Dringen voor Rembrandt

Rijen, rijen, lange rijen. Bezoekers klagen over overvolle musea. Maar de museumdirecteuren maken zich geen zorgen.

Ga jij naar de tentoonstelling van Matisse in het Stedelijk? Nee, mij te druk." Je hoort het steeds vaker: mensen, die na slechte ervaringen bij overvolle tentoonstellingen niet meer naar het museum willen. Het gaat goed met de Nederlandse musea. De bezoekcijfers stijgen en stijgen, de Museumkaart waarmee je gratis naar binnen mag, heeft een ongekend hoog aantal deelnemers.

De keerzijde is dat musea vol raken, met name de tijdelijke tentoonstellingen die veel reuring veroorzaken. Bezoekers beginnen erover te klagen. Een lezer stuurde ons de brief die hij aan Wim Pijbes, directeur van het Rijkmuseum, had gestuurd na een bezoek aan de 'Late Rembrandt': hij eiste zijn geld terug na een 'verprutste' ochtend 'over elkaars schouders plaatjes kijken'.

Gaan de Nederlandse musea het Louvre en het Uffizi achterna? Waar je eerst uren in de rij staat, waarna het museum zo vol en vies blijkt, dat je zo snel mogelijk weer naar buiten gaat? In de Nationale Museumweek, waarin musea de deuren gratis openen om maar zoveel mogelijk publiek te trekken, kijken we naar de achterkant van het succes van de blockbusters.

Toeloop spreiden

Met 265.000 bezoekers is Rothko de best bezochte tentoonstelling ooit van het Gemeentemuseum Den Haag. Op één moment, zegt directeur Benno Tempel, was de toeloop zo groot dat overwogen is de zalen te sluiten uit veiligheidsoverwegingen. "Maar uiteindelijk hoefde dat niet, omdat de mensen zich meer gingen verspreiden over de zalen of gingen lunchen."

Het museum had allerlei maatregelen genomen om de toeloop te spreiden. Het was langer open, ook in de avonduren. Kaartjes konden vooraf besteld worden. Voor de Museumkaart was een scanapparaat neergezet. Toch stond op sommige dagen om 4 uur 's middags nog een flinke rij voor de kassa. Er zijn mensen die hebben geklaagd over de drukte, erkent Tempel. Maar dat ging niet zover dat hij zich genoodzaakt voelde het toegangskaartje terug te betalen. "Het is niet reëel om als bezoeker te eisen dat je alleen voor een schilderij kunt staan."

Ook de expositie van Marlene Dumas in het Stedelijk Museum Amsterdam trok, vooral de laatste dagen, zulke volle zalen, dat het 'niet fijn' meer was, zegt Christian Taal, manager facilities van het museum. Wijs geworden door deze ervaring heeft het museum een plan ontwikkeld om de toeloop bij blockbusters beter te spreiden. En dat werkt, ondervindt het museum nu bij de tentoonstelling over Matisse. Ook in de krappe zalen op de begane grond lopen mensen elkaar niet in de weg, zegt Taal, dankzij de invoering van tijdsblokken. Bezoekers kunnen via internet de periode reserveren waarin ze arriveren, bijvoorbeeld tussen 10 en 12. Taal: "De ervaring leert dat ze op een andere tijd komen als ze zien dat er in dat tijdsblok al veel kaartjes zijn verkocht." Ook lopen er op het plein voor het museum 'hosts' (gastheren en -vrouwen) die het publiek informeren hoe lang ze in de rij moeten staan. Dat voorkomt ergernis; mensen besluiten om eerst te lunchen of een andere keer terug te komen. Dat is afgekeken van attractieparken als de Efteling, waar je in de rij voor Droomvlucht met borden wordt geïnformeerd over de wachttijd.

Bezoekcijfers zijn heilig in de museumwereld. Maar moeten musea nog wel willen groeien? Zullen bezoekers door de drukte niet afhaken? Nee, zegt Tempel met grote stelligheid: "Nederlandse musea kunnen nog steeds groeien. Tentoonstellingen als Rothko en de Late Rembrandt zijn overvol, maar ook uitzonderingen. Het Louvre in Parijs is altíjd erg vol, elke week weer. Dat is in de Nederlandse musea niet zo."

Langer open

Ook van directeur Ralph Keuning van Museum de Fundatie in Zwolle mag het nog drukker worden. "Er zijn ook musea waar geen hond komt. Dat lijkt me pas een probleem." De bezoekers waarderen die 'gezellige' drukte ook, zegt hij. Anders zouden ze toch niet zo vaak terugkomen en er een lange reis voor maken.

Sinds de heropening in 2013 na een grote verbouwing - met een ellipsvormige 'wolk' op het dak - trekt De Fundatie meer publiek dan ooit. Dit jaar wordt mogelijk nog succesvoller dan 2014. Toen kwamen er 208.000 mensen naar Zwolle. Vooral de laagdrempelige tentoonstelling van Sparnaay, die alledaagse zaken als gebakken eieren en ketchupflessen op megaformaat schildert, trok volle zalen. Door de uitbreiding op het dak kan het museum de drukte goed aan, zegt Keuning. "Mocht het echt dringen worden, dan gaan we langer open."

Langer open was ook een van de keuzes van het Rijksmuseum toen de bezoekers massaal toestroomden voor de Late Rembrandt. De tentoonstelling is behalve overdag drie avonden per week te zien. Maar dat was niet genoeg. Al na een week besloot het museum het aantal bezoekers per dag te verminderen. Directeur Wim Pijbes: "De eerste week begonnen we met 1500 kaartjes per tijdsblok in de voorverkoop. Dat werden er 800, de rest werd aangevuld met de dagkassa tot zo'n 1200. Ook hebben we groepsboekingen gedemotiveerd door een maximum in te stellen voor het aantal kaartjes dat je per persoon kunt reserveren. Maar het belangrijkste was dat we vooraf al hadden besloten om tijdsblokken van twee uur in te voeren waarvoor je een kaartje kon kopen. Daarmee konden we de drukte verspreiden."

Contemplatie

Van tevoren had Pijbes gezegd: met 100.000 bezoekers wordt de tentoonstelling een sof, met 400.000 een groot succes. Over die 400.000 gaat De Late Rembrandt zelfs heen, is nu al te zeggen. 'Fantastisch', vindt Pijbes dat.

De honderden brieven van klagers over de drukte wil hij niet wegwuiven. "Maar honderden klachten op 400.000 bezoekers vind ik vrij overzichtelijk. Ik stel vast dat het druk is. Maar lang niet zo druk als in het Uffizi, in de Sixtijnse kapel of voor de Mona Lisa. Drukte is geen meetbare eenheid, maar een beleving. Bij grote tentoonstellingen in het buitenland - maar denk ook eens aan het Anne Frank Huis - staan er rijen voor de deur omdat de tentoonstellingsruimte niet meer aankan. Dan moet je in de rij, ja. Goede dingen zijn uitverkocht. En we hebben het hier wel over de late Rembrandt. Hier komen ook Juliette Binoche, Sting, de Belgische koning. Dat heeft een uitstraling naar heel Amsterdam.

"Overigens zijn het voor 99 procent Nederlanders die klagen. Zo kreeg ik een brief waarin stond dat het voor de Rembrandts te druk was voor contemplatie. Dat lees ik met aandacht. En denk: koop dan zelf een Rembrandt. Een museum is geen stiltezone."

Volgens Benno Tempel houden museumbezoekers wel van 'een beetje drukte'. "Het is net als wanneer je uit eten gaat. Dan zit je ook liever niet in een leeg restaurant."

Unieke ervaring

Op de eerste dag dat de Rothko-tentoonstelling open was, ging directeur Siebe Weide van de Museumvereniging vroeg naar het museum. Een kwartier voor openingstijd stond er al een rij tot aan de straat. Niemand mopperde. Sterker nog, die wachtrij leek onderdeel van 'de unieke ervaring' die deze tentoonstelling zou zijn. "Die rij droeg bij aan het besef dat het ging om iets schaars." Daarmee wil Weide niet pleiten voor lange rijen. "Niemand vindt het cool om te moeten wachten. Maar als het om iets heel bijzonders gaat, hebben mensen dat er wel voor over."

Musea doen er volgens Weide ook alles aan om de rijen zo kort mogelijk te houden. Minstens zo belangrijk is dat bezoekers niet belemmerd worden in hun beleving van de kunst.

Het opvallendste voorbeeld daarvan is het Mauritshuis. Al voor de heropening, vorig jaar juni, verklaarde directeur Emilie Gordenker dat er niet te veel bezoekers moesten komen. Het Mauritshuis is klein, meer een huis dan een museum. Dat is nu juist de charme, die je bezoekers wilt laten voelen, vindt ze. Vandaar de keuze voor een kleine tentoonstellingszaal. Gordenker: "Hier onderscheiden we ons echt mee. In de museumwereld wordt zelden nagedacht over de capaciteit van een museum."

Maar de tentoonstelling ' The Frick Collection' is populair. In de kleine ruimte is het af en toe dringen om oog in oog met de populairste kunstvoorwerpen te staan. De rijen voor het museum staan soms tot ver buiten het hek. En dan moet het Keukenhofseizoen met de vele Japanners nog beginnen.

"Rijen voor het museum, dat klinkt spannend en is mooi voor een foto", zegt Gordenker, "maar ik zou willen dat iedereen meteen naar binnen kon." De kwaliteit van het bezoek gaat in het Mauritshuis voor de kwantiteit. Gordenker: "De kunst moet goed te zien zijn. Daarom mogen er hooguit honderd mensen tegelijk in de tentoonstellingszaal. Ook in de vaste opstelling doen we dat. De Vermeerzaal is altijd heel populair. Dan zeggen we soms tegen bezoekers: het spijt me, u moet even wachten. Zodat iedereen in de zaal een goede ervaring heeft en de objecten geen gevaar lopen." Het Mauritshuis hoopte in het jaar na de heropening 25 procent meer bezoekers te krijgen dan de 260.000, die ze vroeger in een goed jaar kregen. Afgelopen weekend ontvingen ze de 500.000ste bezoeker sinds de heropening. Gordenker: "Dat is meer dan waar we op rekenden. Dan moet je flexibel zijn. Groepen in bussen laten we tussen 9.00 en 10.00 binnen, voor openingstijd. We informeren mensen over de wachttijden en wijzen erop dat het tussen 16.00 en 18.00 en op donderdagavond rustig is."

Professionalisering

De almaar groeiende populariteit van musea is volgens Tempel onder meer te danken aan de professionalisering. "De afgelopen tien, vijftien jaar zijn musea op grote schaal verzelfstandigd. Dat heeft ertoe geleid dat ze publieksvriendelijker zijn geworden. Ze zorgen niet alleen voor mooie tentoonstellingen, maar hebben ook een goed restaurant. Dat betaalt zich uit."

Ook de Museumkaart draagt bij aan het succes. Er zijn nu al 1,1 miljoen Nederlanders met dit pasje. Het totaal aantal bezoeken met de kaart bedroeg in 2014 7,5 miljoen (in 2013 6,4 miljoen). Het aanbod van tentoonstellingen zou zonder deze kaart een stuk schraler zijn. Ook heeft de kaart het draagvlak voor de musea in de samenleving vergroot, meent Tempel.

Als de musea het zo goed doen, waarom is er dan nog een Nationale Museumweek nodig? Weide: "Die campagne is vooral bedoeld om mensen te wijzen op de grote rijkdom, ook in dat kleine museum om de hoek. Elk museum, groot of klein, toont een deel van ons culturele kapitaal."

Pijbes vindt de museumweek hard nodig. Hij wijst erop dat de groei voornamelijk zit bij de twintig procent grote musea. "Deze kopgroep lijkt zich, ondanks teruglopende subsidie, steeds verder los te maken van het peloton van middelgrote musea. Dat zie je ook in het buitenland. De middengroep heeft het moeilijk. Een kleine, lokale groep musea doet het beter door lage kosten en een vaste, lokale aanhang. We moeten uitkijken dat de grote musea niet het gras voor de kleintjes wegmaaien; zowel wat bezoekers als sponsors betreft."

"Het Rijksmuseum voelt een grote verantwoordelijkheid voor het hele museale veld, zeker nu het hier de pan uit swingt. We zijn intensief bezig met ondersteuning en advisering van kleinere musea. En we gaan binnenkort een ongekend genereuze bruikleensamenwerking bekendmaken met Het Fries Museum, De Lakenhal en de Prinsenhof."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden