Drie vrouwen bijeen in Arti beeldende kunst

'Drie kunstenaressen'. Arti, Rokin 112, Amsterdam. Di t/m zo, 12-17, t/m 14 aug.

Ro, Charlotte en Jeanne zijn ooit lid geweest van eenzelfde groep van kunstenaressen. Ze werkten ook alledrie figuratief en de Nederlandse kritiek heeft zowel aan Charlotte als aan Ro een onderscheiding toegekend. De artistieke betekenis van hun oeuvre loopt overigens sterk uiteen. Ro is door Charlotte weergegeven als een tengere, licht gebogen, berustende figuur. Arti biedt de zeldzame gelegenheid om kennis te nemen van haar weinig getoonde werk.

Als jonge kunstenares kon zij enkele jaren beschikken over een loge op de academie en de koninklijke subsidie. Tijdens de bezetting moest ze onderduiken. Ondanks een zwakke gezondheid heeft zij tweemaal in Israël gewerkt. In 1969 overleed zij op 62-jarige leeftijd. Ze bewonderde de tekeningen van Rembrandt en deelde de sociale bewogenheid van Küthe Kollwitz, terwijl ze anderzijds de trant van oosterse penseelmeesters nastreefde in tekeningen als 'Riet' en 'Boom'.

In penseeltekeningen wist ze met weinig lijnen een berglandschap of een figuur te karakteriseren. Het naakt behandelde zij, zoals men in Arti kan zien, impulsiever dan Charlotte, die de gestalte altijd analyseerde. Maar het intiemste deel van Ro's oeuvre vormen portretten van kennissen en van joden in Israël.

Jeanne Bieruma Oosting en Charlotte van Pallandt werden beiden in 1898 in een adellijke familie geboren. Beiden hebben even les gehad bij Albert Roelofs en nadien bij André Lhote. Maar Jeanne had meer dan Charlotte met tegenstand van thuis te kampen toen zij van de kunst haar beroep maakte. In 1918 signeerde zij haar eerste stilleventje met J. Oosting, dus zonder 'Bieruma'. Zo nam zij geruisloos afstand van een milieu dat haar met goede bedoelingen wilde belemmeren.

Voor Jeanne's vorming is vooral het experimenteren met verschillende grafische technieken in het Parijse atelier van Stanley William Hayter van belang geweest. In Arti ziet men onder meer prenten in aquatint en blinddruk, die voor andere kunstenaars aanleiding waren om eveneens bij Hayter de fijne kneepjes te gaan opdoen. Charlotte heeft in Nederland technische adviezen gehad van Albert Termote en in Parijs van Charles Malfray. Maar op de aard van hun werk hadden anderen geen invloed. Geen van beiden raakte ondersteboven van de elkaar opvolgende 'ismen' in de kunst.

Koele serre

In Jeanne's oeuvre komen schilderijen voor van een koele serre op een zonnige dag. Ze doen even denken aan Matisse. Ook deelt haar werk sensuele geneugten mee zoals Colette die in novellen heeft beschreven. Men verweet haar wel dat ze te haastig werkte, maar voor grafische finesses bracht ze het nodige geduld op. In Arti ziet men ook voorbeelden van haar illustratiewerk.

Aan publieke waardering heeft het haar nooit ontbroken. Toch hinderde het haar kennelijk wel eens, dat in de jaren vijftig figuratief werk in de officiële waardering niet hoog stond aangeschreven. In 1958, als zestigjarige, schreef ze me: “Het is bemoedigend als men leest dat ook jongeren nog aandacht voor de arbeid van de oudere generatie hebben.” Charlotte zal zich op dat punt nooit zorgen hebben gemaakt. Zij bleef zich binnen het bestek van haar oeuvre vernieuwen, soms met een onthutsend resultaat. Zo is er een tot op de structuur blootgelegd zelfportret waarin ze toch herkenbaar is. Met dat al biedt de expositie een afwisselingrijke belevenis.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden