DRIE DAGEN ZAT

Knokpartijen tussen roomsen en protestanten komen niet meer voor. De West-Friese kermissen, die zojuist zijn begonnen en tot in de herfst duren, zijn kameraadschappelijke zuipfestijnen geworden. In elk gehucht moet alles wijken voor die paar dagen feest, waarop iedereen z'n trots voor zijn eigen dorp toont. En misschien komt de boerenzoon er aan de vrouw.

Nergens in Nederland wordt de kermis zo uitbundig gevierd als in West-Friesland. Van Pasen tot ver in de herfst vieren de boerendorpen in het hart van Noord-Holland om beurten een weekend lang feest. De jaarlijkse kermis laat zien hoe hecht de gemeenschap in de slaperige dorpjes is, hoe trots de bollenboeren en veehouders zijn op hun zelfstandigheid en hun kostbare grond die nog steeds overgaat van vader op zoon.

Ook al bouwen stedelingen er hun huizen en noopt schaalvergroting sommige boeren tot het verkopen van hun bedrijf, de kleine gemeenschappen zijn intact gebleven. In een drie dagen durend feest laten de chauvinistische West-Friezen aan buitenstaanders maar vooral aan elkaar zien dat ze nergens anders willen wonen dan in hun eigen gehucht. “Zelfs als ik naar Limburg moet verhuizen, zou ik nog een week vrij nemen voor de kermis”, zegt .....

Kermis in Spanbroek. Geen zweefmolen, geen schiettent, wel een snackkar en een feestband in de stampvolle danszaal van het dorpscafé. “Mooi aanstoan en bier drinken”, vat Ruud Spekken (20) de sfeer samen, terwijl een vriend een nieuw rondje plastic bekertjes bier doorgeeft. Met z'n vijven zijn ze deze zaterdagavond naar Spanbroek gekomen, zelf wonen ze in Nibbixwoud, veertien kilometer verderop. “We lopen alle kermissen in de buurt af, iedere week ergens anders. De beste kermis is natuurlijk in eigen dorp. Maar ja, dat zegt iedereen hier.”

In de plaatsjes waar de ontvolking niet heeft toegeslagen en het schooltje nog vol zit, komen de kermisexploitanten langs met hun kramen en attracties. En anders zorgt het plaatselijke kermiscomité zelf voor vertier, met bierfietsen, prijs-paling biljarten of het traditionele katknuppelen - al geruime tijd niet meer met echte katten, maar met een oude lap in de houten ton die de macho's uit het dorp met knuppels kapot moeten gooien. 's Avonds staat de plaatselijke kroeg open voor mensen uit de wijde omgeving.

“De kermis heeft nog steeds een bindende kracht binnen de dorpsgemeenschap”, zegt Dirk Schuijtemaker (70), lid van het Westfries Historisch Genootschap. “Iedereen doet mee. De moeders lopen over de kermis in elkaars kinderwagen te kijken, vroeger was het tamelijk normaal dat daarin elk jaar een nieuwe baby lag die het hele dorp moest bewonderen. Nààh, pittig denk”, praat hij in dialect de keurende vrouwen na.

Schuijtemaker is rentenierende veehouder uit een welgesteld boerengeslacht in Grosthuizen, 415 inwoners. Zijn zoon heeft inmiddels de boerderij overgenomen, hij en zijn vrouw bewonen een statig pand aan de enige straat die het dorp telt. Zijn drie dochters zijn eveneens in de omgeving blijven wonen. Tijdens de kermis komen kinderen en kleinkinderen bij het echtpaar Schuijtemaker langs voor de 'kermisborrel'. “We schenken een extra borreltje, zetten rollade en lekkers op tafel. Ook de oude knecht, die twaalf jaar bij ons gewerkt heeft, komt langs met zijn vrouw.”

De oorsprong van de kermis ligt in de Middeleeuwen, vertelt Schuijtemaker. “Toen kwamen kooplui en kunstenmakers naar het dorp dat een feest hield ter ere van de plaatselijke beschermheilige. Tot op de dag van vandaag is de kermis de gelegenheid om één keer per jaar helemaal uit de band te springen. Er zijn mensen dronken die je anders nooit ziet drinken. De braafste huisvaders lopen laveloos langs de weg.” De jongeren maken van de kermis een dorpentocht die een zomer lang duurt. In de winter is er in de streek weinig te doen, het is afwachten tot het kermisseizoen weer begint. “Als je een avond wil stappen, is er dan altijd wel ergens kermis.”

In veel dorpen gaat het feest ook op maandag door, voornamelijk voor de eigen bevolking. In de lucht van verschraald bier begint 's ochtends in het dorpscafé de 'eerste deun', het startsein om nu zelfs de hele dag aan de toog te staan. Het economisch leven ligt in kermistijd plat. Wie in loondienst is, krijgt vrij, wie buiten West-Friesland werkt of studeert, meldt zich ziek. Het werk kan een dag blijven liggen, dat bepalen de West-Friezen al eeuwenlang zelf. Al moeten de koeien natuurlijk dagelijks worden gemolken. “De helft hier is boer”, schat een jonge Spanbroeker in café Koel. “Ik ga morgenochtend om zes uur op om te melken en duik er dan nog een paar uur in.”

In het zaaltje in café d'Ontmoeting in De Goorn zeilen de plateaus bier over de hoofden van de hossende, opeengepakte feestgangers. De band wisselt moeiteloos schlagers af met house en oude disco. De Goornse kermis is een van de populairste in de omgeving. Het is zo druk dat een achteloze handtastelijkheid nauwelijks opvalt. “Kermis is vreemdgaan zonder dat je vriendin het erg vindt”, lalt een jongen. Buiten bewijst het schouwspel van hevig ruziënde stelletjes dat deze regel niet voor iedereen opgaat.

“Dit is de tijd waarin relaties beginnen en eindigen”, zegt Marc Laan (27) die enigszins onvast op de benen bij de viskraam tegenover het café staat. Hij heeft zijn vriendin drie jaar geleden op de kermis van Spierdijk ontmoet. Zij komt uit Wogmeer, hij uit De Goorn. Laan neemt over een paar jaar het bollenbedrijf van zijn vader over en heeft net met zijn vriendin een huis gekocht op de rand van zijn geboortedorp.

VERVOLG OP PAGINA 2

DRIE DAGEN ZAT VERVOLG VAN PAGINA 1

Veel boeren en tuinders hebben onder de druk van schaalvergroting hun grond moeten verkopen. De bedrijven die nog bestaan, zijn gegroeid en verzakelijkt, maar gaan nog steeds over van vader op zoon. Toch is een flinke geldimpuls van buiten veelal noodzakelijk. Het was en is voor boerendochters en -zonen belangrijk een goede partij te vinden. “De kermis is daar bij uitstek de gelegenheid voor, ook omdat daar mensen uit de omliggende dorpen komen”, vertelt Schuijtemaker. “De grond in Grosthuizen is goed, maar die in bijvoorbeeld Hoogwoud en Twisk nog beter. Daar zijn de boeren dan ook rijker en zijn de meest geschikte huwelijkskandidaten te vinden.”

Schuijtemakers enige zoon trouwde met een katholiek meisje. In zijn tijd waren huwelijken tussen protestanten en roomsen nog ondenkbaar. Tegenwoordig is de scheidslijn tussen de katholieke en protestantse West-Friese dorpen grotendeels verdwenen. Toch is Schuijtemaker in het van oorsprong katholieke De Goorn, vijf kilometer verderop, nog nooit op de kermisborrel geweest. “Ik prakkizeer er niet over. Het komt gewoonweg niet bij me op.”

Voor de jongeren speelt dit onderscheid nauwelijks een rol. Wel vinden mensen uit De Goorn de Spierdijkers 'sukkels'. En vorig jaar ging een groep Wognummers de kermissen af in zelfgedrukte T-shirts met de tekst: 'Als de Nibbikers komen, gaan wij naar huis'. Als antwoord droegen de 'Nibbikers' de tekst 'Liever een kriel, dan een imbeciel', refererend aan Leekerweide, de psychiatrische inrichting in Wognum.

Een onderbouwing van dergelijke dorpse twisten ontbreekt meestal, maar in de van drank doordrongen kermissfeer kunnen de chauvinistische sentimenten onverwacht tot een ontlading komen. “Vroeger vochten wij altijd met een groep jongens uit Spierdijk”, zegt Michel Koning (25) uit De Goorn. “Tegenwoordig verloopt de kermis vriendschappelijk. Wij zijn te oud geworden en de jongeren van tegenwoordig zijn allemaal schuimpjes.”

Toch gaat het nog wel eens mis. Vier jaar geleden viel er een dode op de kermis in Midwoud, de 28-jarige man was door een Spierdijker in elkaar geslagen met een houten paal. De aanleiding voor geweld is meestal te veel drank of een meisje, weet Petra de Nooy (25). “De grootste knokpartij die ik heb gezien, was drie jaar geleden. Twee jongens begonnen te duwen en voor we het wisten, stond er een enorme kluwen vechtende mensen op het podium.”

Eerste deun in De Goorn. Jong en oud ontmoet elkaar in café Dolleburg. Het dorp geeft een eigen karakter aan de eerste deun met een verkleedthema, dit jaar is dat religie. Een dronken meisje met scheefgezakte engelenvleugels hangt aan de bar, de paus strooit vanaf het balkon hosties over de kermisgangers. Wie nog op hun benen kan staan, speelt een potje biljart, waarbij de winnaars van de ceremoniemeester een pond gerookte paling cadeau krijgen.

Aan een tafeltje midden in het feestgedruis zit Corry Bos (54) ongestoord te praten met haar buurvrouwen. Bos ziet met genoegen hoe ook de jeugd betrokken is bij de dorpsgemeenschap. “Dat zie je niet alleen op de kermis, maar ook bijvoorbeeld als er eentje in het verkeer verongelukt, wat op deze wegen nou eenmaal zo eens in de drie jaar gebeurt. Grote klieken jonge mensen komen naar de begrafenis en verwerken samen hun verdriet.”

Dat dorpsgevoel is voor buitenstaanders nog wel eens moeilijk te bevatten, zegt Michel Koning (25) - tot zijn schaamte niet verkleed omdat hij niets kon verzinnen. “In De Goorn zijn ze flink aan het bouwen. Eigenlijk komen er daardoor te veel vreemden bij. Tien jaar geleden kende iedereen elkaar. Nu sta ik wel eens naast iemand in de supermarkt van wie ik denk: wie ben jij? Ik kan me voorstellen dat iemand die hier net is komen wonen soms het gevoel heeft dat-ie in de gaten wordt gehouden.”

Dat de meeste kermissen slechts bestaan uit een enkele draaimolen en een snoepkraam, maakt de West-Friezen niets uit. Hoorn, het geografisch, economisch en cultureel middelpunt van de streek, heeft jaarlijks een van grootste kermissen in Nederland. Ook daar wordt de week afgesloten met een drankfestijn, de 'Lappendag', waar de plaatselijke middenstand zich ongegeneerd van 's morgens vroeg tot 's avonds kan laten gaan. Voor de dorpelingen is de kermis in de havenstad echter te massaal en onpersoonlijk. Schuijtemaker: “Daar ging je hoogstens als kind met je ouders een avondje heen om lichtjes te kijken.”

De West-Friese boeren zijn gehecht aan hun eigen grond, hun eigen dorp en de eeuwenoude tradities. Ook het zangerige dialect wordt gekoesterd en is in 1992 zelfs vastgelegd in een 'West-Fries woordenboek'. Tijdens de jaarlijkse kermis uiten de inwoners luid en uitbundig hun liefde voor het dorp.

Tekenend voor de West-Friese volksaard, denkt Schuijtemaker. “Nederigheid kennen we hier niet. Dat is typerend voor streken waar nooit horigheid is geweest. Wij hebben nooit hoeven buigen voor de heren. Je ziet het ook aan onze huizen. In de Achterhoek zijn de boerderijen laag en breed, kruiperig haast. Wij bouwen flinke huizen met hoge, fiere puntdaken. De Westfriezen zijn trots en onafhankelijk en dat laten ze zien.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden