Dringend behoefte aan nieuwe stijl bevolkingspolitiek

De auteur is sociaal geneeskundige en werkzaam bij het ziekenfonds Het Groene Land te Zwolle. Gisteren werd zijn benoeming bekend tot hoogleraar in de sociale geneeskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Hiernaast moet ook nog in beschouwing worden genomen dat bij het terugdringen van de sterfte aan allerlei ziekten het aantal gebreken en kwalen wel zal blijven toenemen: de chronisch zieken nemen in aantal fors toe en daarmee ook de zorgbehoefte.

Op dit moment is bijna 12 procent van de bevolking ouder dan 65 jaar, in de eerste helft van de volgende eeuw zal dat op gaan lopen tot boven de 20 procent. Dat percentage wordt niet alleen bepaald door de grotere hoeveelheid ouderen in absolute zin, maar ook door de afname van het aantal jongeren, de ontgroening.

Misschien heeft dat laatste verschijnsel nog wel veel meer consequenties en is het veel verontrustender. Immers, wie brengt het geld op dat nodig is voor de verzorging van ouderen? En nog belangrijker: waar halen we de menskracht vandaan om de toenemende zorg voor ouderen te kunnen uitvoeren.

Geboortenbeperking

In de jaren '60 werd er veel gesproken over overbevolking en de angst hiervoor stimuleerde een geboortenbeperkend beleid. In het begin van de jaren '70, na de adviezen van de Club van Rome, bepleitte de commissie-Muntendam dat de overheid de beperking van geboorten op haar programma zou zetten en allerwegen werd geadviseerd om de kinderbijslag, die als een 'fokpremie' werd gezien, af te schaffen.

We zijn nu twintig jaar verder en de bakens moeten weer worden verzet, want de daling van het geboortencijfer die inderdaad is opgetreden, is zo sterk dat het tot verontrusting aanleiding geeft.

In 1960 had een vrouw in Nederland gemiddeld 3.1 kind, thans is dat nog maar 1.5. Die daling is overigens niet alleen bij ons zichtbaar. In de ons omringende landen is die evenzeer opgetreden. In Duitsland is het gemiddeld aantal kinderen per vrouw het laagst, namelijk 1.3. Belgie, Luxemburg, Italie en Denemarken zitten op hetzelfde niveau als Nederland, terwijl in Engeland en Frankrijk iets meer kinderen worden geboren.

Men heeft uitgerekend dat er voor de vervanging van de huidige generatie 2.1 kind per vrouw noodzakelijk is. Het huidige geboortencijfer is voor dat doel dus te laag. De bevolking van Nederland zal in aantal eerst nog stijgen vanwege het feit dat de ouderen langer leven, maar zal na 2035 in aantal af gaan nemen, omdat er geen vervanging van die generatie is opgetreden. In 2035 verwacht men dat onze bevolking is gestegen tot 16.2 miljoen. Daarna gaat het aantal weer fors achteruit en zullen we in 2050 weer op het huidige aantal zitten.

Veel oorzaken

Er is een groot aantal oorzaken aan te wijzen voor de verklaring van de geboortedaling. Van groot belang is het uitstel van de gezinsvorming dat zich momenteel voordoet. Het is niet ongewoon dat een echtpaar pas tegen de 30 het eerste kind krijgt. Nu is het zo dat de vruchtbaarheid na het 30e jaar afneemt. Uit onderzoek is bekend dat vrouwen in een aantal gevallen wel meer kinderen zouden willen, maar dat het niet lukt.

Aan de andere kant wordt het kindertal ook beperkt door de hoge kosten die kinderen met zich meebrengen. Met name in de laagste sociale klassen moet de moeder vaak betaald werk doen om het gezinsbudget redelijk op peil te krijgen. Dat heeft tot gevolg dat men een keuze moet maken tussen kinderen of een baan.

Dat is trouwens algemeen een gevoelen bij de vrouwen die in het arbeidsproces zijn ingeschakeld. Onze maatschappij is nog niet ingesteld op het krijgen van kinderen en het hebben van een baan. Het is bekend dat 80 procent van de vrouwen de baan opgeeft als het eerste kind komt.

Een andere oorzaak van het lagere geboortecijfer is de veranderde relatievorming. De Belgische hoogleraar in de antropologie en hoofd van het Centrum voor bevolkings- en gezinsstudieen, Cliquet, stelt dat de partnerafhankelijkheid zich meer en meer louter beperkt tot emotionele factoren en dat er niet, zoals vroeger, een economische afhankelijkheid een rol speelt. Dat geeft een onvoldoende basis voor een permanente binding en zal ook de gezinsvorming dus beinvloeden. Hij ziet hierdoor de daling van het aantal geboorten zich voortzetten: het aantal kinderen per gezin zal kleiner worden en vooral zal er meer worden gekozen voor een vrijwillige kinderloosheid.

Daarbij zal natuurlijk ook de algemene maatschappelijke tendens dat vrouwen hun baan willen blijven uitoefenen een rol spelen. We zien dat nu vooral bij de hoger opgeleiden, maar in de toekomst zal dat meer en meer ook bij de andere categorieen plaats vinden. Men wil niet meer met een kind teruggestuurd worden naar het aanrecht. Het gezin is voor de vrouw in onze maatschappij niet meer het een en het al.

Er zijn zich kortom zulke fundamentele veranderingen in onze maatschappij aan het voltrekken, dat het nauwelijks mogelijk is dat de grote gezinnen weer terug komen.

Bedreigd

De verandering van de gezinsstructuren met de vermindering van het aantal jongeren in onze samenleving kunnen een bedreiging vormen voor onze welzijnszorgsystemen. Immers de premies moeten worden opgebracht door de werkenden. Als dit aantal daalt zal het zorgsysteem onbetaalbaar worden.

Nu is het wel zo dat de ouderen van de toekomst een waarschijnlijk betere inkomenspositie hebben dan de ouderen van nu. Dat zal erin resulteren dat veel van de kosten door de ouderen zelf zal moeten en ook kunnen worden opgebracht. Maar is het wel eerlijk dat wanneer je je hele leven premies hebt betaald, je toch uiteindelijk de zorg zelf moet betalen als je oud bent geworden?

Een nog groter probleem is de menskracht die noodzakelijk is om de zorg te geven. We zien meestal de hulp komen van de jongeren; verpleging en verzorging is typisch een beroep van jongeren. Het is vrij zwaar en op oudere leeftijd kost het teveel inspanning. In de leeftijdscategorie waarin de werving van verzorgenden plaats moet vinden, zal er een kleiner aanbod zijn door de geringere aanwas van het aantal.

Zou hiermee ook het idee van de zorgzame samenleving op losse schroeven komen te staan? Van de verzorgingsstaat zijn we gegroeid naar de zorgzame samenleving. Maar ook dit idee kan wel eens moeten worden verlaten doordat er te weinig hulp kan worden geboden in de sfeer van de mantelzorg: er zijn te weinig jongeren die voor de ouderen ook vanuit het vrijwilligerswerk kunnen zorgen.

Bevolkingspolitiek

Eigenlijk mogen we het woord bevolkingspolitiek niet gebruiken in de Westerse landen. Men heeft nog teveel associaties met de fascistode ideeen hierover. Merkwaardig, dat men het voor de Derde-wereldlanden wel aanbeveelt.

Daarnaast heerst in ons land ook sterk het idee dat de overheid zich niet met prive-zaken als de gezinsgrootte moet bemoeien. Dat is ook zo, maar daarmee is niet gezegd dat de overheid zich niet indirect met geboortenbevorderende maatregelen kan bemoeien. Het gaat dan om het bevorderen van de emancipatie van de vrouw, in die zin, dat werk en kinderen krijgen samen kunnen gaan.

In Frankrijk is de verontrusting over de verlaging van het aantal geboorten groot en probeert men een geboortenbevorderend beleid te voeren. Dat zou in ons land ook kunnen via de stimulering vanuit de overheid van de bezinning op de paarvorming en de gezinsvorming.

Hiernaast zou de bevordering van integratie van werk en gezinsvorming ook een rol kunnen spelen bij het brengen van het geboortencijfer naar het niveau van gemiddeld ruim twee kinderen per vrouw, dat noodzakelijk is om de huidige generatie te kunnen vervangen.

Te weinig baby's vraagt de nodige aandacht van de overheid, maar is ook een probleem van de hele bevolking. We zullen met ons allen ervoor dienen te waken dat ons zorgsysteem op peil kan blijven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden