Drenthe, Dwingelderveld

De titel 'Stilste plek van Nederland' is tien jaar geleden geschonken aan een heideveldje bij Maarn. Een stukje natuur midden in het land, omgeven door wegen en woningen.

Het gebiedje won vooral doordat de onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen hun apparatuur in slechts vier natuurparken hadden uitgehangen: naast de Utrechtse Heuvelrug waren dat de Wieden, de Weerribben en de Zak van Zuid-Beveland. Overal was wel een auto of motorboot te horen.

Dan moet de provincie Drenthe, met al haar veen, bos en heidevelden, toch een stuk stiller zijn. Zou je denken. Op verzoek van de Stichting Natuur en Milieufederatie gingen onderzoekers, ook weer uit Groningen, in 2005 naar het Dwingelderveld om op negen verschillende plekken, meer dan 9 uur te meten. Overal werden de provinciale normen overschreden.

Nou zijn de normen in een stiltegebied nogal strak. De geluidssterkte mag niet uitkomen boven 40 decibel, vergelijkbaar met het gezoem van een elektrische tandenborstel, of in natuurtermen: het gezang van vogels.

Maar in twee derde van die gemeten tijd bleek vlieg- en wegverkeer te horen. En niet op een paar plekken, maar overal in het 3700 hectare grote park. De A28, die het Dwingelderveld in het oosten afkapt, is Drenthes grootste druktemaker.

Voor fotograaf Loek van Vliet maakt het op zich niet uit hoeveel hij hoort. Hij wil stilte vatten in beeld, de geluiden neemt hij niet mee in zijn Hasselblad. Nederland telt wel 150 reservaten waar planten en dieren voorrang krijgen op menselijk lawaai. Van Vliet (23) bezoekt er zo veel mogelijk. Hij hoopt dat zijn fotoserie over stiltegebieden rust brengt. Dat de mensen die er naar kijken, even iets minder druk doen dan ze gewend zijn.

Bij zijn bezoek aan het Drentse Dwingelderveld, afgelopen september, moet het toch behoorlijk stil zijn geweest. Van Vliet liep kris kras door de heidepollen, van Spier tot Benderse en terug. Het was voor elven, de dauw lag nog op het veld, vertelt hij. "Ik zag een hert lopen dat ik ben gaan volgen, tot ik dit wonderlijke schouwspel tegenkwam."

Het is het werk van hangmatspinnen, nauwelijks zichtbare beestjes van amper 5 millimeter groot. Ze spannen stevige struikeldraden tussen de plantjes. Als een insect ertegenaan vliegt, zorgt de hangmat voor een zachte landing.

De spin houdt zich beneden schuil en trekt zijn slachtoffers door het netje en eet ze op.

De effectieve vangmethode wordt ook in andere seizoenen toegepast. Maar hangmatspinnen horen bij de herfst. Tegen die tijd zijn de spinnetjes volwassen en worden hun webben groter. Maar vooral op vochtige ochtenden zijn ze goed zichtbaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden