Drie keer sorry voor het Aboriginal-leed

Ze hebben er jarenlang op gewacht en velen dachten het nooit meer mee te maken. Maar slachtoffers van de stolen generation zouden vandaag eindelijk dat ene woord van vijf letters horen uit de mond van de Australische minister-president Rudd: Sorry.

Bruce Clayton-Brown heeft het druk. Hij is net hersteld van griep en op zijn kantoor stapelen de berichten zich op. Hij is maatschappelijk werker bij Link Up, een organisatie die zich inzet voor de hereniging van ’gestolen’ Aboriginalkinderen met hun ouders. Sinds bekend werd dat de nieuwe Australische regering officieel excuses zou aanbieden aan de ’gestolen generatie’, stromen de reacties bij de organisatie binnen.

Bruce (groot lijf, wilde, zwarte krullen) is één van de Aboriginals die vanochtend in het parlement de historische excuses van Labor-premier Kevin Rudd zou bijwonen. „Ik denk dat het een prachtige mogelijkheid is om een nieuw begin te maken met de verzoening in dit land”, reageert hij aan de vooravond van de toespraak van premier Rudd.

Bruce was acht jaar toen welzijnswerkers en de politie hem thuis weghaalden. Zijn moeder was als veertienjarige tiener ook al ’gestolen’ door de overheid.

Het was 1972, de nadagen van de officiële politiek om Aboriginalkinderen in christelijke tehuizen en pleeggezinnen een ’blanke opvoeding’ te geven. De toenmalige regeringen wilde de kinderen ’een betere toekomst’ geven. Aboriginaljongens werden vaak gebruikt als boerenknecht, Aboriginalmeisjes als huishoudster.

De jonge Bruce belandde in een katholiek weeshuis, waar hij moest leren om zich als een net, blank jongetje te gedragen. „In het weeshuis mocht ik mijn Aboriginaltaal niet gebruiken. Zodra ik dat deed, werd ik afgeranseld met een dikke stok. Ik moest verder altijd piekfijn gekleed zijn. Niks geen lekkere kleren. Ik moest ook thee leren drinken met een geheven pink. En ik moest eten met mes en vork. Thuis waren we gewend om met onze handen te eten, maar als ik dat deed, kreeg ik slaag. Ik leerde te leven als een blank iemand, maar van binnen bleef ik altijd zwart.”

Bruce vertelt dat sommige nonnen in het weeshuis hem seksueel misbruikten. „Ik was pas acht, maar ik was erg vroeg volwassen. Ik moest met sommige nonnen seksuele spelletjes doen.” Hij beseft dat het ongeloofwaardig klinkt. Toen hij veel later hulp zocht, wilden artsen en psychologen hem niet geloven. Je verzint het, riepen ze. Het maakte zijn ellende nog groter.

Alcohol, drugs, vier zelfmoordpogingen: Bruce maakte het als jong volwassene allemaal mee. Hij haatte de blanken die hem dit hadden aangedaan. Hij haatte zijn Aboriginalmoeder, die hem nooit was komen zoeken.

Dank zij de Aboriginalorganisatie Link Up vond hij zijn zelfvertrouwen en eigenwaarde terug. „Link Up redde mijn leven”, zegt hij. Sindsdien helpt hij lotgenoten om ook in het reine te komen met hun verleden. Hij probeert slachtoffers in contact te brengen met hun Aboriginalfamilie. „Pas dan kan het proces van verwerking echt beginnen.”

De excuses van de regering zijn voor hem persoonlijk niet heel belangrijk. Hij vindt het goed voor de oudere generatie slachtoffers. „Ik had eerlijk gezegd niet gedacht dat de regering ooit sorry zou zeggen. Maar ik ben teleurgesteld dat de regering geen compensatiefonds wil oprichten. Er zijn zoveel mensen die treuren om het vele verdriet dat ze is aangedaan. Zij verdienen financiële compensatie. Ik hoop dat deze excuses uiteindelijk zullen leiden tot meer geld voor de slachtoffers. Bijvoorbeeld voor de psychosociale hulpverlening. Die is nog steeds hard nodig.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden