Drie portretten van heel diverse tuinen en hun trotse bezitters

01-05-2017 DE MEERN - Dit is de tuin van... Ronald (50), Marjolein (48) en zoon Sido (10) Kazius. FOTO SHODY CAREMAN TUINEN foto Shody CaremanBeeld Shody Careman

Die lapjes grond achter onze huizen, wat doen we daarmee? Drie portretten van heel diverse tuinen en hun trotse bezitters.

Zwembadtuin

Deze tuin in De Meern is van Marjolein Ransdorp (48, radio- therapeutisch laborant), Ronald Kazius (50, eigenaar van bureau voor ontwerp & productontwik- keling) en hun zoon Sido (10).

“We stonden voor de keus: gaan we verhuizen of pakken we de boel aan? Het werd het laatste. Eerst zaten we in de wind als we buiten aten, de tuinarchitect heeft de tuin nu zo ontworpen dat het terras in de luwte ligt”, vertelt Ransdorp.

Ook het zwembad was een wens die uitkwam. “Mijn man en zoon zijn echte waterratten. In warme periodes liggen ze dagelijks in het zwembad. Voor mij was het vooral belangrijk dat het - anders dan de vorige tuin, waar veel gras in lag - een onderhoudsvrije tuin werd. Ik vind het leuk om zelf de beplanting bij te houden, maar mijn vrije tijd besteed ik het liefst aan sporten, m’n kind en vrienden. Daarom zijn we in de luxe positie dat twee keer per jaar een tuinman de haag snoeit.”

Omdat de tuin een grote oppervlakte heeft, hebben ze een tuinarchitect gevraagd voor de inrichting. “Je wilt er iets moois van maken, maar de kennis heb je gewoon niet. Zo iemand ziet lijnen en patronen, daar kom je zelf niet op.” Ransdorp heeft het gevoel dat ze in een soort vakantiehuis wonen. “We hebben een mooi terras waar we vrienden kunnen uitnodigen om te barbecueën. Maar vooral is dit een heerlijke tuin voor onszelf.”

Verandatuin

De tuin van... Piet Baas (33) Luc Loois (28, bos krullen) Elske van Putten (26) en Annemarie Kaldewaij (31, kort blond haar) TUINEN foto Shody CaremanBeeld Shody Careman

Piet Benthem (33) woont sinds 2009 in Utrecht en komt oorspronkelijk uit de Achterhoek. Hij werkt in de keuken van flexwerkplek Seats2Meet, geeft gym op een basisschool en is bezig met het oprichten van een bedrijf om het afvullen van bier in blik mogelijk te maken voor speciaalbierbrouwers. Toen hij hier kwam wonen, heeft hij eerst een pizzaoven gebouwd. Daarna kwamen er kippen en onlangs heeft hij de veranda gemaakt.

“Als je het kunt bedenken, kun je het maken. Ik wil niet alles klakkeloos nieuw kopen, dus het materiaal haal ik overal vandaan.”

In de buurt wonen veel van zijn vrienden die geregeld over de vloer komen. “Soms kom ik thuis en zijn ze al in mijn tuin aan het barbecueën. In de zomer doen we veel dingen samen.

Elk jaar organiseren we ook een buurtfeest. In de ene tuin een kledingruil, de andere heeft een silent disco, een jacuzzi of een knutselhoek.” Piet is dagelijks met zijn tuin bezig. Niet alleen met dingen timmeren en zagen. Ook probeert hij groenten te kweken. Echt lukken wil het niet: te veel slakken.

In 2021 gaat dit huizenblok tegen de vlakte. “Als ik hier weg moet, ga ik de stad uit. Ik zal in Utrecht niet tachtig vierkante meter tuin vinden op vijf minuten afstand van het centrum. Een balkonnetje is echt niks voor mij.”

Moestuin

Dit is de tuin van Tuin van Achmed ZagdoudBeeld Shody Careman

Al 15 jaar is Achmed Zagdoud (78) de trotse eigenaar van deze Utrechtse volkstuin. ’s Ochtends vanaf tien uur tot een uur of één is hij bezig met het wieden van onkruid, planten water geven en het rommelen op zijn tuin. Op zijn crocs. Daarna gaat hij naar de moskee om te bidden en is het tijd om thuis uit te rusten. “Ik doe het echt als hobby. Het is goed voor je lichaam om bezig te blijven. Oudere mensen moeten niet stilzitten. Dat is niet goed voor je. Het is net als sporten.”

Wat Zagdoud van zijn tuin haalt, krijgt hij lang niet allemaal zelf op, daarom geeft hij aan wie van zijn zes kinderen wil van wat hij te veel heeft. Aardbeien, uien, komkommers, tomaten, doperwten, tuinbonen en aardappelen. Veel aardappelen. “Mijn vrouw is vandaag ziek, anders gaat ze altijd mee naar de tuin. Beetje theedrinken en helpen. Willen jullie thee? Ik kan wel zetten, hoor. Maar zelf drink ik niet mee. Het is ramadan.”

De Marokkaans-Nederlandse Zagdoud heeft gewerkt in de mijnen van Limburg en in Utrecht in de zeepfabriek. Nu is hij met pensioen. Of hij het allemaal redt met zijn tuin? “Tuurlijk. Ik help vaak ook andere tuinders op het complex. Hoe je aardappels moet poten bijvoorbeeld. Bij mijn huis, een rijtjeshuis, heb ik een kleine tuin. Dus daar had ik niet genoeg aan. Wel hebben we bij de deur een kist met bloemen staan. Vindt mijn vrouw mooi.”

Buiten is niet binnen

Voor sommigen is de achtertuin hun verlengde huiskamer. Filosoof en rijtjeshuisbewoner Pieter Hoexum denkt er heel anders over.

Het begon met wat problemen met de verlichting in de woonkamer, het eindigde met een complete verbouwing van de benedenverdieping van ons rijtjeshuis, inclusief achtertuin. Toen de man van de winkel waar we onze meubels altijd kopen langskwam om een 'verlichtingsplan' op te stellen, raakten we aan de praat over de rare indeling van de benedenverdieping. Het woongedeelte zit aan de voorkant van het huis, ligt op het noordoosten en krijgt slechts 's ochtends vroeg wat zon, terwijl de keuken aan de achterkant, met uitzicht op onze achtertuin, de hele dag in het licht baadt.

In plaats van de verlichting aan te pakken, leek het de woninginrichter een beter idee de keuken en de woonkamer te verwisselen. We zouden dan aan de achterkant moeten uitbouwen, wat ten koste zou gaan van de toch al kleine tuin, maar zo zouden we wel veel meer aan onze tuin hebben. En het leverde een mooie ruime eetkeuken op.

Het leek ons een hele klus, maar de woninginrichter stelde ons gerust: voor hen was dat dagelijks werk. Het bouwplan lag er al bijna.

Het plan was ronduit geweldig. Alleen met één ding was de interieurarchitect - zo moesten we hem inmiddels wel noemen - te ver gegaan. Aan de achterkant had hij een grote schuifpui bedacht met in de tuin een terras van grijze tegels in

dezelfde tint als het linoleum binnen: zo zouden binnen en buiten in elkaar overlopen. In plaats van een tuin die er maar een beetje bij hing, zouden we een heuse 'tuinkamer' krijgen.

We gingen akkoord met de plannen, maar niet met zo'n soepele overgang tussen woonkamer en tuin. Ik wilde juist een contrast, en een schuifpui leek me als achterdeur sowieso onhandig. We kwamen uit op een pui met veel glas, maar ook met een deur. Ik ben erg gehecht aan deuren die er duidelijk uitzien als deuren en duidelijk onderscheid maken tussen binnen en buiten.

Hoewel we met de verbouwing van ons rijtjeshuis in de pas liepen, ontkwamen we dus aan de trend om je tuin bij het huis te betrekken. Die trend is overigens al behoorlijk oud. Stedenbouwkundige en tuinliefhebber Piet Verhagen (1882-1950) beklaagde zich al in 1945, in zijn meesterlijke boek 'Het geluk van de tuin' over deze 'jongere populaire opvatting'. 'Het ideaal zou zijn als je niet meer weet of je binnen of buiten bent, of eigenlijk als je altijd meende buiten te zijn.'

Dat soort terug-naar-de-natuur-dromen waren aan de nuchtere Verhagen niet besteed. Als de tegenstelling tussen binnen en buiten verloren gaat, stelde hij, gaat daarmee 'een prachtige en ook primaire tegenstelling uit onze cultuur verloren'.

Je kunt het huis niet binnenstebuiten keren zonder zijn wezen aan te tasten. Het huis is er juist om niet buiten te zijn: daar begint het wonen. De tuin biedt volgens Verhagen weliswaar intimiteit, maar wel van een heel vreemde soort. De tuin heeft iets paradoxaals: buiten en toch besloten. Geborgen, maar in de open lucht.

Juist als aanvulling op het huis is de tuin onmisbaar, volgens Verhagen. Hij waarschuwt voor een andere trend: 'In de stad wint de gemeenschappelijke tuin gestadig terrein. Het is een contradictio in terminis. Een tuin is even persoonlijk als een brief; hij reikt zeker niet buiten het gezin.'

Je kunt het kneuterig noemen, al die kleine tuintjes achter onze rijtjeshuizen, maar ik moet inderdaad niet denken aan een gemeenschappelijke tuin. Dat zou makkelijk kunnen: ons rijtjeshuis maakt deel uit van een rijtje dat rug-aan-rug ligt met een ander rijtje, je zou van alle achtertuintjes zo één mooie grote binnentuin - een soort hofje - kunnen maken. Maar, zo schrijft Verhagen: 'In de tuin telt de bezoeker niet mee, tuin en tuinman hebben aan elkaar genoeg; het is vooral persoonlijk werk.'

De achtertuin is intussen wel een vreemde brief. Terwijl de voortuin een soort ansichtkaart aan iedere voorbijganger is, is de achtertuin een brief aan jezelf.

De verbouwing van ons huis, inclusief achtertuin, werd een groot succes. De tuin is wellicht iets té comfortabel geworden naar de zin van Verhagen. Hij is weliswaar duidelijk van het huis onderscheiden, maar is uiteindelijk toch het soort 'buitenvertrek' geworden waar Verhagen smalend over schrijft als een plek 'waar je theedrinkt, gymnastiseert, zwemt, luiert of slaapt misschien, of ook waar de kinderen spelen.'

Onze toch al kleine tuin heeft inderdaad naast een terras en een platje met een flinke pergola waar een schommel en een hangmat aan kunnen hangen, slechts twee kleine lapjes groen. Voor tuinieren is eigenlijk nauwelijks plaats. We hebben daarom sinds kort een moestuin op een volkstuincomplex, om ons daar over te geven aan het 'ware tuinieren' van Verhagen, een 'vreugdevolle overgave van hoofd, hart en handen aan de tuin'.

'Het geluk van de tuin' van stedenbouwkundige en tuinliefhebber Piet Verhagen (1882-1950) verscheen in 1945 en is nog steeds actueel. Alleen nog tweedehands te krijgen. (Uitg. Gianotten € 12,98)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden