Dreigend ontslag? Maak jezelf onmisbaar!

Wie het laatst is binnengekomen, heeft het meest te vrezen bij een reorganisatie. Maar het is niet helemaal vanzelfsprekend dat de laatste er als eerste uit ligt. ( FOTO JÿRGEN CARIS, TROUW)

Werkgevers krijgen tijdens de economische crisis meer mogelijkheden om zelf te bepalen wie ze bij een reorganisatie binnenboord willen houden. Een uitholling van het ontslagrecht? Of een broodnodige maatregel?

Het colofon met alle namen van collega’s bij Trouw werd begin 2006 door opvallend veel verslaggevers goed bestudeerd. Er moest worden bezuinigd en na het interen op regelingen, werkplekken, telefoons en printers werd de conclusie getrokken dat er mensen uit zouden moeten. Ineens werden er vragen over leeftijd en dienstjaren gesteld en klonken er nooit eerder gebruikte termen.

„Zeg. Hoe oud is die ene collega op de economieredactie eigenlijk? Was hij nou voor of na mij bij deze krant komen werken?” „Ik word over een maand 45. Bij de reorganisatie val ik dan toch niet in de groep 45 tot 55 jaar? Daarin zitten zo veel collega’s die hier al heel lang werken.” „Hoe zit het in jouw leeftijdscohort?”

Zoals dat nu bij menig door de crisis getroffen bedrijf gaat, werden er ingewikkelde berekeningen op losgelaten. Wie het laatst is binnengekomen, heeft het meest te vrezen. Maar het is niet helemaal vanzelfsprekend dat de laatste er als eerste uit ligt.

Is er bijvoorbeeld maar één ICT’er in dienst die de boel draaiende moet houden, dan wordt hij uitgezonderd. Zijn er echter honderd verkopers, tachtig journalisten of driehonderd garnalenpellers die elkaar onderling kunnen vervangen in dienst, dan worden de werknemers ingedeeld in leeftijdsgroepen. Uit iedere leeftijdsgroep moet een evenredig deel weg, waarbij de langst zittenden mogen blijven.

Nancy Aschman van printerbedrijf Océ weet daar inmiddels alles van. Océ is een van de vele ondernemingen die, geconfronteerd met een snel terugvallende vraag door de crisis, hebben moeten reorganiseren. Sinds april moesten honderd mensen op het hoofdkantoor in Venlo het veld ruimen op de afdeling die gaat over de ontwikkeling van nieuwe producten.

„In eerste instantie hebben we tijdelijke contracten niet verlengd”, zegt Aschman, „maar dat bleek niet voldoende.” Océ maakte gebruik van het afspiegelingsbeginsel. Uit elke leeftijdsgroep werden relatief evenveel medewerkers voorgedragen voor ontslag.

Had Océ nog een paar maanden kunnen wachten met het massaontslag, dan stonden er nu misschien anderen op straat. Vanaf augustus krijgen werkgevers namelijk meer de vrije hand bij het ontslag van werknemers. Nu al mogen ze werknemers die volgens hen onmisbaar zijn bij een grootschalig ontslag uitzonderen. Maar dat moeten ze dan verdraaid goed beargumenteren en documenteren. Volgens veel werkgevers: onbegonnen werk. Met de nieuwe regeling in de hand zal het UWV werkgevers eerder toestaan om werknemers naar keuze in het bedrijf te houden.

Gaat Océ hier gebruik van maken als er nog een ronde aan komt? Aschman denkt van niet. „Wij vonden het principe bij de vorige reorganisatie wel eerlijk. Elk bedrijf zal ermee worstelen wie er wel en niet uit moeten. Wij hebben samen met het UWV een mobiliteitscentrum opgezet om de ontslagen mensen elders aan de slag te krijgen. Dat is voor een groot deel gelukt. Uiteindelijk waren we heel tevreden met de gang van zaken.”

Het afspiegelingsbeginsel is volgens Aschman juist een uitkomst. „Het is de eerlijkste manier. Het zijn al moeilijke boodschappen die je als werkgever moet geven. Als je dan ook nog mensen zelf moet selecteren, wordt het nog moeilijker.”

Daar denkt lang niet elke werkgever zo over, blijkt uit een onderzoek dat het ministerie van sociale zaken eerder liet uitvoeren. Werkgevers vielen er over dat het ontslagrecht vooral rekening houdt met rechten van werknemers, niet met werkgevers die dat nodig hebben. Werkgeversorganisatie MKB-Nederland hoort de klachten ook al tijden.

Machinebouwer William Pijnenburg van het Helmondse metaalbedrijf AAE ziet wel iets in de tijdelijke maatregel. Hij heeft geen mensen moeten ontslaan, maar als hij hier onverhoopt toe over moet gaan, dan denkt hij de nieuwe regels wel te gebruiken. „In een crisistijd gelden andere regels dan normaal. Dan moeten bedrijven hun hoofd boven water kunnen houden. Dan moeten ze de echt goede mensen binnen kunnen houden. Want als het doek valt, valt dat voor iedereen.”

Fundamenteel verkeerd, vindt Evert Verhulp, hoogleraar arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam. „Een werkgever kan nu al aangeven wie onmisbaar is. Als er maar één loodgieter is die een bepaald bochtje in pijpen kan maken, om maar iets te noemen, dan kan hij voor het bedrijf behouden blijven. Lukt dat de werkgever niet, dan heeft hij zijn dossier niet op orde.”

Volgens Verhulp gaat het over maatschappelijke keuzes. „Een werkgever kan vrij lang werknemers op tijdelijke basis binnenhouden. Dan kan hij onderzoeken of iemand past binnen het bedrijf. Is hij eenmaal in vaste dienst, dan moet een werkgever zorgen dat een werknemer die achterblijft, voldoende scholing krijgt. Functioneert iemand niet goed, dan moet hij er al eerder uit worden gezet. Niet vanwege een reorganisatie. Of er moet een plan zijn gemaakt om het functioneren te verbeteren. Alleen als dat goed is gedocumenteerd, kun je op kwaliteit selecteren. Dan moet je heel zorgvuldig te werk gaan.”

Verander je dit, dan krijg je volgens Verhulp een systeem dat Nederland niet past, maar neigt naar het Amerikaanse. „Een arbeidsrelatie is niet alleen een afspraak om te werken voor loon. Dat gaat over veel meer. Werkgevers en werknemers hebben verplichtingen naar elkaar toe.”

„Er zit ook een sociaal aspect aan ondernemen”, erkent machinebouwer Pijnenburg. „Je kunt niet alleen de toppers binnenhouden. Je hebt altijd een gemiddelde populatie. En als je de minderen weghaalt, zijn er weer nieuwe minderen. Bovendien, een goede vakman is ook ooit een mindere geweest.”

Dat werkgevers hun minder goede werknemers maar beter hadden moeten scholen, zoals Verhulp stelt, daar ziet Pijnenburg wel wat in. Een ondernemer is volgens hem ook iemand die talent moet opsporen en opleidingsplannen moet inzetten. Toch vindt hij het terecht dat het nu tijdens de kredietcrisis anders kan gaan en werkgevers meer zelf mogen selecteren. „Dat zal niet makkelijk zijn. Zeker bij ons niet, waar we een sterke persoonlijke band hebben met de werknemers. Maar je moet uiteindelijk toch denken aan het voortbestaan van je onderneming. Als je dan de sterkere mensen binnen kunt houden, geeft dat meer kans om de crisis te doorstaan.”

CDA-Kamerlid Eddy van Hijum, die het initiatief nam om het probleem van werkgevers aan te kaarten bij minister Donner, ziet wel iets in een permanente regeling voor bedrijven die om bedrijfseconomische redenen mensen moeten ontslaan. Dan wel op voorwaarde dat hij goed werkt en deze niet ten koste gaat van zwakke werknemers die moeilijk weer aan een baan komen.

Coalitiepartij PvdA heeft de motie die vraagt om een tijdelijke herziening van het ontslagbesluit ondertekend op voorwaarde dat de aanpassing alleen tijdens de crisis zou gelden. Oud-vakbondsbestuurder en huidig PvdA-Kamerlid Ton Heerts is heel voorzichtig over de herziening. De motie is volgens hem bedoeld voor middelgrote en kleine bedrijven die om zouden vallen als er één of twee mensen die cruciaal zijn, worden ontslagen. „Maar je moet er erg voor oppassen dat het niet gaat betekenen dat iemand die tien keer heeft verzuimd, onder dit motto wordt weggestuurd.”

Zijn partijgenoot, Roos Vermeij, denkt dat er in de regeling genoeg zekerheid zit ingebouwd om misbruik te voorkomen. Zo mogen door de maatregel maximaal tien procent méér werknemers boven de 55 jaar worden ontslagen en maximaal tien procent werknemers onder de 25 jaar dan normaal gesproken het geval was geweest.

Ze heeft niet zoveel tegen het principe van de regeling. Eerder vreest ze, net als haar CDA-collega Van Hijum, dat het voor werkgevers nog altijd te moeilijk blijft om meer de hand te hebben bij selectie. „Er zal veel afhangen van de praktijk”, zegt Van Hijum, „maar ik zie wel een behoorlijke verruiming in de bewijslast.”

Het UWV, dat de aanvragen uiteindelijk zal beoordelen, verwacht wel dat er vaker gebruik van zal worden gemaakt. Nu doen werkgevers vrij weinig beroep op de regeling om iemand onmisbaar te verklaren, zegt een woordvoerder. En het wordt nog minder vaak toegestaan. Hoe vaak wordt niet bijgehouden.

Het verwijt van de vakcentrales, die helemaal niets in de regeling zien, dat werkgevers hiermee willekeurig te werk kunnen gaan, werpt Van Hijum van zich. „Er is ook een mogelijkheid om mensen die een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt hebben, uit te sluiten. Dat kan nu ook spiegelbeeldig, bij vakkrachten die een werkgever echt wil houden. Het raakt een gevoelig punt, maar het fundament onder de ontslagbescherming wordt niet weggenomen.”

Zo ziet het overgrote deel van de Tweede Kamer het blijkbaar ook. Alleen de SP stemde tegen de motie van Van Hijum. GroenLinks is weliswaar tegen de regeling zoals Donner die nu laat ingaan, onder meer omdat er niet in staat dat de bonden ook moeten toestemmen. Maar als in goed overleg wordt besloten bepaalde werknemers binnenboord te houden, staat ook die partij daar open voor. Kamerlid Jolande Sap: „Maar het moet geen poort worden om onwelgevallige werknemers te lozen”.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden