Drie jaar is 'veel te kort'

Iris Pronk

Mijn zoon van zes plast nog in bed. Mijn dochter van drie praat nauwelijks. Ouders kunnen met dit soort opvoedkwesties in veel plaatsen terecht bij het lokale pronkstuk van demissionair minister André Rouvoet: het Centrum voor jeugd en gezin (cjg).

Rouvoet bestreed de wachtlijsten in de jeugdzorg en maakte een plan om die zorg ingrijpend te reorganiseren. Hij zette zich ook in voor een campagne tegen kindermishandeling. Maar zijn meest tastbare nalatenschap bestaat toch uit de cjg’s, die in elke gemeente moeten verrijzen en die minimaal jeugdgezondheidszorg en ’laagdrempelige’ opvoedhulp moeten bieden.

Putten is één van de 180 doorpakkers die al zo’n centrum hebben geopend. Het is gevestigd in het gezondheidscentrum, tussen de apotheek en de fysiotherapeut. In een ruimte met fris beukenhout, vrolijke aankleedkussens, bergen duplo en een bordeauxrode muur, waarop in sierlijke letters ’Jeugd en gezin’ staat.

’s Ochtends is hier het consultatiebureau, zegt Corien Benard, coördinator van het in april geopende cjg. Niks nieuws dus: baby’s en peuters worden gewogen, gemeten, beklopt en bekeken. ’s Middags is er een opvoedkundig inloopspreekuur, dat bij toerbeurt wordt bemand door een jgz-verpleegkundige, een maatschappelijk werker, een gehandicaptendeskundige en een medewerker van Bureau Jeugdzorg.

De samenwerking tussen al die organisaties is dé winst van het cjg, zegt Benard: „Vroeger deed iedereen z’n eigen ding, er was weinig regie.” Nu zoeken de consultatiebureauarts, de logopedist en de maatschappelijk werker elkaar letterlijk op. En buigen ze zich, als dat nodig is, gezamenlijk over de faalangstige Kevin, wiens gescheiden ouders stevig met elkaar overhoop liggen.

Benard heeft het ministerie van jeugd en gezin, dat binnenkort vermoedelijk wordt opgeheven, ervaren als ’een stuwende kracht’. „Ik voelde me wel gesteund vanuit Den Haag.” Zij vindt dat Rouvoet en zijn medewerkers bijdroegen aan het slechten van de ’schuttingen’ op het zeer complexe terrein van de jeugdhulpverlening.

„Het is wel duidelijk dat het programmaministerie het cjg op de

Nederlandse kaart heeft gezet,” zegt Jo Hermanns, hoogleraar opvoedkunde. „Het is een brede ontwikkeling geweest. Ouders lopen makkelijk bij de centra binnen en zijn er tevreden tot zeer tevreden over, zo blijkt uit een aantal kleinere studies.”

Het is alleen de vraag, aldus de hoogleraar, of er voor het stimuleren van de cjg’s per se een programmaministerie nodig was met een minister die een van de speerpunten van het laatste kabinet-Balkenende – jeugd en gezin – ook letterlijk een gezicht en daarmee gewicht gaf.

Maar Rouvoet is er volgens Hermanns niet in geslaagd om in Den Haag bruggen te slaan tussen de verschillende ministeries die zich om de jeugd bekommeren. „Hij heeft geen verbinding gemaakt met Onderwijs en Justitie. Dat moesten de wethouders doen.” Zij zijn, volgens Hermanns, in de afgelopen jaren ’de echte programmaministers’ geweest. Zij probeerden leraren, schoolartsen, jeugdagenten en jeugdzorgmedewerkers met elkaar te laten samenwerken. „Daar moet het blijkbaar gebeuren: op lokaal niveau, dicht bij de burgers.”

Ook Kees Bakker, bestuursvoorzitter van het Nederlands Jeugd Instituut, vindt dat Rouvoet weinig succesvol is geweest in het bestrijden van de Haagse ’verkokering’. Maar, zo benadrukt hij, drie jaar is natuurlijk ’veel te kort’ om resultaten te behalen. „Dat kan je de programmaminister niet verwijten.”

In Putten loopt het nog geen storm bij het nieuwe cjg. Kwestie van geduld, denkt coördinator Benard. En van hard werken aan de kwaliteit van de zorg. „Ons uitgangspunt is dat het centrum over twee jaar goed moet draaien.” Dan zullen, hoopt Benard, alle Puttense gezinnen het centrum weten te vinden.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden