Drama’s in de Deense polder

Zuid-Jutland lijkt op Nederland: koeien, uitgestrekte weiden, wolkenluchten en héél veel vergezichten. (Trouw) Beeld
Zuid-Jutland lijkt op Nederland: koeien, uitgestrekte weiden, wolkenluchten en héél veel vergezichten. (Trouw)

Net als het Nederlandse is het Deens platteland nogal vlak en saai. Dat geldt niet voor het leven van de bewoners. Althans in de tragikomische romans van Erling Jepsen, vol roddel, overspel en geweld..

De tijd dat auteurs hun neus ophaalden voor het platteland als literaire coulisse lijkt ook in de Nederlandse literatuur definitief voorbij. Jan Siebelink, Gerbrand Bakker, Tommy Wieringa en vele andere succesvolle schrijvers hebben – al dan niet met een zelfrelativerende knipoog – de literaire belangstelling voor het buitenleven nieuw leven in geblazen.

Het kan geen toeval zijn dat in het slot van Bakkers ’Boven is het stil’, een verband gelegd wordt tussen het weidse Hollandse polderlandschap en het Deense platteland. Beide zijn inderdaad plat, qua bergen en dalen weinig spectaculair en beide zijn dun bevolkt.

Toch zijn er ook opvallende verschillen: de Deense literatuur kent namelijk een lange en rijke geschiedenis van romans en verhalen over het boerenleven. Vroeger waren dat vaak romantische zedenschetsen of sociaal geëngageerde romans, maar de laatste jaren lijkt het genre van de Deense ’streekroman’ hele nieuwe wegen in te slaan. Het is van een zieltogend genre, dat gedoemd leek om in het openluchtmuseum van de literatuur bijgezet te worden, weer springlevend geworden.

Een interessant voorbeeld van zo’n vernieuwer is de laatbloeier Erling Jepsen, van wie inmiddels twee romans in het Nederlands zijn verschenen. Sinds zijn debuut als prozaschrijver in 1999 zijn er van Jepsen vier romans verschenen die zich allemaal afspelen in één bepaalde, zeer herkenbare streek in het Deens-Duitse grensgebied, het polderland vlak achter de Deense waddenkust. Het gaat om een streek die sterk lijkt op onze eigen vlakke polderlandschappen met koeien, uitgestrekte weiden, wolkenluchten en vergezichten - héél veel vergezichten.

In de boeken van Jepsen zijn het vooral de schaarse en weinig spraakzame bewoners van dit vlakke en zompige land, naar wie de aandacht naar uitgaat. Het ontbreken van spectaculaire bergtoppen en diepe ravijnen wordt in zekere zin gecompenseerd door wat zich in het innerlijke, mentale landschap van zijn personages afspeelt. In de min of meer zieltogende dorpskernen waar Jepsens romanfiguren zich verschanst hebben tegen het oprukkende moderne leven, spelen zich kleine en grote tragedies af; vaak verscholen achter dichtgetrokken gordijnen en de collectieve façade van de burgermansmoraal.

In tegenstelling tot de gelijkvormigheid en eentonigheid van het landschap zijn de personages van Jepsen allesbehalve saai en schuwt hij de grote menselijke thema’s en taboes niet. Zo gaat het in ’De kunst om in koor te huilen’, dat vorig jaar in het Nederlands verscheen, over de doofpotcultuur en het verzwijgen van seksueel misbruik en incest.

Het zojuist vertaalde ’Vreselijk gelukkig’ speelt zich opnieuw af in het vlakke Deense waddengebied met opnieuw weinig spraakzame bewoners in de hoofdrol. Maar dit maal heeft Jepsen de contrasten scherper, nog grotesker aangezet dan in zijn vorige boeken en daarmee heeft hij het verhaal naar een ronduit surrealistisch niveau getild.

In ’Vreselijk gelukkig’ wordt het verhaal verteld door een ’buitenstaander’, de op alle fronten mislukte politieagent Robert Hansen, die vanuit de grote stad Kopenhagen is overgeplaatst naar de meest afgelegen en minst gewilde politiepost van het land, het dorpje Hüjer in Zuid Jutland. Het is niet meer dan een plukje huizen rond een kerk, een buurtsuper en een biertent in westernstijl.

Maar achter deze idyllische façade van ogenschijnlijke rust, blijkt een wereld van roddel, achterklap, overspel, intimidatie, drankmisbruik en geweld schuil te gaan, die wat dat betreft niet voor de grote stad onderdoet. Er is veel in Hüjer dat het daglicht niet kan verdragen, maar de dorpelingen lossen hun zaakjes liever zelf op, op hun eigen manier, zonder tussenkomst van de autoriteiten uit de grote stad. Want daar komt immers alleen maar ellende van.

De nieuwe agent, Robert Hansen, blijkt een wat meelijwekkend, neurotische fantast te zijn. Hij is mislukt als politieman, als echtgenoot, als vader en als zoon en onder zijn collega’s werd hij ’het weekdier’ genoemd. Zijn reputatie is hem al vooruit gesneld als hij naar Hüjer wordt overgeplaatst, waar hij in een wespennest aan intriges en al jaren voortslepende onderlinge spanningen en conflicten belandt.

De krachteloze Robert Hansen heeft geen schijn van kans om ook maar iets te veranderen en hij maakt het zelf allemaal nog erger door zich te laten inpalmen door de locale femme fatale, Ingerlise. Waardoor een kettingreactie aan onvoorziene gebeurtenissen en intriges op gang komt, die tot een bijna thrillerachtige ontknoping, met het nodige bloedvergieten leidt. Maar in Hüjer wordt alles met de mantel der liefde bedekt, want echte criminaliteit komt er vanzelfsprekend niet voor.

Het fascinerende van deze roman is dat alles net over the top is, net teveel van het goede. Jepsen pendelt stilistisch tussen kunst en kitsch en steeds weet hij het verhaal een verrassende campy wending te geven voordat het te plat of te gewoontjes wordt. Het boek wemelt van de hilarische scènes en groteske personages, zoals de gehandicapte maar seksueel overactieve moeder van Hansen, het mythische moeras waarin de dorpsbewoners alles wat hen niet zint laten verdwijnen, de wedstrijd comazuipen die de agent met de lokale stierenvechter aangaat en de kruidenier die kans ziet kinderarbeid en barmhartigheid onder één noemer te brengen.

Het is knap hoe Jepsen met weinig literaire middelen het alledaagse weet om te vormen tot een absurdistisch spel met de werkelijkheid, waarin niets heilig is, ook het genre van de traditionele streekroman niet, want daar maakt hij korte metten mee. Dat laatste blijkt ook uit de sprekende kat van de buren, die Robert Hansen af en toe de nodige adviezen verstrekt. Toch wordt de kracht van het oeuvre van Jepsen mede bepaald door de bijna onuitgesproken onderliggende tragiek, die steeds latent aanwezig is, zoals blijkt uit de schaarse inkijkjes in het verleden van Robert Hansen, waarin de onverwerkte dood van zijn vader centraal staat.

Met het werk van Erling Jepsen lijkt de modernistische ’streekroman’ tot volle wasdom te zijn gekomen en is de ’provincie’ weer helemaal terug op de Deense literaire landkaart. Iets dat de Nederlandse lezer nu ook zelf kan ontdekken met deze onderhoudende reisgids voor de streek rond Hüjer op zak.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden