuitschool is ongeveer een derde allochtoon, wat overeenkomt met het percentage allochtone kinderen in heel Deventer. Die zitten echter niet zo precies verdeeld over alle Deventer basisscholen; ook Deventer kent zijn witte en zwarte scholen -de wethouder van onderwijs, Antoine Scholten, zit in het monumentale stadhuis nog na te hijgen van een levensgroot conflict met Turkse ouders die gemengd onderwijs eisen. Hij heeft dit voorlopig weten te sussen door een bemiddelaar aan te stellen.

Scholten zou niet weten hoe hij de segregatie in het onderwijs tegen moet gaan. Dat kan alleen door de onderwijsvrijheid geweld aan te doen, of door de vrije schoolkeuze van ouders te dwarsbomen, zegt hij. Voor beide opties voelt hij niet, al was het maar om praktische redenen: ,,Ik heb niet de illusie dat je kinderen uit Vinex-wijken in een busje krijgt om naar scholen te rijden in wijken met veel allochtonen.''

De gemeente kan wel de scholen in de achterstandswijken zoveel mogelijk te hulp schieten. De liberale Scholten is er trots op dat openbaar en bijzonder onderwijs over de scheidslijnen zijn heengesprongen, en gezamenlijk een stichting hebben opgericht die het geld voor bestrijding van achterstanden verdeelt. ,,Iedereen heeft geaccepteerd dat zwarte scholen meer begeleiding nodig hebben dan scholen zonder allochtone leerlingen.''

Van het extra geld dat de stichting GAO momenteel ter beschikking heeft, heeft de Circuitschool de formatie met een halve baan kunnen uitbreiden -en dat is het enige concrete wat de directie tot nu toe van de beloofde extra investeringen in het onderwijs heeft gezien.

Die halve formatieplaats komt bovenop het bedrag dat de school krijgt voor de kinderen met achterstand. Dat zijn ze bijna allemaal. ,,De Nederlandse kinderen hebben minstens zo'n groot taalprobleem'', zeggen de locatiedirecteuren Annemarie van der Ros en Teunis Grotenhuis. ,,Ze krijgen van huis uit weinig mee.''

De directiekamer van Van der Ros is niet meer dan een met schrootjes afgetimmerd zijkamertje van de hal. Het zitje lijkt uit de jaren zeventig te komen. Niet ongezellig, maar het geldgebrek straalt van de muren af.

Van der Ros en Grotenhuis, beiden veertigers, zijn doorgewinterde en zeer gemotiveerde leerkrachten. Hoewel ze beiden directeur van een vestiging zijn, staan ze nog regelmatig voor de klas; dat vinden ze leuk. Ze houden van hun werk en zijn bang voor een eenzijdig beeld van hun school als het gesprek voornamelijk gaat over problemen. Die zijn er zeker, maar ze prijzen zich gelukkig met een enthousiast team, een modern onderwijssysteem en ze hebben de indruk dat de leerlingen goed toegerust aan het voortgezet onderwijs beginnen.

De locatiedirecteuren zijn ondertussen wel bezorgd over de 'kleur' van hun school. ,,Als je over de vijftig procent gaat, dan blijven de Nederlandse kinderen weg. Dan wordt je school zwart. En Turkse ouders kijken ook in toenemende mate naar de samenstelling van de groepen.''

Naast de allochtone en Nederlandstalige kinderen met achterstand worstelt de school met een derde groep leerlingen die bovengemiddelde aandacht behoeft: de kinderen die zoveel leerproblemen of gedragsmoeilijkheden hebben, dat ze eigenlijk naar het speciaal onderwijs zouden moeten. In het speciaal onderwijs zijn echter steeds minder plaatsen beschikbaar. De Circuitschool probeert ze binnenboord te houden, maar dat kost veel moeite.

Ank Bruinink, leerkracht van de combinatiegroep 5/6, heeft drie leerlingen in de klas van wie bij een test is gebleken dat ze het op een school voor moeilijk lerende kinderen beter zouden doen. Plaats is daar echter niet, dus blijft dit drietal op de Circuitschool. ,,Ze werken op hun eigen niveau, maar eigenlijk zouden ze veel meer begeleiding moeten hebben bij taal en rekenen.'' Het team heeft voor de drie kinderen een speciaal programma gemaakt. Het streven is dat ze bij het verlaten van groep acht, het niveau van groep zes bereikt hebben.

Maar ook de andere 19 kinderen in haar groep functioneren op een zeer uiteenlopend niveau. Bruinink heeft allochtonen in de klas, kinderen die slecht Nederlands spreken, maar ook hoogbegaafden. ,,Die enorme verschillen, dat is het grootste probleem'', zegt de leerkracht. ,,Je hebt altijd het gevoel dat je achter de feiten aanloopt. We hebben wat meer formatie, maar we komen toch lang niet altijd toe aan de aandacht en hulp die de kinderen nodig hebben. Het taalonderwijs moet beter, maar daar moet wel ruimte voor zijn.''

Of het nou de juffrouw voor de klas is, de directie of de wethouder: iedereen onderstreept het belang van de peuterspeelzaal voor de taalontwikkeling. Directeur Grotenhuis heeft net een allochtoon kind ingeschreven dat niet naar de speelzaal is geweest, iets wat nog maar zelden voorkomt. Gelukkig maar, vindt Grotenhuis: ,,Je merkt het meteen als kinderen niet naar de speelzaal zijn geweest. Je begint met hen heel anders. Die leerlingen moeten nog leren langer op een stoel te blijven zitten.''

Deventer zou de voorschoolse opvang dolgraag willen uitbreiden van twee naar drie dagdelen, met name in de zwarte wijken, maar daar ontbreekt het geld voor. ,,Als we vanuit Den Haag meer geld zouden krijgen, zouden we zo kunnen beginnen, de organisatorische structuur ligt er'', zegt gemeentebestuurder Scholten.

Met uitzondering van de voorschoolse opvang, doet de VVD-wethouder de roep om meer geld verder af als ,,te goedkoop en te makkelijk.'' ,,Het is niet alleen een kwestie van geld, het gaat er om ook hoe je het geld inzet'', meent Scholten. Bij het gebruik van geld wordt de gemeente in zijn beleving gehinderd door regelgeving uit Zoetermeer. Hij heeft weleens van een directeur gehoord die een deel van zijn geld zou willen overhevelen naar een school die het harder nodig heeft -maar dat mag niet. Zelf heeft de wethouder net een brief aan minister Hermans geschreven over een paar leerlingen in het voortgezet onderwijs. Ze waren daar niet te handhaven, maar in het volwassenenonderwijs blijken ze prima te gedijen. Het budget voor die leerlingen mag de gemeente echter niet gebruiken om lessen te kopen in het volwassenonderwijs. Elke creatieve oplossing wordt zo in de kiem gesmoord, wil de wethouder maar zeggen.

De directie van de Circuitschool is het met de wethouder eens dat regels vaak in de weg staan. Maar dat geld niet het hoofdprobleem is, dat zien ze op Circuitschool toch anders. Van publieke armoede is wel degelijk sprake, vindt directeur Grotenhuis. De budgetten voor de schoonmaak zijn te krap, voor leermiddelen is te weinig geld, het onderhoud aan de scholen is minimaal, nascholing is kostbaar en moet altijd in de vrije tijd.

Maar het allerergste vindt zijn collega Annemarie van Ros, dat er kinderen die bij hen echt niet te handhaven waren, thuiszitten, omdat er geen plek is in het speciaal onderwijs. ,,Het is toch van de gekke dat er voor zulke kinderen in ons welvarende land geen plaats op school is.''

Groepen van 15 leerlingen zou voor 'ons type scholen' het beste zijn, voegt leerkracht Bruinink daaraan toe. ,,Ja, dat kost een berg geld'', constateert ze droogjes. Meer dan andere kinderen, zijn háár kinderen gebaat bij moderne lesmethodes. Video's, films, computerprogramma's, het is allemaal beschikbaar, maar het modernste lesmateriaal is ook vaak het duurst en de directeur moet het geld altijd in de gaten houden. En dan kan er een hoop niet.

De Circuitschool kan het schoolbudget, dat scholen van minister Hermans vrijelijk kunnen besteden, inzetten voor nieuw lesmateriaal. De directie zou het extra geld ook kunnen storten op de giro van de teamleden, of er de beste leerkrachten een extraatje van kunnen geven. Beide mogelijkheden hebben de directeuren van de hand gewezen.

Dat wil trouwens niet zeggen dat de directieleden bijster tevreden zijn over hun eigen salaris. Ze hebben hun taken ooit opgeschreven en hadden daarvoor vier A-viertjes nodig. Dat je als directeur met 25 dienstjaren netto maar duizend gulden meer verdient dan een beginnend leerkracht, dat vinden ze heel vreemd, zeker als ze dat vergelijken met hoe het bedrijfsleven zijn managers betaalt. Een fatsoenlijk salaris zou volgens het team ook het beroep weer aantrekkelijker kunnen maken. ,,Jongelui die gaan studeren, zijn gevoelig voor status en geld'', weet directeur Grotenhuis.

Met een lerarentekort heeft de Circuitschool niet te maken. Drie zwangere leerkrachten hebben ze de laatste tijd moeten vervangen, maar via-via lukte het die tijdelijke vacatures in te vullen. Die gunstige situatie geldt voor heel Deventer, meldt wethouder Scholten. Invallers echter voor een paar dagen zijn haast niet te vinden, zeker niet voor de bovenbouw. Tien, twaalf telefoontjes gooit directeur Van der Ros er soms 's morgens tegenaan om iemand te vinden die een zieke collega kan vervangen. Voor de leerkrachten zelf is die wetenschap heel belastend. ,,Als je in het weekeinde ziek bent, denk je alleen maar: ik MOET maandag weer beter zijn'', omschrijft leerkracht Bruinink dat gevoel. ,,We lopen hier allemaal door en we hebben hier ook weleens iemand naar huis moeten sturen, omdat die gewoon te ziek was om voor de klas te staan.''

Ook daar zou een oplossing voor moeten komen. Voorlopig heeft Bruinink van al die investeringen in het onderwijs die op stapel staan, nog maar bitter weinig gemerkt. ,,Het zijn mooie verhalen in de krant, maar hier komt het geld nog niet binnenstromen.''

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden