Drie maal kwamen de Typhoons over Ooggetuige

Aan verzetsgroep Albrecht lag het niet dat Hilversum tijdens de bezetting maar weinig bommen op Duitse doelen zag vallen. De groep stuurde de Engelsen regelmatig tekeningen met deugdelijke coördinaten. Trouw-verslaggever Aldert Schipper maakte één van die zeldzame luchtaanvallen mee.

In Hilversum waren aan de schaduwrijke lanen van Trompenberg een kleine duizend Duitse militairen gelegerd. Niet erg veel, maar onder hen had je Wehrmachtgeneral Blaskowitz, General der Flieger Christiansen en de minder bekende generaal Student. Ze woonden in een Sperrgebiet waar de Hilversumse bevolking niet in mocht.

Wij kinderen wisten van het Hauptkwartier der Wehrmacht, doordat er her en der borden stonden die aanwezen hoe je er moest komen. Op weg naar school zag je die borden staan. Ze vermeldden ook Ortskommandantur of Ortskommandant. Het waren de eerste woorden Duits die je als schoolkind leerde.

We wisten ook van die soldaten, doordat ze 's zomers zingend door onze straat marcheerden richting zwembad Crailo. Dat was een openluchtzwembad, nog ontworpen door Dudok, dat volgens mijn moeder veel te mooi was voor dat tuig. Als ze door de straat kwamen, waren ze meestal in hun militaire pakken, die je na hun lawaaiige doortocht nog kon ruiken. Een enkele keer hadden ze hun zwemkleren al aan. 'Schande,' schold moeder dan en als ze snel genoeg was, trok ze de gordijnen dicht zodat mijn zusje en ik die billen niet hoefden te zien.

Er passeerden ook wel eens Duitsers op weg naar de film. Vlakbij ons huis was bioscoop Casino, waar Duitse soldaten voor verpozing heen gingen. Ertegenover, op het pleintje waar de Naarderstraat, het Melpad en de Bussummerstraat elkaar ontmoetten hadden ze een schuilkelder gebouwd. Die stonk altijd verschrikkelijk naar poep. Want een drol draaien in de donkere Duitse schuilkelder was een daad van verzet. De deur was ook altijd kapot, zodat iedereen erin kon. Maar wij kinderen gingen er nooit naar binnen. Dat durfden we niet. Alleen de Chinees, die altijd op de hoek van de Kerkstraat stond met zijn pinda's, kwam er - om te slapen en in de hongerwinter om er van de honger te sterven. Opa zei dat hij zijn trommel met pindakoekjes nog compleet bij zich had. Daaraan kon je zien hoe zuinig Chinezen waren. Je kon er een voorbeeld aan nemen, vond opa.

's Nachts waren er wel eens vliegtuigen. Maar daar sliep ik gewoon doorheen. 's Ochtends spraken vader en moeder er aan tafel nog wel instemmend over na. Eén keer heb ik ze echt gehoord. Ik heb daar nog een heldere herinnering aan, omdat ik die nacht met mijn vader in één bed lag. Moeder was met opa achter de handkar richting Veluwe vertrokken om eten te halen. Op de kar een stapeltje lakens en handdoeken: moeder had voordat ze in 1933 trouwde een ouderwetse uitzet bijeengespaard. Mijn vader vond het met het oog op de situatie beter dat mijn zusje en ik bij hem sliepen in het grote bed. Of het was om ónze angst of om die van vader, weet ik niet meer. In elk geval sliep ik niet, want ik vond het raar zo zonder moeder in dat bed en toen begon het geronk van de vliegtuigen. Vader zei dat we niet bang hoefden wezen, maar aan zijn ademhaling en zuchten was te horen dat het hem niet onberoerd liet.

In Hilversum zijn maar een stuk of tien keer bommen gevallen. Van één keer weet ik het nog goed, want het was overdag en de bommen vielen niet ver van ons huis.

Als er overdag geallieerde vliegtuigen kwamen, werd dat eerst aangekondigd door het luchtalarm. Dezelfde sirene die je nu, bijna zestig jaar later, nog wel eens hoort. Nu laten ze hem even draaien om te weten of hij het nog doet, maar toen zat er meer aan vast. Even erna hoorde je vliegtuigen brommen of gieren. En dan het gerikketik van de Fliegerabwehrkanonen (Flak), het geplof van de boordmitrailleurs en vervolgens het bonzen van de neergekomen bommen. Dan schudde even alles om je heen. Het rare was de stilte daarna, een enkele keer gebroken door mensenstemmen net als een autoradio die doorspeelt na een ongeluk.

Soms viel er gewoon midden op de dag een bom in de verte. Dat was een geallieerd vliegtuig dat aangeschoten was, maar nog terug naar Engeland wilde. Dat liet dan zijn bommen vallen in het IJsselmeer of op de hei.

Achter ons huis stond de houtloods van mijn vader. Ik hing er wat rond. Vader was meestal thuis. Eind 1944 was de voorraad van de houthandel zo'n beetje uitverkocht. En nieuw triplex was er niet. Op die plaats stond een biljart, waar hij een potje speelde met wat vrienden, oom Tiem Slagt, meneer Van Kampen, Jan Pauw en mijn oom Carl, de jongste broer van mijn vader. Oom Carl was de jongste broer van vader. Ze waren allemaal een soort onderduikers. Brave maar voorzichtige Nederlanders die het verzet goed gezind waren, een heel enkel keertje iets deden, maar meestal verzet per biljartkeu pleegden. Als je tenminste het luisteren naar Radio Oranje niet als verzet kon beschouwen.

Ineens was er boven ons hoofd het geratel van de boordmitrailleurs. Het waren Britse Typhoons, riep oom Carl, hij trok me de houtloods binnen en gaf me een duwtje bij de werkbank, waar ik onder moest gaan zitten. Het was een soort tafel met een bijna tien centimeter dik blad, waaronder houtkrullen lagen. Het rook er naar vers geschaafd hout en zaagsel. Driemaal kwamen de Typhoons. Driemaal begon het bonzen en trillen opnieuw. En toen was het weer stil. Ik kroop onder de werkbank vandaan.

In het gemeentelijk archief in Hilversum ligt een politieraport en een artikel van de historische kring Albertus Perk, waarin staat dat het bombardement op 29 december was, tussen kerst en Nieuwjaar dus. Een rare datum. Het was het enige bombardement dat slachtoffers onder de gewone Hilversummers heeft gemaakt. Twee twintigjarigen, twee grijsaards, een vrouw van 47 en twaalf dagen na het bombardement stierf nog een baby, Jan Veldkamp, die door een bomscherf was getroffen.

Verzetsgroep Albrecht had contact met een 'goede' Duitser die kellner was in de officiersmess op Trompenberg. Op zijn gezag stelde de verzetsgroep vast dat er zeven bommen op de commandobunker waren terechtgekomen, maar dat er nauwelijks schade was. Het bombardement was mislukt en moest herhaald worden. Maar de Engelsen stelden het uit.

Er waren verschillende villa's getroffen. In 1993 kwam er bij Christies in Amsterdam een schilderij van Carel Willink in de veiling, waarop er enkele staan. Ook was de watertoren getroffen. Een Hilversumse loodgieter wilde het lek in het reservoir dichtlassen, maar dat mocht niet van de Duitsers, zodat de man enkele dagen later moest terugkeren om zijn karwei 's nachts te doen. Gelukkig hebben de Duitsers hem niet gezien.

In de houtloods lag altijd een enorm grote bijl. De steel reikte bij mij als jongen tot m'n schouders. Acht jaar was ik. Ik pakte mijn speelgoed weer op, zette het zware stuk ijzer tegen mijn schouderblad en riep tak-tak-tak alsof er niets was gebeurd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden