Drenzerig geblèr

Nederlandse schrijvers zijn geen feestnummers. Erg goedgemutst is onze literatuur dan ook niet als het om Koninginnedag gaat. In het epos 'De Jordaan' van Israël Querido lezen we dat Manus Peet opgeschrikt wordt 'door het schel-jubelend klinken op Wilhelmientje en door het drenzerig Willem-Drie-geblèr van een troepje potsierlijk opgedirkte trompettertjes-kinderen, die speelsch-spottende straatmare hoonend, de Prins-Hendrik-garde doopte. Met schrik en onder wrevel schoot droesemig Peet te binnen: Koninginnedag! Wilhelmientje vierde haar veertigste jaar.' Zodra hij de kans krijgt ontvlucht hij het feestelijk gebeuren.

Een paar jaar later stelde Vestdijk het nog erger voor in 'Meneer Visser's hellevaart'. Visser heeft twee mannen omgekocht die de door de vader van Anton Wachter georganiseerde optocht op Koninginnedag moeten verstoren, Wachter houdt er een gekneusde arm aan over. Ook verder valt er weinig te juichen want Vissers dienstmeisje Bets blijkt de nacht na Koninginnedag te zijn aangerand door de plaatselijke hoofdcommissaris.

Natuurlijk, er zijn ook schrijvers die andere dingen zien. Zo noteerde ik bij Menno ter Braak in diens roman 'Hampton Court' met vlaggetjes versierde trams, Jeanne van Schaik-Willink beschreef 'neersliertende serpentines' en H.M. van Randwijk observeerde in 'Een zoon begraaft zijn vader op Koninginnedag' 'een stelletje feestvierders, lange tutters, mutsen op'. Maar zodra de hoofdpersonen zelf zich tussen de hossers en toeteraars begeven gaat het mis.

Ook A.F.Th. van der Heijden schreef over Koninginnedag, maar karakteristiek genoeg verkoos hij die van 1980 om zijn romancyclus 'De tandeloze tijd' mee te laten beginnen, de dag van de inhuldiging van Beatrix en de bijbehorende rellen. Geen sjerpen en mirlitons, maar politiepaarden en traangas, alsvolgt dus: 'Aarzelend raapte ik een steen op: het hoekstuk van een trottoirtegel, driekantig, met een ruwe kant en twee rechte zijden. Hij paste precies in mijn hand. Maar voor ik er iets mee kon doen, hulde het toneel zich met een paar knallen in witte wolken van een scherp gas, dat als een valbijl mijn adem afsneed. Heel even maar, want de wind dreef het traangas terug de brug op... Boven de dichte mist hieven de lantaarns hovaardig hun kroon.'

De poëzie heeft er evenmin trek in. Maar de aanslag van Karst Tates op Koninginnedag 2009 prikkelde de verbeelding dan toch. Dichter des vaderlands Ramsey Nasr, maar ook Ruben van Gogh en Alexis de Roode schreven er gedichten over. Hier De Roode: 'De vlaggen werden witte lakens. / Oranje maakte plaats voor zwart.'

Is er dan geen schrijver die er ook iets aardigs over weet te vertellen? Jawel. In het kleine bundeltje 'Viewmaster' van Co Woudsma lees ik een gedicht over de vrijmarkt, waarop een jongetje zijn verleden heeft uitgestald: 'Hij heeft een deken op de stoep gelegd, / daarop zijn waardeloze waar, / die concurreren moet met teddyberen, / encyclopedieën, oude kleren / en meisjes met melodica's. Verleden / maakt plaats voor guldens en cd's.' Daar moet de oranjeklant het dan maar mee doen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden