Drie kleine Londense musea om het kerstgewoel te ontvluchten

The Museum of Mankind, 6 Burlington Gradens, W1; metrostation Green park, Oxford Circus of Piccadilly. Dagelijks 10-17 uur, zondag 14.30-18 uur. Sir John Soane's Museum, 13 Lincoln's Inn Fields, WC2; metrostation Holborn. Dinsdag-zaterdag 10-17 uur. The Wallace Collection, Hetford House, Manchester Square, W1; metrostation Bond Street. Dagelijks 10-17 uur, zondag 14-17 uur. De musea zijn gesloten van 24-26 december en op nieuwjaarsdag. In alle drie musea , die gratis toegankelijk zijn, wordt een vrijwillige donatie gevraagd.

Londen is op dat gebied ruim gesorteerd. Volgens de gezaghebbende Times Out London Guide telt de Britse hoofdstad 600 kunstgalerijen en 150 musea (in Engeland wordt het onderscheid gemaakt tussen 'art galleries' en overige 'museums'). Let wel, tot de eerste categorie worden ook commerciële kunstzaken gerekend. Niet elke art gallery is dus een museum. Maar ook zonder de commerciële collecties blijft er genoeg verrassends over. 'When a man is tired of London, he is tired of life', lijkt ook op te gaan voor museaal Londen.

POPULAIRSTE Onlangs wees een een Amerikaans onderzoek uit dat museumbezoek in de meeste geïndustrialiseerde landen de populairste 'culturele' vrijetijdsbesteding is. De musea verliezen de strijd om de publieke aandacht alleen aan de televisie, maar laten sportevenementen en concerten ver achter zich. Dit zal in Engeland zeker niet anders zijn, want in de musea is het druk, verschrikkelijk druk. Tot de absolute favorieten van het publiek behoren het British Museum (oudheden), het Victoria & Albert Museum (design), het Imperial War Museum (oorlog), het National Maritime Museum (scheepvaart) en de National Gallery en de Tate Gallery (kunst). Zonder afbreuk te doen aan hun collecties kan de drukte het plezier van een bezoek vergallen. Het is moeilijk te genieten van een schilderij als je je door een haag van mede-bewonderaars moet worstelen. Zeker als je zojuist hebt gewinkeld op de slagvelden van Oxford Street en Regent Street.

Gelukkig kent Londen, naast bekende instituten, ook een groot aantal middelgrote en kleinere musea, die niet altijd even bekend zijn, zeker niet bij de buitenlandse museumganger. Het bezoek daarvan waart je niet alleen vrij van de cultuurgenietende horden, maar bespaart je ook het frustrerende besef dat je niet in staat bent geweest om een collectie in zijn geheel te bekijken. Drie van deze kleinere instituten behoren tot mijn persoonlijke favorieten.

DE HELE MENSHEID Van het Museum of Mankind, dat zich op loopafstand van Trafalgar Square bevindt, verwacht je op basis van de titel dat het tot de grotere musea van Londen behoort. De omvang van een museum over een zo weids onderwerp als de 'mensheid' lijkt in principe onbeperkt. Maar niets is minder waar. Deze volkenkundige collectie is makkelijk in twee uur in zijn geheel te bezichtigen. De opstelling zou wat mij betreft het model kunnen worden voor elke museumcollectie ter wereld. Het is er ruim en licht, niet stoffig, maar ook niet overdreven modern. Godzijdank geen technologische snufjes (koptelefoons!) die de aandacht afleiden van de collectie zelf.

De monumentale trap wordt geflankeerd door twee reusachtige afgietsels van Hondurese sculpturen, die er niet naar uitzien dat zij ooit zullen worden vervangen. Maar het leeuwedeel van de tentoonstellingen is tijdelijk. Tijdens de kerst zijn er onder meer fascinerende opstellingen te zien van Afrikaanse wapens (Power of the hand, tot juni 1996) en Afrikaans aardewerk (Smashing Pots, tot lente 1996). In de centrale zaal op de eerste verdieping staat als grote blikvanger een bronzen kop van keizer Augustus, met ogen van albast, glas en gekleurde steen. De kop werd ontdekt onder de trap van de Overwinningsdrempel in Merowe in Soedan, waar hij waarschijnlijk door invallers werd begraven als een belediging. Iedereen die de tempel binnenging of verliet, vertrapte het symbool van het Romeinse Rijk.

HANDTASJE Het Britse empire komt er in een andere tentoonstelling heel wat beter vanaf. In een expositie over Groot-Benin, het Edo-rijk in het zuiden van het huidige Nigeria (tot lente 1996), is een vermakelijk paneel te zien. Het maakt deel uit van een verzameling traditionele, bronzen panelen waarmee de Edo deuren verstevigden en decoreerden. Op deze uitzonderlijke plaquette staat de Britse koningin afgebeeld, compleet met handtasje. Elisabeth II op een tribale Afrikaanse deurplaat, een aandoenlijker bewijs van de vroegere Britse koloniale invloed is niet denkbaar.

Op hun gemak schetsen de kunstacademie-studenten in de zalen van het museum collectiestukken. Dat is irritant op zijn tijd omdat zij soms het zicht ontnemen op een stuk dat je graag van wat dichterbij had willen zien. Anderzijds maakt hun aanwezigheid overduidelijk dat het Museum of Mankind geen bezoekerscircus is, waar iedereen in sneltreintempo langs de beroemde stukken racet, omdat 'je die gezien moet hebben'.

EXCENTRIEKE ARCHITECT In een nondescript rijtje woonhuizen aan Lincoln's Inn Fields, niet ver van Fleet Street, valt het Sir John Soane's Museum meteen op vanwege zijn opmerkelijke, met beelden bekroonde uitbouw. De voormalige woning van de excentrieke architect Sir John Soane (1753-1837) is het kleinste en merkwaardigste Britse rijksmuseum. Het is het soort museum waar bij de ingang een gastenboek ligt, waar je je opmerkingen in kwijt kan. Binnen zijn een aantal kamers opvallend kleurig (bordeauxrood en citroengeel), maar tegelijk simpel ingericht. Een aangenaam verschil met de overdadig barokke interieurs van de Engelse landhuizen en de overladen kitsch in Victoriaanse woningen.

Het achterhuis herbergt een verrassing die doet denken aan de holle surprise-eitjes van chocolade, die je als kind at. Dit deel van de woning diende als persoonlijke stapelkamer voor de passionele verzameldrift van Sir John. De hal, volgestouwd met gebouwfragmenten, is getransformeerd tot een surrealistisch archtectonisch rariteitenkabinet. Waar collega-architecten zich tevreden stelden met voorbeeldboeken waaruit zij bouwkundige details kopieerden, haalde Sir John de voorbeelden drie-dimensionaal in huis. In de kleine ruimte aan de rechterkant van de hal is het dringen. Daar bevinden zich Soanes schilderijen (waaronder een reeks onbegrijpelijke schilderij-spotprenten van Hogarth), en een muur die zich verrassend enkele malen laat openklappen. Een bezoeker vertelt een museummedewerker dat hij hier z'n hele leven al eens heeft willen komen. Het compliment wordt met een welwillend Engels glimlachje in ontvangst genomen.

FRANS HALS De Wallace Collection is veel groter dan de twee vorige musea. Zij kan zeker niet gerekend worden tot de kleinste musea van Londen, en het is zelfs twijfelachtig of zij tot de middelgrote collecties behoort. Maar zij is toch binnen afzienbare tijd in haar volledigheid te bekijken. De collectie lijkt uit louter hoogtepunten te bestaan: indrukwekkende verzamelingen Canaletto's, Reynold's en Boucher's, en een uitgebreide wapenverzameling, waarvan met name de Turkse zwaarden en Tartaarse helmen tot de verbeelding spreken. Voor wie daarvan houdt is er een niet mis te verstane opstelling van Sèvres-porselein. Maar het absolute pièce de résistance is Frans Hals' The laughing cavalier. Van dichtbij is het een chaotische microkosmos van kwakjes verf, maar van een afstand ontdek je orde in de chaos, de sublieme weergave van de kanten kragen en de ongelooflijke perfectie van de linker mouw met goudstiksels. Maar meer dan alles fascineert de superieure glimlach van deze jongeman, een glimlach die de lach van de Mona Lisa ver achter zich laat. Alleen het bezichtigen van dit stuk is een overtocht naar Engeland meer dan waard.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden