Dringen op een te klein toneel

Ballet

Spartacus Ballet van de Staatsopera uit Tatarstan ***

Het avondvullende ballet 'Spartacus' (1956) wordt in het westen zelden in één adem genoemd met 'Romeo en Julia' en 'Assepoester', de andere grote twintigste-eeuwse balletten van Russische origine. De opzichtige heroïek rond de Romeinse slaaf die een revolutie ontketent, is in westerse ogen wellicht een wat al te bombastisch Sovjetrealistisch product. Toch doet dat de muziek van Aram Khatchatourian tekort, want met motieven die in de Armeense volksmuziek wortelen, en een opvallend modern klinkende ritmiek, verdient de muziek van 'Spartacus' minstens zoveel aandacht als die van Prokovjev, de veel bekendere Russische balletcomponist.

Khatchatourians emotionele adagio

uit 'Spartacus' wist wel tot ons muzikaal collectief bewustzijn door te dringen, bekend als thema van de Britse serie uit de jaren zeventig 'Onedin Line'. Ook in de balletuitvoering van het Ballet van de Staatsopera uit Tatarstan is dit intieme adagio tussen Spartacus en zijn onmogelijke liefde Claudia het hoogtepunt van de grootschalige productie, die met 180 dansers, zangers en musici verder grossiert in superlatieven.

Choreograaf George Kovtun borduurt voort op de spektakelversie van het Bolshoi, maar zijn versie is hedendaagser doordat de legende van Romulus en Remus door het verhaal van de slavenopstand is verweven, wat het verhaal meer diepgang geeft. Spartacus en legerleider Crassus zijn hier broers die strijden om de macht over Rome en om dezelfde vrouw. De psychologische effecten van die broederstrijd komen echter matig uit de verf doordat we van gladiatorenstrijd, naar orgie en wéér een massascène laveren, waarbij het dringen is geblazen op een iets te klein toneel. Het toegevoegde koor becommentarieert de handeling in het Latijn tot epische proporties en is daarbij zó druk aanwezig dat focussen moeite kost. Tijdens divertissementen in de vertrekken van Crassus wappert het koor 'gracieus' met de armen, bevinden we ons bij een zwaardgevecht in de arena, doet het koor een stadion 'wave'. 'Spartacus' betoont zich hier de 'Aïda' onder de balletten.

Overvloedig is ook de aankleding, die van changement naar changement voert, waarin op dat overvolle toneel projecties worden gebruikt die dramaturgisch niets toevoegen (engeltjes, vuurwerk, klaterend beekje) dan effect.

Op de dans is weinig aan te merken: het corps de ballet is adequaat, de vrouwelijke solisten zouden kunnen excelleren, als de mannen hen beter zouden partneren.

Tja, en dan de grootsheid ietwat beu, komen we weer uit bij dat prachtige adagio. Mooie muziek en een prachtig duet, meer heb je eigenlijk helemaal niet nodig.

Sander Hiskemuller

Theater

Wassa Münchner Kammerspiele **

Doodstil en traag komt de handeling op gang. Een lamp gaat aan. Ontbijtgoed wordt neergezet. Een lampetkan uitgegoten in een waskom. De vrouw des huizes in haar korset geregen. Een enkel woord valt, steevast kortaf. Hier heerst discipline. Zowel in de toneelhuishouding als in het acteren.

Tot in het kleinste detail is een woonruimte van een Russisch landhuis uit 1910 nagebouwd en daarin bewegen de spelers zich volgens een heel precies opgelegd patroon. Het oogt als een uitvergrote poppenkast, waar het publiek zich een avond mag vergapen aan een andere, zo authentiek mogelijk tot leven gewekte tijd.

Het is de presentatie van 'Wassa', een hier niet eerder gespeeld stuk van Maxim Gorki uit 1910. Over een vrouw, titelpersonage Wassa, die letterlijk en figuurlijk over lijken gaat bij het runnen van gezin en (familie)bedrijf. In de hiërarchische relaties is met wat goede wil de nakende Russische Revolutie te ontwaren. In de rechtlijnigheid van Wassa zit een link met de tragiek van Brechts 'Moeder Courage' (1939) en in de melodramatische ontwikkelingen is weer een hedendaagse soap te herkennen.

'Wassa' had een soort docudrama kunnen zijn, ware het niet dat elk eigentijds en persoonlijk engagement is weggepoetst. Tot een vorm van verbazend museaal toneel. Alsof er nooit een Aktie Tomaat heeft gewoed. Wat een dubbelhartig gevoel oproept: het is met kennelijke zorg gemaakt, maar zulk toneel wilden wij toch niet meer?! Of wel uit het buitenland?

'Wassa' is het slot van een retrospectief van het oeuvre van de Letse regisseur Alvis Hermanis in de Stadsschouwburg Amsterdam. Met, anders dan diens uitspraak 'Ik verveel me snel, dus doe ik steeds iets anders' deed verwachten, almaar dezelfde formule: een tijdsbeeld gevangen in een hyperrealistisch decor en bijpassende speelstijl.

Door hen geen greintje ruimte voor een eigen toon te geven, miskent Hermanis het dramatische belang van de persoonlijkheid van acteurs. Neem de Wassa van een veelzijdig actrice als Elsie de Brauw. Nu uitsluitend star en hardvochtig. Had zij maar een vleugje van zichzelf mogen laten zien, al was het maar van haar (én dus Wassa's) onderdrukte gevoelens, dan was haar personage heel wat gelaagder geworden. In zo'n plat plaatjesconcept gaat ook die hermetische vierde wand irriteren. Als een duif die onbedoeld even doorbreekt, zorgt dat voor het enige speelse moment.

Theater is meer dan een kopie van de werkelijkheid. Zo ontbeert 'Wassa' zeggingskracht. En laat deze terugblik op Hermanis' werk tamelijk onberoerd.

Hanny Alkema

Brandstichter 2013: Alvis Hermanis in Stadsschouwburg Amsterdam, www.ssba.nl

Klassiek

Bruckners Achtste Symfonie Bernard Haitink en het Concertgebouworkest ****

'De drie chefs', kondigt het programmablad Preludium aan. Deze maand maken de drie laatste chef-dirigenten van het Concertgebouworkest hun opwachting in de Grote Zaal. Riccardo Chailly, conductor emiritus en aan het orkest verbonden van 1988-2004, keert na negen jaar terug vanuit zijn standplaats Leipzig. De huidige chef, Mariss Jansons, dirigeert zijn Amsterdamse orkest in verscheidene programma's, en ook de Wiener Philharmoniker.

Eredirigent Bernard Haitink, Chailly's voorganger, was de eerste op rij, met Bruckners Achtste, een symfonie die hij al vaak in de hoofdstad onder handen heeft genomen. Vorig jaar mei bracht hij de Vijfde mee naar de Van Baerlestraat, met groot succes. En nu: nog voor hij de armen hief, had de vierentachtigjarige al een overweldigend en warm applaus binnen van een tot de nok toe gevulde zaal.

Drie jaar ploeterde Bruckner op zijn Achtste symfonie, maar promotor en dirigent Hermann Levi wees het werk af. Nog drie jaren schuren en schaven volgden. De Achtste betekent een zit van zo'n anderhalf uur, maar daar is geen minuut te veel bij.

Haitink ging voor de solide, lange adem, soms op bijna stoïcijnse wijze. En juist zijn complete no-nonsense past goed bij een symfonie als deze: het was alsof het immense bouwwerk vanzelf verrees en het troostrijke, machtige coloriet alleen maar een klein zetje nodig had van een rustige meesterhand.

De musici van het Concertgebouworkest gaven alles wat ze in huis hadden, de volle vioolklank kwam net even iets intensiever over. Resultaat: een gezond en degelijk geluid. Jammer van wat oneffenheden in het koper.

De Achtste is het tegendeel van een iel werkje en kent zeer vele onstuimige passages. Alleen, bij hoeveel decibels is het nog prettig luisteren? Hoe harder, hoe minder je echt goed hoort. Het orkest stelde de akoestiek van de zaal op de proef, en ook de oren van de luisteraars. Fijn doordachte accenten kwamen door, maar echt innig werd het nauwelijks.

Frederike Berntsen

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden