Drank, dans en doksa

Allochtonen moeten zich in het maatschappelijke debat storten, vindt het Haagse raadslid Rabin Baldewsingh: ,,Isolement kan een uitbarsting veroorzaken''. Hard is hij over zijn eigen Hindostanen. Marokkanen en Afro-Surinamers integreren beter want die hebben tenminste schrijvers, musici, cabaretiers en topvoetballers. Hindostanen zijn platte materialisten. Hun heilstaat 'India', bestaat alleen in hun fantasie: ,,Met mythologie bereik je geen integratie''.

'Het is net een suikerspin, het lijkt heel wat maar het heeft geen inhoud'', zegt het Haagse PvdA-raadslid Rabin Baldewsingh over zijn eigen Hindostaanse gemeenschap. In maart haalde hij voor de tweede keer de gemeenteraad met duizenden, vooral Hindostaanse voorkeurstemmen. Toch geeft hij zijn volksgenoten ervan langs.

Hun maatschappelijke succes vergelijkt hij met die suikerspin: ,,Van binnen zijn ze kaal en leeg. Dat merk je als je met ze praat. We zijn een dansende billenschudcultuur. We staan aan de zijlijn in de Nederlandse samenleving, terwijl we een hoofdrol zouden moeten opeisen in het strafschopgebied. We hebben academici, goede zelfs. Maar wie stort zich in het debat? Het zijn enkelingen. We komen niet verder dan 'schande, schande!' te roepen, bijvoorbeeld destijds over Nawijn of Heinsbroek toen die over het terugsturen van Marokkanen en over normen en waarden begonnen. Maar met kankeren alleen bouw je geen samenleving. Nawijn begon fout. Wie praat er nou over deportatie van landgenoten? Maar Balkenende heeft hem goed genuanceerd. Er moet inderdaad een discussie komen over wat ons bindt.'' Volgens Baldewsingh is het van levensbelang dat allochtonen, ook Hindostanen, zich nadrukkelijk in dat debat mengen: ,,Isolement kan uitbarstingen veroorzaken''.

Zijn harde kritiek op het eigen nest mag opmerkelijk heten. In de loop van de jaren hebben ettelijke andere bevolkingsgroepen niet mals de wind van voren gekregen. De Antillianen waren de kop van jut, ook de Marokkanen en anders wel moslims in het algemeen. Surinaamse Creolen belandden eveneens aan de schandpaal maar de Hindostanen bleven doorgaans buiten schot. Waarom dan ineens die strafexpeditie, nog wel van een van iemand uit de eigen groep?

Hindostanen lijken modelmigranten. In achterstandswijken kopen zij massaal de prijzige, nieuwe eengezinswoningen. Terwijl Marokkanen, Antillianen en Turken sombere posities innemen in statistieken en grafieken van armoe of verloedering, hoor je over Hindostanen weinig. In Nederland wonen 130 000 Hindostanen, de helft in de regio Den Haag. In Den Haag zelf vormen ze met tien procent na de autochtone Nederlanders de grootste bevolkingsgroep. Bij het woord Surinamer denken veel mensen automatisch aan een Creool, maar in Den Haag en omgeving klopt dat niet, daar zijn Surinamers in de regel Hindostaan.

,,We zijn een onzichtbare groep'', zegt Baldewsingh. ,,En daarom wordt er ook weinig over onze problemen gesproken. Maar REMO, die voetbalclub waarvan een tijdje geleden een supporter met een pistool begon te schieten, is wel een Hindostaanse club hoor! Ze hebben het steeds over moslim-imams maar denk je dat er geen vreselijke pandits zijn?''

,,Homoseksualiteit is taboe maar er is wel een rijke mannencultuur onder Hindostanen, alleen hoor je er niet over. Kijk naar de vele parasuicides (mislukte zelfdodingen) of jonge huwelijken. Na een scheiding krijgt de jongen een nieuwe bruid. Maar zo'n meisje laten ze als een baksteen vallen. Ze kunnen nog wel met een autochtone Nederlander trouwen maar binnen de eigen gemeenschap tellen ze niet meer mee. In de Spuistraat zie je al die Hindostaanse meisjes lopen, ik denk dat daar veel jonge gescheiden vrouwen onder zijn. En dan heb je het over normen en waarden en dan kun je je eigen dochter niet eens opvangen.''

Baldewsingh trekt vergelijkingen die in eigen kring als vloeken zullen klinken. Zo vindt hij dat Marokkanen in veel opzichten beter integreren dan Hindostanen: ,,Ze hebben schrijvers, cabaretiers en voetballers. Kom daar eens bij ons om! En van de Bijlmer kun je veel lelijks zeggen, het is wel een centrum van Afro-Surinaamse cultuur.'' Hij stelt daar de armoe van het jaarlijkse Hindostaanse Milanfestival, 's zomers in het Haagse Zuiderpark tegenover. Massaal, dat wel, er komen 80 000 mensen op af. Baldewsingh: ,,Maar wat stelt het voor? Je loopt naar een eettentje en daarna weer en dan nog eens. Op de podia zie je de kopiecultuur van India. De 'cultuurtenten' zijn bezet door textielhandelaars, die bruidsjurken tentoonstellen.''

Lam heeft hij zich geërgerd aan de Hindostaanse bijdrage aan het Binnenhoffestival, eind augustus. Terwijl een Marokkaanse groep met eigen muziekprogramma's vol zelfspot kwam en ook Afrikanen authentieke optredens verzorgden, brachten de Hindostanen Indiase filmmuziek ten gehore. Baldewsingh: ,,Wij wonen ruim een kwart eeuw in dit land. Nog nooit hebben Hindostanen een hit gemaakt. Trafasi wel hoor! Wij kopiëren India. Maar dat zogenaamde 'India' is een fantasie, het bestaat alleen in de hoofden van mensen, het is een mythe. En met mythologie bereik je geen integratie.''

Zelf reist Baldewsingh dolgraag naar India. Maar hij herinnert zich ook zijn indrukken op zijn eerste reis. Tot dan toe had hij, in Suriname, in Nederland of waar dan ook, deel uitgemaakt van een minderheid, ineens zag hij allemaal mensen om zich heen zoals hijzelf. Meteen volgde de tweede indruk: ,,Ik voelde dat ik met die Indiërs weinig had, dat ik met die Surinaamse neger veel meer deelde''.

Volgens hem onderschatten Hindostanen de invloeden die ze in Suriname hebben ondergaan: ,,Ze kijken erop neer. Het lijkt of ze die honderd jaar in Suriname als een incident beschouwen. Bij Afro-Surinamers is dat anders. Ze gaan ook prat op Afrika, zoals wij op India. Maar ze zijn zich bewust van hun eigen Surinaamse cultuur. In Suriname ligt hun navelstreng.''

Een korte recapitulatie: in 1863 schafte Nederland de slavernij af. De voormalige negerslaven keerden de plantages de rug toe, Nederland haalde daarom Indiërs naar Suriname. Tussen 1873 en 1916 verhuisden 34 000 Indiase boeren per schip naar Suriname. Ze ontwikkelden op hun schepen en in Suriname de Sarnamitaal, die als basis de taal Bhojpuri heeft maar ook elementen bevat van twee andere Indiase talen, Hindi en Avadi. Baldewsingh heeft een Sarnami-woordenboek uitgebracht. ,,Maar verder hebben vooral niet-Hindostanen zich met die taal beziggehouden'', moppert hij.

Tot de jaren veertig waren de Hindostanen boeren. Na die tijd ontstond er ook een Hindostaanse stadsbevolking. De aanzetten tot de ontwikkelingen, die Baldewsingh nu aan de kaak stelt, waren er toen al: ,,Ze begrepen het belang van onderwijs als de toegangspoort tot een beter leven. Ook beseften ze het nut van politieke organisatie. Maar ze werden materialistisch en begonnen hun eigen cultuur te verwaarlozen.''

In 1973 volgt de tweede grote Hindostaanse emigratie, nu van Suriname naar Nederland. Baldewsingh maakt de balans op. Aan de positieve kant staat veel. Hindostaanse jongeren hebben hun weg naar hogescholen en universiteiten gevonden. Er zijn Hindostaanse advocaten, tropische toko's, juweliers en rotishops. Maar opnieuw sloeg het materialisme toe: ,,De auto is een heilige koe. Mensen steken enorm veel geld in statussymbolen. De dvd, de computer, het liefste twee auto's, alles moet uitstralen: ik heb het gemaakt. Maar tegelijk was er een verwaarlozing van andere zaken, die juist belangrijk zijn voor de integratie. Hindostanen gingen minder investeren in hun familie en cultuur.''

Baldewsingh vat de cultuur van de huidige Hindostanen samen in driemaal de letter d: drank, dans en doksa. Doksa betekent eend en is het symbool van lekkernij. ,,Neem een bruiloft. Dat is een sacraal gebeuren maar het is verworden tot een ordinair dansfeest, billenschudcultuur noem ik dat. Er komen meestal zo'n duizend mensen. Op een literaire activiteit komen misschien vijftig belangstellenden af.''

,,Van zeven tot tien uur is er bijna niemand, want dan hebben de rituelen plaats en die interesseren geen mens. Ze komen daarom pas om tien uur en hebben soms de pech dat de pandit nog bezig is. In die huwelijkstempel staan beelden van manifestaties van God. Zodra de rituelen voorbij zijn, slopen ze die tempel en gaan ze op die plek dansen. Waar zojuist God was. Het is zo plat.''

,,Ouders investeren weinig in kinderen, die daarom zichzelf opvoeden. Ze kijken naar Nederlandse kinderen en botsen met hun ouders en de samenleving. Wat ouders niet begrijpen, is dat die kinderen, misschien wat extremer, hun eigen platte cultuur van de drie d's kopiëren. En wat is dan het antwoord van die ouders? India. Het is zo geestdodend. Zonder een vraag te stellen, kopiëren ze alles uit India.''

Niet de realiteit vormt hun beeld van dat veridealiseerde land maar oude, mythologische verhalen en de moderne Indiase filmindustrie van Bollywood (samentrekking van Bombay en Hollywood). Baldewsingh: ,,Ze zouden eens moeten rondkijken op de campus van een Indiase universiteit. Je ziet daar wel sari's maar ook jeans en piercings. Die studenten zijn vaak heel westers.''

De oriëntatie op India was in Suriname zwakker. India was ver weg, er waren geen goedkope vliegreizen. Soms kwam er een Indiase pandit en dat was een grote gebeurtenis, hoewel weinigen wisten of die man in India zelf iets voorstelde. Mensen keken in bioscopen naar Indiase films. Maar in Nederland was India ineens dichtbij. Je vliegt tweemaal zo goedkoop naar India als naar Paramaribo. En toen werd het allemaal India, India en nog eens India. Baldwesingh: ,,We zijn los zand, bijeengehouden door een mythe: India. Nederland bindt ons niet en Den Haag ook niet. Dat doet me pijn, want ik houd van Den Haag.''

Onlangs had hij familie uit Suriname op bezoek. Hij liet ze het centrum van Den Haag zien: ,,Ik deed twee revolutionaire dingen. Eén: we wandelden.'' Hindostanen zouden het liefste nog van de slaapkamer naar de keuken in een auto rijden. Revolutie twee: de plaats van de wandeling, het stadscentrum. Er liepen ook familieleden mee, die in Den Haag wonen, al tientallen jaren. Baldewsingh: ,,Ze waren nog nooit op het Lange Voorhout geweest. 'Zo ik iets ben dan ben ik een Hagenaar', zei Louis Couperus. Zouden de Hindostanen dat ook niet een beetje kunnen uitstralen? Ik vind het best dat Hindostanen hun eigen sportverenigingen hebben maar waarom gaan ze niet naar ADO-Den Haag? Waarom komen ze niet in de Koninklijke Schouwburg, waarom niet in de Anton Philipszaal?''

Hoe erg is het dat een groep zich afzijdig houdt, weinig aan cultuur doet maar fatsoenlijk leeft? Baldewsingh: ,,Je krijgt mensen die hun eigenwaarde verliezen. Dat zal met veel frustraties gepaard gaan. Ze kunnen niet meedoen aan de dynamiek van de samenleving. Je krijgt dropouts. Een samenleving maak je met elkaar. Als je je identiteit opgeeft, kun je niet integreren.''

Ook aan autochtonen heeft hij een boodschap: ,,Bekleedt de nieuwigheid niet met angst''. Maar in zijn slotwoord pakt hij toch weer zijn eigen Hindostanen aan: ,,We waren een agrarisch volk en dat zijn we in essentie nog. We zijn petty agrariërs gebleven. De ambitie ontbreekt. Ik ben Hindostaan, ik ontken dat niet. Maar ik wil me wel verrijken met wat ik om me heen zie. Ik wil mijn creativiteit erop loslaten.''

Die mentaliteit mist hij bij veel Hindostanen: ,,Toespraken beginnen ze vaak met een citaat van Gandhi: 'laat alle ramen open, laat alle winden binnenwaaien maar zorg dat je huis niet omverwaait'. Maar wij houden de ramen juist potdicht. Ze staan nog niet op een kier.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden