DRIE OP VRIJDAG

A. Soetendorp is rabbijn in Den Haag.

AWRAHAM SOETENDORP

Het is gelukkig dat de redactie jou, Sajidah, de gelegenheid heeft gegeven om verkeerde beeldvorming tegen te gaan. Nog te veel wordt althans de indruk gewekt dat de vredesweek alleen door christenen voor christenen wordt georganiseerd. De indruk wordt versterkt door de behandeling van het jodendom. Noch mij noch een van mijn collega's is om een bijdrage gevraagd. Wel wordt een interview geplaatst met de oud-testamenticus prof. dr. Ellen van Wolde met de titel 'Over de kracht van de herinnering'. Uit haar mond moet ik dan lezen: “De kracht van het jodendom ligt in het feit dat de joden door de eeuwen heen altijd de confrontatie zijn aangegaan. Daar is het volk sterker door geworden. Zij spreken niet van een geschiedenis in de zin van dingen die hun overkomen zijn. Joden spreken over hun verleden in termen van herinnering.”

Zeh lo haderech, dit is niet de weg. Wanneer het gaat om zulk een wezenskenmerk van het joodse volk als herinneren kàn niet volstaan worden met een beschouwing op een afstand. Als er één uitkomst is van ons drie-gesprek, is het wel dat het essentieel is om mensen zèlf aan het woord te laten over wat hen in hun eigen religie, spiritualiteit ten diepste raakt. Elke middelbare scholier dient gedurende zijn schooltijd althans eenmaal geluisterd te hebben naar een getuigenis van een moslim, een jood, een christen, een boeddhist, een hindoe, een humanist. En wat voor de school geldt, geldt zeker voor de vredesweek. Mijn goede moeder placht op emotionele ogenblikken te zeggen: “Nu zwijgen wij elkaar toe.” Je moet heel veel naar elkaar luisteren voordat je in staat bent elkaar 'toe te zwijgen' en de rijkdom van het innerlijk van de ander non-verbaal tot je te kunnen nemen. Bil vawecha, met heel je hart, met heel je ziel en al wat je kunt.

Wij zijn, Sajidah en Marianne, al een heel eind op deze weg naar elkaar toe gekomen. Zo wil ik jullie ook voeren met mij mee naar de intimiteit van de dagen van Selichot, de tijd waarin we elkaar vergiffenis proberen te schenken, voorafgaande aan de ontzagwekkende dagen van Rosj-Hasjana en Jom-Kippoer, naar het dierbaar uur waarin we, gezeten rondom de familietafel die als het ware gekomen is in plaats van het altaar van weleer, de kiddoesj aanheffen over de beker met wijn en eten van de zoete appel met zoete honing. De dagen waarin we staan voor het witte voorhang voor de heilige arke. Het wit herinnerend aan onze doodskleren, de vergankelijkheid èn tegelijkertijd aan het nieuwe, het mogelijke. Het met steeds grotere heftigheid zeggen en zingen van gebeden, keer op keer herhalend: “O God maak toch een einde aan de heerschappij van het geweld op aarde.” En dan naar het ultieme ogenblik waarin wij aan het einde van de lange vastendag gezamenlijk door de poort van de dood gaan om opnieuw te kunnen leven. Wij zeggen dan het 'sjemes' dezelfde woorden die elk voor zich eens hoopt te kunnen zeggen in het voorportaal van de dood.

Marianne, je vroeg naar de symboliek rondom het ziekbed. In elke dienst spreken wij gebeden uit voor genezing. Maar er is geen krachtiger impuls tot leven dan die ene langgerekte sjofartoon die bij het invallen van de duisternis aan het eind van Jom-Kippoer ons wekt tot leven. En het gaat nooit alleen om het joodse volk, het gaat altijd om de gehele mensheid, om alle wereldgeborenen. Zo wens ik jullie, Marianne en Sajidah en ons allen een goed en gezegend nieuwjaar, een nieuwe mogelijkheid tot ontmoeting in 5756.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden