DRIE OP VRIJDAG

Marianne Vonkeman is hervormd predikante

MARIANNE VONKEMAN

Hieraan moest ik denken toen Sajidah de 'engel van de dood' als dienaar van God beschreef. Alleen de dood was in staat te ontwarren wat in die levens aan liefde en haat ineen gevlochten was. “We geven haar uit handen, in de handen van de levende God”, zeiden we bij de begrafenis. En dat was tegelijk onze bede dat er niets van het goede dat er óók in haar levensoffer had gezeten, verloren zou gaan.

Soms is de dood een genadegift van God, zoals Sajidah schrijft. Maar het lijden dat aan veel sterven voorafgaat, hoort voor mij niet bij de goede schepping van God. Ik vraag me af of hier een wezenlijk verschil met de islam ligt. Hoe kunnen schoonheid en goedheid mij vandaag geruststellen als ik morgen lijden of dood uit Gods hand moet ontvangen (zoals ik Sajidah hoor zeggen)? Het bovenstaande voorbeeld illustreert hoe vaak wij zelf lijden veroorzaken, juist vanuit onze meest menselijke behoefte aan overgave en zinvolheid. Dan voel ik mij meer verwant met Awrahams eenduidige uitspraak: God wil niet de dood maar het leven.

Jezus vertelde eens een verhaal over een akker waarin koren werd gezaaid. 's Nachts kwam er een vijand en die zaaide er onkruid doorheen. Toen de plantjes opkwamen zei de eigenaar tegen de arbeiders die het onkruid wilden verwijderen: “Bij het bijeenhalen van het onkruid zou je ook het koren kunnen uittrekken. Laat ze samen opgroeien tot de oogst. En dan zal ik tot de maaiers zeggen: haal eerst het onkruid bij elkaar en bindt het in bossen om te verbranden, maar breng het koren bijeen in mijn schuur.”

Wanneer ik denk over goed en kwaad, zinvolheid en zinloosheid, leven en dood, dan komt dit verhaal bij mij boven. Een verhaal vol respect en zorgvuldigheid, wijze zorg en een scherpe blik waar het om gaat: het behoud van het koren. De akker is een beeld dat Jezus gebruikt voor de wereld, maar ook voor het menselijk hart. De oogst is de voleinding van de wereld. Die voleinding is niet alleen aan het einde van de tijden, of na de dood. De oogst is er ook nú, zegt Jezus. En arbeiders die koren en onkruid kunnen scheiden, die de wereld helpen voltooien, zijn er te weinig.

Dat wat een offer vraagt, verleent ook betekenis, zin. Zonder offer geen beleving van zin. Het is een onuitroeibare menselijke behoefte om als graan gezaaid te worden en als koren geoogst. Maar een mensenleven bestaat uit graan en onkruid inéén. Deze tweeheid wordt in het christendom zichbaar gemaakt door de “zwaar te verteren paradox” (Sajidah) van het kruis van Christus. Daar zien we waartoe een mens in staat is. Ons leven én sterven te geven als graan, voedsel voor de wereld. Of als onkruid het leven verstikken en beroven. Beide mogelijkheden leven in onze fundamentele (en religieuze) behoefte ons bestaan voor iets anders in te zetten. Jezus' leven en dood als geschenk ontvangen is dan ook een nooit eindigend louteringsproces waarin onze eigen drang tot zelfgave gericht, gezuiverd en verwijd wordt.

Een mens die voor je sterft. En zo een drijfkracht tot zelfgave ontketent. Mag ik je vragen, Awraham, hoe jouw ervaring van de dood van de pleegvader die jou in de oorlog verborg, je denken over offer, schuldgevoel en dankbaarheid heeft beïnvloed en wellicht gelouterd?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden