Drie hekken scheiden Afrika van Fort Spanje

Zondag nog poogden honderden mannen de grens met Melilla in Noord-Afrika over te komen. Een paar dagen eerder verging een migrantenschip onderweg naar de Spaanse enclave. Het opvangcentrum puilt er uit.

Negen mensen kwamen vrijdag voor de kust van Melilla om het leven tijdens een poging om de Spaanse enclave te bereiken; zondag poogden honderden de grenshekken over te komen. Afrikanen, maar ook steeds vaker Syriërs weten de korte landsgrens met Europa in Afrika te vinden. Het 'doorgangscentrum' aan de Spaanse kant zit overvol.

Een groepje Syrische vluchtelingen heeft zich voor het tijdelijke migrantenopvangcentrum in Melilla rond een groot vuur verzameld. Het verwarmt tegen de gure wind die vrijwel onafgebroken over de Spaanse enclave waait. Even verderop hangen voor de toegangspoort een paar Marokkaanse jongens verveeld rond; een Algerijn bezat zich ondertussen met een fles wodka.

Plotseling scheurt een mountainbiker in fel gekleurde sportoutfit tussen de migranten door. De fietsers die hem op de hielen zitten, rijden bijna een Afrikaan van de sokken. "Elke dag komen ze hier langs", zegt Lassana Sambake met een glimlach. De 24-jarige Malinese vluchteling bedoelt het dan ook niet afkeurend. "Spanjaarden zijn goed", voegt hij eraan toe. Sambake is vooral blij dat hij onlangs, na een barre tocht van meer dan een jaar, eindelijk de EU heeft bereikt.

Het ongemakkelijke contrast tussen de welvarende inwoners van Melilla en de migranten, die hemel en aarde bewegen om de hoge hekken rond de enclave te bedwingen, werd in het najaar treffend gevat in een foto die de wereld overging. Het beeld, gemaakt door een lokale ngo, van golfspelers die achteloos een balletje slaan met op de achtergrond vluchtelingen die op het grenshek zitten, vestigde de aandacht weer op Melilla.

In 2005 kreeg de stad bekendheid toen duizenden Afrikanen en masse poogden de grens over te komen. Sindsdien staan er drie hekken en daalde het aantal klimpogingen gestaag. Maar in de schaduw van het drama rond de bootvluchtelingen op de Middellandse Zee, waarbij vorig jaar in totaal bijna 3500 mensen omkwamen, stijgt het aantal migranten dat zich in Melilla meldt de afgelopen tijd ook weer. Vorig jaar waren er volgens cijfers van het Spaanse ministerie van binnenlandse zaken zeventig massale en 22.000 individuele pogingen om het hekwerk over te komen. Ruim 2100 man lukte het ook daadwerkelijk om Melilla te bereiken: een veelvoud van de jaren daarvoor.

Risicovolle zeeroute

De laatste maanden zijn pogingen om de grens op wat voor manier dan ook over te komen aan de orde van dag. Zondagochtend nog beklommen vierhonderd Afrikanen de hekken rond Melilla. Maar ditmaal kwam er niemand overheen: de Guardia Civil en de Marokkaanse politie wisten de geplande oversteek na anderhalf uur te verhinderen. Maar men probeert het soms ook via de risicovolle zeeroute vanuit Marokko: vrijdagochtend ging een groep van tussen de 20 en de 31 mensen in een bootje vanuit de aan Melilla grenzende Marokkaanse havenstad Nador de zee op om de enclave te bereiken. Waarschijnlijk kwam het vaartuig door het slechte weer in de problemen, want de bootresten spoelden later aan op een strand nabij de grens. Tot nog toe zijn er negen lichamen geborgen, waarschijnlijk allen mannen. Tien opvarenden werden naar een ziekenhuis gebracht. De zoektocht naar mogelijke vermisten is vanwege de moeilijke weersomstandigheden inmiddels gestaakt.

Over de ligging van de grens van de Spaanse enclave werd in de negentiende eeuw met het buurland een deal gesloten. Maar het hekwerk dat de scheidslijn tussen beide landen markeert, ligt een heel eind op Spaans grondgebied. En dat betekent dat men al voor de beklimming van het hek de facto in Spanje is. De Spaanse regering ziet het hek zelf echter als de grens, wat het land op internationale kritiek kwam te staan. Evenals het excessieve geweld dat de Guardia Civil bij de grens toepast en het illegaal terugsturen van migranten naar Marokko.

De Guardia Civil houdt de 11,5 kilometer lange grens dag en nacht volledig met camera's in de gaten. Een waarschuwingssysteem op de hekken geeft de dienst anderhalve minuut de tijd om ter plaatse te komen en een beklimming te verhinderen, weet een bron van de Guardia Civil, die vanwege een spreekverbod van het ministerie van binnenlandse zaken niet met zijn naam in de krant wil. Op nachtbeelden van de dienst die ik op het hoofdkantoor van de dienst in Melilla getoond krijg, is te zien hoe honderden tegelijk vanaf de Marokkaanse kant zich richting de grens bewegen. Op andere camerabeelden, bij dag gemaakt, is te zien hoe een migrant op het hek een in brand gestoken stuk kleding naar agenten gooit. De context rond de acties van de Guardia Civil 'zie je nooit op het nieuws' wil de agent maar aangeven.

De strenge grensbewaking lijkt de migranten nauwelijks af te schrikken. Onlangs reed een BMW volgestouwd met vijftien man een gat in het hek bij een officiële grensovergang. Vijf van hen wisten Spanje te bereiken. "Als de beveiliging op één punt strenger wordt, probeert men het gewoon elders", zegt mensenrechtenadvocaat José Alonso Sanchez. Hij is kritisch op het overheidsbeleid: "Sommigen zitten wel vijf jaar vast in Melilla voordat zij op het schiereiland een asielprocedure krijgen. Dat is een afschrikstrategie die gek maakt".

Bovendien is het opvangcentrum dat bedoeld is voor maximaal 480 personen volgens Sanchez veel te klein. Officiële cijfers geven aan dat de bevolking nu al bijna 1500 man bedraagt, maar volgens de bewoners en lokale journalisten ligt het werkelijke aantal nog hoger. Herhaaldelijke verzoeken van Trouw om het centrum te bezoeken, werden afgewezen.

Schoenen met spijkers

De Malinees Lassana Sambake probeert elke dag even buiten te komen om een luchtje te scheppen. Eind december lukte het hem en zijn broer eindelijk, tegelijk met zo'n honderd anderen, om Spanje te bereiken. Hoe hij het deed? "Zo", zegt Sambake, terwijl hij een soort graafbewegingen maakt met zijn armen en benen. Met spijkers onder zijn schoenen en stokken in de hand lukt het hem grip te krijgen op het hekwerk en erover te klimmen.

De broers waren ruim een jaar eerder uit de stad Gao in noordoost Mali vertrokken. Laagopgeleid en zonder uitzicht op fatsoenlijk werk reisden zij vijf maanden lang via Algerije naar Marokko. Bij de grens met Melilla leefden zij tien maanden op de berg Gurugú in een tentje. "Mali, Guinee, Kameroen. Elk land heeft daar z'n eigen groep", weet Sambake.

De onderlinge rivaliteit is groot: bij de talloze klimpogingen die hij ondernam, zag hij hoe verschillende nationaliteiten elkaar naar beneden trokken om maar als eerste over het hek te komen. Hijzelf werd naar eigen zeggen geslagen door de Marokkaanse politie.

Behalve Afrikanen - afkomstig uit de sub-Sahara - en veelal minderjarige migranten uit de Maghreblanden melden zich in Melilla steeds vaker Syriërs. Zij hebben meestal meer financiële armslag en een grote kans op asiel. Zoals de voormalige elektricien Abdel Abas: de kalende Syriër kijkt nog een beetje onwennig om zich heen als hij voor het eerst in 25 dagen buiten het opvangcentrum komt. Hij liet zijn vrouw en twee kinderen achter in Libanon, vloog naar Algerije en kwam met de auto in Melilla aan. Hij hoopt zo snel mogelijk naar Duitsland door te kunnen reizen. "Daar is de economie beter. Hopelijk kan ik dan mijn familie laten overkomen", vertelt hij. Van zijn huis in het centrum van Homs is niets meer over. Platgebombardeerd.

Langs het grenshek, niet ver van het opvangcentrum, rijdt een jeep van de Guardia Civil traag voorbij. Even verderop joggen een paar vrouwen van middelbare leeftijd. Aan de Marokkaanse kant van het hek rijden graafmachines af en aan; zij graven een grote kuil om het de hekbeklimmers nog lastiger te maken. Uit het opvangcentrum klinkt geschreeuw. Een jonge Syriër komt uitgelaten het kamp uitrennen. Hij springt in de lucht van blijdschap. "Hij mag morgen naar Malaga", zegt Sambake. "De Syriërs mogen altijd eerst", verzucht hij. Sambake denkt dat hij en zijn broer over twee maanden aan de beurt zijn. De verhalen over de economische crisis in Europa heeft hij ook gehoord. "Crisis of geen crisis, het is vast beter dan in Mali", zegt hij beslist.

Spaanse enclaves

De huidige Spaanse enclaves Melilla en Ceuta waren van oudsher Fenicische en Carthaagse handelsplaatsen. Zij werden verschillenden keren veroverd voordat zij in respectievelijk 1497 en 1580 onder Spaans bewind kwamen. Ceuta werd daarna nog korte tijd door de Moren bestuurd, voordat Spanje er weer de macht verkreeg. Rond de overgang van de 19de naar de 20ste eeuw poogden Berbers Melilla terug te veroveren op de Spanjaarden. Vanaf 1926 kreeg het Spaanse protectoraat de stad weer stevig in handen. Generaal Franco gebruikte Melilla nog als uitvalsbasis voor de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939). Melilla en Ceuta hebben tegenwoordig de status van autonome steden binnen Spanje en maken daardoor deel uit van de Europese Unie. Marokko beschouwt Melilla en Ceuta als bezet gebied.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden