Drentse vlinders gaan ten onder aan mesten en maaien

uitsterven vlinders | Na acht jaar onderzoek naar populaties Drentse dagvlinders zijn de bedroevende resultaten in een atlas gepubliceerd. Waar geen bloemen zijn, kunnen geen vlinders leven.

Het gaat belabberd met de vlinders in Drenthe. Ook de vroeger zeer algemene soorten worden allengs minder gezien. Vooral op het platteland is het bedroevend gesteld, zo blijkt uit acht jaar in kaart brengen van de Drentse dagvlinders. De resultaten zijn onlangs gepubliceerd in een atlas.

"Op productiegraslanden en akkers zijn geen bloemen meer, en waar geen bloemen zijn, kunnen geen vlinders leven", vat vlinderkenner Minko van der Veen van de Vlinderwerkgroep Drenthe het probleem samen. Nu, in de winter, fladderen er sowieso geen vlinders rond. Ze zijn er echter wel, ze overwinteren als eitje, pop of rups. En ze staan in de kleurrijke atlas over Drentse vlinders die onlangs verscheen.

Met enkele co-auteurs stelde Van der Veen die atlas samen op grond van duizenden waarnemingen. "Voor vlinders wordt het boerenland een woestijn", vertelt hij. "Er wordt te veel bemest en te vaak gemaaid voor bloemen. Alleen bermen en slootkanten ontsnappen meestal aan bemesting. Maar doorgaans worden die evengoed gemaaid. Zo vaak dat rupsen geen kans krijgen om te verpoppen. De meeste gemeenten zien hun bermen graag netjes, en dat betekent kort en levenloos."

Mede-redacteur Joop Verburg knikt. "De tijd dat je in de berm met elke stap tien zwartsprietdikkopjes zag wegfladderen is voorbij. Nu het vee op stal blijft, zijn afrasteringen overbodig en kunnen boeren tot aan de slootkant bemesten en maaien. En ook waar op het platteland bermen niet gemaaid worden, hebben vlinders het zwaar. Er regent of waait per jaar dertig, veertig kilo stikstof per hectare neer uit de vervuilde lucht, wat dodelijk is voor een bloemrijke vegetatie. En de steeds bredere landbouwmachines en vrachtwagens rijden de bermen kapot."

Van der Veen slaat de vlinderatlas open bij het bruine zandoogje. Zelfs deze tot voor kort zeer algemene vlinder laat op de verspreidingskaart witte plekken zien. Eén wit vierkantje van een millimeter betekent dat er in een gebied van een vierkante kilometer acht jaar lang geen bruin zandoogje is gezien. Niet één. Dat is net zo opmerkelijk als het geheel ontbreken van bijvoorbeeld steekmuggen of paardenbloemen. "Op deze kaart zie je de rode gebieden, waar de vlindersoorten van grasland afnemen", legt hij uit. "De meeste liggen in het agrarisch gebied. Ook in de natuur gaat het niet goed met de vlinders, maar op het boerenland is de afname drieënhalf keer zo ernstig."

Verburg merkt op dat ook moderne insecticiden rampzalig zijn. "Boeren produceren tegen zo laag mogelijke kosten, want consumenten willen goedkope boodschappen. Als we allemaal biologische producten zouden kopen, zou dat voor de vlinders gunstig uitpakken. En daarmee voor de hele natuur, want als het slecht gaat met vlinders, gaat het ook slecht met insectenetende vogels en zoogdieren. En met de meeste andere insecten. Die vallen alleen minder op dan vlinders. Vlinders zijn uitstekende indicatoren voor de kwaliteit van het landschap."

Als het in de natuurprovincie Drenthe al slecht gaat met vlinders, zal het in de rest van het land wel helemaal droefenis zijn!? "Niet voor alle vlinders", sust Van der Veen. "Eén soort, zoals de uit Drenthe vrijwel verdwenen argusvlinder, handhaaft zich langs de kust. En dagpauwogen, citroenvlinders en gehakkelde aurelia's weten zich prima te redden in tuinen. Die doen het dus goed in steden. Distelvinders zijn trekvlinders, waarvan de aanwezigheid meer te maken heeft met omstandigheden in Zuid-Europa. En bonte zandoogjes zijn overal in Nederland toegenomen. Die soort profiteert waarschijnlijk van klimaatverandering."

Ikarusblauwtjes en oranjetipjes doen het ook redelijk. Dat komt doordat ze veel reislustiger zijn dan andere vlinders. Ze fladderen rustig een eind naar een geschikt gebied. Een bloemrijk graslandje kan binnen de kortste keren blauw zien van de ikarusblauwtjes.

"Drenthe was altijd beroemd om zijn drie veenvlinders", zegt Verburg, "het veenhooibeestje, het veenbesblauwtje en de veenbesparelmoervlinder, maar die zijn alle drie vrijwel verdwenen. Dat komt waarschijnlijk deels door klimaatverandering, want Nederland vormt zo'n beetje de zuidgrens van hun verspreidingsgebied, maar verstoring door natuurfotografen kon wel eens de nekslag zijn. Die willen de laatste vlinders vastleggen en vertrappen daarvoor de paar vennetjes waar ze nog leven. Dan jagen ze de vlinders op, zodat die een makkelijke prooi worden voor zwaluwen."

Ondanks de misère zien beiden nog hoop voor Drentse vlinders. Verburg ziet een groeiende motivatie bij consumenten, boeren, zuivelbedrijven en supermarkten voor natuurvriendelijke producten. Van der Veen hoopt dat gemeenten hun bermen zo gaan beheren als het Rijk en de provincie, waar de vlinders wel met een bloemetje worden verwelkomd.

En anders hebben we de foto's in de atlas 'Dagvlinders van Drenthe 2007-2015' nog: stichting Vlinderwerkgroep Drenthe, 168 p., euro20,-, www.vlinderwerkgroepdrenthe.nl.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden