Drietalige Hageneesjes

DEN HAAG - Docenten Spaans van middelbare scholen in heel Nederland merken een enorme toeloop in hun klassen. Ze bevestigen de conclusies van een deze week verschenen rapport, waaruit blijkt dat Haagse allochtone jongeren veel meer behoefte hebben aan het vak Spaans dan bijvoorbeeld aan Arabisch.

Maar vijf Marokkaanse leerlingen van het Johan de Witt-college in Den Haag vinden Arabisch toch ook heel belangrijk. Als ze zouden moeten kiezen tussen Arabisch en Spaans zouden ze het eerste kiezen, hoe belangrijk ze Spaans ook vinden, net als Engels.

De vijf leerlingen uit de brugklas - die volgend leerjaar Arabisch als keuzevak kunnen kiezen op school - krijgen net als al hun vrienden en vriendinnen al Arabische les, in hun vrije tijd in de moskee. Twee uur op zaterdag en twee uur op zondag. Wie wil kan ook nog lessen krijgen in het buurthuis. In de moskee leren ze de Koran lezen, maar ook Arabische kranten. Van veel Turkse leeftijdgenootjes weten ze dat die het hele weekeinde in de moskee slapen en Turkse les krijgen. De brugklassers ervaren de extra lessen in de vrije tijd niet als een belasting, maar vinden het gewoon erg gezellig, en ook nuttig. Najima Bouhayoufi (12): “Dan sta je in Marokko in de vakantie tenminste niet met een mond vol tanden.” Ze zouden ook graag nog op school een paar uur Arabische les hebben, omdat het zo'n moeilijke taal is. Op de basisschool hebben ze allemaal al enkele jaren Arabische les gehad.

De vijf leerlingen, die prima Nederlands spreken, spreken thuis of Berbers of Arabisch, soms gemengd met wat Nederlandse uitdrukkingen. Op straat is de voertaal automatisch Nederlands, niet vanwege de paar Nederlanders die er in hun straat wonen, maar omdat Nederlands de enige gemeenschappelijke taal is van de verschillende bevolkingsgroepen. Hun vrienden en vriendinnen komen uit alle bevolkingsgroepen; Nederlanders, Turken, Somaliërs, Chinezen en Surinamers. Al zijn de meesten toch net als zij Marokkaans.

De meeste moeders zitten volgens hen op Nederlandse les en verstaan het goed, maar spreken het niet. De vaders hebben Nederlands op het werk geleerd. Hanan Chanou (12), die eerst op een islamitische basisschool zat, kon als vierjarige nauwelijks Nederlands. “Van mijn vrienden in de klas heb ik als eerste woorden geleerd 'ik moet naar de wc' en 'ik wil ook kleuren'. Maar als de juf zei 'hou je mond' verstond ik dat niet en praatte ik gewoon door”. Voor allemaal speelden oudere broers en zussen een belangrijke rol bij hun taalontwikkeling. De kinderen spreken thuis ook vaak Nederlands met elkaar.

Het schelden thuis, op school of op straat met vriendjes gaat in alle talen, lachen de leerlingen. Hanane Azzaoui (13), die thuis Berbers spreekt, weet precies wat 'eëek' in het Turks betekent (ezel). Officieel is Nederlands de verplichte taal op school, andere talen worden niet geduld. Maar het Nederlands op deze school is wel doorspekt met allerlei woorden en uitdrukkingen uit andere talen, die de meeste kinderen verstaan. Najima: “De andere kinderen verstaan de Berberse scheldwoorden wel, maar als we over andere dingen praten begrijpen ze ons niet. De meester let niet altijd op, en dan praten we toch wel in het Berbers. Dat is leuk, zo'n geheimtaal. Maar we spreken ook wel eens Engels met elkaar.” De anderen beamen dat. Abderrazak Choukoci (12): “Engels is erg gemakkelijk, je hoort het zoveel op de tv, het is de wereldtaal. Maar Duits vind ik moeilijk.”

Emotioneel

Ze denken in het Nederlands, zeggen ze. Abdarrazak is een uitzondering: “Het hangt van de omstandigheden af”. En dan zeggen de anderen ineens ook dat ze, als ze emotioneel worden, toch vaak Berbers of Arabisch spreken.

Ze gaan allemaal eens per jaar naar Marokko op vakantie. Ze zijn van Berberse komaf, maar hun ouders hebben huizen laten bouwen in het Arabische westen van Marokko, vandaar dat Arabisch voor hen ook een belangrijke taal is geworden. Ouarda Anarchi: “Als we met vakantie naar Marokko gaan nemen we veel cadeautjes mee, bijvoorbeeld gameboy of (het computerspel) tetris. Maar daar hebben ze ook leuke spelletjes, met stenen die je op straat kunt laten vallen en zoeken.”

Deze leerlingen zijn dus, op 12- en 13-jarige leeftijd, min of meer drietalig. En dan te bedenken dat het om drie volkomen verschillende talen gaat, want het Berbers mag veel Arabische leenworden kennen, de structuur verschilt sterk van Arabisch. Een enorme oefening voor het taalgevoel op zeer jeugdige leeftijd. Voor Abderrazak is Arabisch niet alleen een handige vakantietaal, het is ook de taal van de islamitische godsdienst. De anderen beamen dat. Hanane Azzaoui is de enige die van haar ouders geen taallessen hoeft te volgen in de moskee. Toch vindt ook zij Arabisch belangrijk, om met de familie in Marokko te kunnen praten. Op familiefeestjes in Nederland spreken de jongeren met elkaar Nederlands, zeggen ze.

Hanan Chanou vertelt hoe moeilijk de communicatie verloopt met haar neven in Frankrijk, die alleen nog Frans spreken. Ze beschrijft hoe het er met schelden toegaat in Marokko. Als ze opgewonden raakt vaart ze uit in het Nederlands, de Marokkaanse kinderen schreeuwen dan lelijke dingen terug in het Frans.

Ze vinden Arabisch niet belangrijk voor hun identiteit. Hanane Azzaoui: “e kunt toch zo al aan ons zien dat we uit een ander land komen?” Ze leren evenmin Arabisch omdat ze ooit naar Marokko terugwillen, want dat willen ze niet. Ze zien hun toekomst in Nederland, wat hun ouders ook voor zichzelf mogen besluiten. Hanane Azzaoui: “We voelen ons niet welkom in Marokko. Een keertje riep iemand in Marokko tegen me: 'Ga maar van die schommel af, vieze Nederlander. Daar in Nederland word je toch al zo verwend'. In Nederland heeft nog nooit iemand tegen me gezegd: Ga maar naar je land terug.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden