Drie toptenoren en één lachertje

Is er nog tenoren-toekomst na Domingo-Carreras-Pavarotti? Een kleine twee jaar geleden schreef de muziekredacteur van NRC Handelsblad een stuk waarin hij zijn zorgen uitsprak over het gebrek aan tenoren van het genoemde kaliber. Een tijdperk leek ten einde gekomen, zo luidde de bedroefde conclusie. Hij hield er echter geen rekening mee dat Moeder Natuur steeds weer voor allerlei verrassingen zorgt. Ook in het strottenhoofd en omgeving bij het inderdaad dun gezaaide stemsoort dat tenor heet.

Op een gelijke wijze als bovengenoemd drietal blijkt een nieuwe generatie gezegend met lyrische en dramatische kwaliteiten voor het Italiaanse opera-werk. Het zijn de 35-jarige Fransman van Italiaanse afkomst Roberto Alagna, de 36-jarige Argentijn José Cura en de 39-jarige Italiaan Andrea Bocelli. Ze beschikken alle drie over zo'n eigen karakter en kleur in de stem en hebben zo'n bijzondere artistieke uitstraling dat er geen reden is om te doemdenken. Dat wordt klip en klaar nu alle drie tenoren ieder een aria-album hebben uitgebracht, waardoor hun kwaliteiten ook onderling kunnen worden getoetst.

Door zijn activiteiten in het lichte genre trekken de naam en de stem van Andrea Bocelli het meest de aandacht. Zijn vorige week gelanceerde, cd ANDREA BOCELLI ARIA (Philips 462 033) laat een zanger horen met bravoure in de klank: boventoonrijk, helder en open in de hoge noten, erg mooi passend bij een strijkorkest (het tweede deel van Puccini's 'Che gelida manina' bijvoorbeeld). Maar Bocelli heeft ook een donkere, bronzen ondertoon die hij aanwendt in 'Come un bel dì di maggio' uit 'Andrea Chenier' van Umberto Giordano. De rol van de revolutionaire dichter lijkt geknipt voor hem. Ook in 'Ch'ella mi creda' uit Puccini's 'La fanciulla del West' klinkt de mooie laagte, in combinatie met een sonante productie van medeklinkers; dat getuigt van dramatische kwaliteiten die hem erg geschikt maken voor de laat-negentiende-eeuwse expressie in veristische opera's.

Zijn cd Aria biedt een allerhande uit de literatuur van die tijd, met uitstapjes naar niet-Italiaanse componisten als Richard Strauss (het lied van de Italiaanse zanger uit 'Der Rosenkavalier'), Jules Massenet ('Pourquoi me réveiller' uit 'Werther') en Georges Bizet ('La fleur que tu m'avais jetée' uit 'Carmen'), lyrisch gerichte nummers die hem meer moeite kosten.

Voor het vroeg-negentiende-eeuwse Italiaanse belcanto lijkt me zijn tenor wat te stijf, zo blijkt uit 'A te, o cara' uit 'I Puritani' van Bellini, of de Franstalige aria 'Pour mon âme' uit 'La fille du regiment' van Donizetti. Bocelli beschikt niet over een ronde toonvorming waardoor hij een zekere zoetheid mist voor een mooi, sprankelend belcanto. Hij weet ook niet te glimlachen met zijn stem, wat 'La dolcissima effigie' uit 'Adriana Lecouvreur' van Francesco Cilea goed zou kunnen gebruiken. De cd Andrea Bocelli Aria laat dus een tenor horen met indrukwekkende stemmiddelen, technisch stevig als een huis, maar nogal ruig in de artistieke expressie. Hij wordt met sfeer begeleid door het orkest van het befaamde Mei-Festival (Maggio Musicale) van Florence geleid door Gianandrea Noseda (in Nederland bekend van gastdirecties bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest).

De geschakeerde kwaliteiten in de tenor van Roberto Alagna komen meteen op het eerste nummer van de recent verschenen cd ROBERTO ALAGNA VERDI ARIAS (EMI 5 56567) tot uitdrukking. In de inleiding 'Oh, fede negar' tot de aria 'Quando le sere al plácido' uit 'Luisa Miller' zet hij met krachtig, dramatisch ingekleurde stem de scène neer, met gelijksoortige expressie omspeeld door de Berliner Philharmoniker onder leiding van Claudio Abbado. 'Quando le sere al plácido' volgt dan met een volle lyrische uitdrukking die past bij de inhoud: 'Toen zij des avonds onder het vredig licht der sterren met ogen vol liefde de blik hemelwaarts richtte'. De begeleiding in de klarinet versterkt het zoet tafereel dat uitloopt in de tragische constatering dat hij, Roldolfo, door haar verraden werd.

Alagna zingt met een vérend krachtige verbeelding, mogelijk door de souplesse van zijn door alle registers egaal ontwikkelde tenor. 'Celeste Aida' laat horen hoe mooi hij die kwaliteit benut in een effectvol gebonden (legato) voordracht. Deze stem vermoeit het oor niet doordat het element schoonheid steeds de boventoon voert in de expressie die daardoor verfijnd is, zoals in fragmenten uit 'Un ballo in maschera' en 'Otello'; 'Niun mi tema' (de stervende Otello) uit laatstgenoemd werk kan als hoogtepunt gelden. Abbado en de Berliner musiceren er met eenzelfde intensiteit bij. In het laatste nummer 'Di quella pira' uit 'Il trovatore' verschijnt voor twee regeltjes Alagna's levensgezellin Angela Gheorghiu op deze prachtige, geheel aan Verdi gewijde cd waar ook een koor aan meewerkt.

José Cura is de derde grote onder de nieuwe generatie toptenoren. Op JOSü CURA PUCCINI ARIAS (Erato 0630-18838), eind vorig jaar verschenen, richt deze Argentijn zich op Puccini. Diens liefdesopera's zitten hem als gegoten naar stem en uiterlijk want hij heeft de uitstraling van een ware 'Latin-lover'; hij lijkt zelfs een beetje op Puccini.

Cura laat zich begeleiden door het Philharmonia Orchestra onder leiding van niemand minder dan Plácido Domingo. Het zegt wat dat deze voorbeeldige zanger, nu bezig met een tweede carrière als dirigent, zich met Cura associeert. Cura heeft ook wat Domingo zo boeiend maakte: een volle, krachtige stroom van geluid, dat door de mix van boventoonrijke gegevens en ronde klankvorming een geweldige potentie uitstraalt, passend bij het 'vincerò' (ik zal overwinnen), het slot aan de aria 'Nessun dorma' uit 'Turandot'.

Cura heeft een even mooie, stoere als theatrale stem. Geweldig is de woedende, door jaloezie opgepookte kracht die hij legt in de aria 'Io voglio la tua bocca' van Luigi, de schipper die het in Puccini's eenakter 'Il Tabarro' (De Mantel) niet kan verkroppen dat zijn vrouw een minnaar heeft. Deze opera staat geprogrammeerd voor de komende Kerstmatinee bij het Concertgebouworkest geleid door Riccardo Chailly, met José Cura in de rol van Luigi. Dat moet heel bijzonder worden.

Met sfeer en op spannende wijze begeleid door het prachtig spelende Londense orkest, zingt Cura ook de onbekendere Puccini: uit bijvoorbeeld 'Le Villi' het 'Torna ai felici dì', het schitterende 'Dimmi che vuoi seguirmi' uit 'La Rondine' (een opera die meer bekendheid verdient) en het grootse 'Una parola sola' van Dick Johnson uit 'La fanciulla de West'. Er zit altijd nog reserve in zijn stem, hoe zeer hij ook moet uitpakken, zoals in 'Ah Manon mi tradisce' uit 'Manon Lescaut'. Mede daarom blijf je geboeid naar deze hele cd luisteren; daar komt bij dat door zo'n hele Puccini-cd pas goed de rijke diversiteit van diens componeren blijkt.

Hetzelfde Londense Philharmonia Orchestra begeleidt met Steven Mercurio als dirigent ook de zanger Michael Bolton. Die zorgt op de cd MY SECRET PASSION THE ARIAS voor het lachertje. Bolton maakte naam met popsongs; ik wil het graag geloven. Hij raakte ook geboeid door de klassieke aria toen Luciano Pavarotti hem te gast vroeg in een programma. Ook dat is prijzenswaardig. Het golfde door hem heen: met mijn tenor moet ik dat ook kunnen. Dat was fout gedacht. Het is roerend te lezen in het schitterend uitgevoerde cd-boekje (de plaatjes alleen al!) hoe hij alle zangleraren bedankt die hem het klassieke vak inkneedden. En wat hoor je dan op MY SECRET PASSION/THE ARIAS (Sony Classical SK 63077): een met veel huilende halen en ploffende stembanden (aan het eind van muzikale zinnen alsof een fles ontkurkt wordt) omgeven voordracht van elf aria's uit het geliefde repertoire: natuurlijk 'Che gelida manina', waarbij je handen nog kouder worden; ook 'Nessun dorma' met een neuzig geluid en geperste hoge tonen die je slapeloze nachten bezorgen; óók 'E lucevan le stelle' met vocale snikken die waarschijnlijk de sterren uitbeelden. Bolton heeft wèl de hoogte voor deze aria's, en hij doet hoorbaar zijn best het geleerde in praktijk te brengen, maar zijn stem mist draagkracht en zijn uitspraak van het Italiaans is jammerlijk. Hij had zijn passie beter geheim kunnen houden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden