Dresden onder de toonbank

WIM BOEVINK

Voor Dresden ging ik. Het was de eerste dag van de Vakantiebeurs. Regen, nog steeds. Maar eerst een herinnering. Het was winter 1980, alles nog bij het oude, toen ik met een paar vrienden, komende vanuit Praag, 's nachts de stad aan de Elbe bereikte. De brug over de rivier, de silhouetten van paleizen, de Semper Opera, het verval, de Frauenkirche een ruïne.

Verderop hing ijzige koude tussen ijzige flats en glad spiegelend wegdek, alleen in het DDR-Kulturpalast was nog enig leven. Een rechthoekig gebouw in Bauhaus-stijl, bekleed met lange façaden van glas en aan één zijde gedecoreerd met een tableau van rode sterren en vaandels.

Binnen doorzichtige glazen bollen van licht aan het plafond. Een live band. Dansmuziek. Een handvol bezoekers, niet dansend. Ze staarden ons aan. We hadden honger, men zei ons dat op dit uur alleen op het Hauptbahnhof nog iets te eten zou zijn. We liepen over de brede, lege Prager Strasse, huiverend in de wind, de flats donker, fonteinen dood. Bij het station nog licht, wit, en in dat witte licht afstotelijke gestalten, gestalten van de nacht. Hier, in deze nacht, begon mijn liefde voor Duitsland.

Dresden, de barok, de verwoesting, de brand. Mulisch. Vonnegut. Klemperer.

Maandag zag ik Dresden weer. Via een live-verbinding liep iemand met een camera mee met de twaalfde mars van Pegida, de eerste na de gebeurtenissen in Parijs. Men liep in stilte. Zachte stemmen. Gewone mensen, in gewone kleding. Duisternis. Tot de camera bij een verlicht podium aankwam. Het zag eruit als een container.

Een man begon een toespraak. 'Wir sind das Volk' riep de menigte. De man zei dat er volgens de televisie veertigduizend waren gekomen. Gejuich. Achteraf was het misschien de helft daarvan, maar hoe dan ook, de opkomst was aanzienlijk. De man begon aan een opzwepende opsomming van 'gida's' in andere delen van Duitsland. Telkens als hij een stad of een streek noemde, juichte de menigte even.

Ik kon het niet helpen, ik wist heel zeker dat hier geen nazi's stonden, maar ik moest denken aan Riefenstahl, en haar Triumph des Willens. De scène met de arbeiders op de partijdag in Neurenberg. Een voorspreker roept: 'Kamerad, woher kommst du?' 'Vom Kaiserstuhl.' 'Und du?' Na elkaar roepen de arbeiders: 'Aus Pommern! Und aus Königsberg! Aus Schlesien! Von der Waterkant! Vom Rhein! Und von der Saar!' Waarna alle arbeiders eenstemmig roepen: 'Ein Volk, ein Führer, ein Reich, Deutschland!'

Dat is Duitsland, dat sleept Duitsland met zich mee, in schitterend zwart-wit gedraaid. Ook nu op maandagavond die man die gida's noemt en de menigte daarna nog eens 'Wir sind das Volk' scandeert, de slogan waarmee dat volk de DDR ten val bracht. Het volgzame volk was het opstandige volk geworden.

Bij de stand van Saksen lagen talloze brochures en folders uit Görlitz, Bautzen, Leipzig, de Lausitz. Ik zag geen Dresden. Nergens. Ik vroeg ernaar. Een medewerkster haalde zwijgend vanonder de toonbank een folder te voorschijn.

Een Engelstalige folder met de titel: Dresden, a matter of spirit. Dat was alles. Alsof de stad hier op de beurs was opgehouden Duits te zijn.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden