Draaikolk van mensen ontbeert engagement

MIME

'Schwalbe zoekt massa' Schwalbe, gepresenteerd door Productiehuis Rotterdam ***

'Schwalbe zoekt massa' is de titel van het stuk van mimecollectief Schwalbe én het is de oproep waarmee de aanloop naar dit stuk gepaard is gegaan. In elke plaats die tijdens de tournee wordt aangedaan zijn zo'n zeventig tot honderd lokale amateurs aangetrokken. Dat heeft als resultaat dat er in elke stad een krankzinnig aantal mensen op toneel staat, wat op zich al een spannend gegeven is. Die massa intimideert, terwijl er óók een enorme aantrekkingskracht vanuit gaat.

Met dat gegeven spelen de zeven mimers van Schwalbe, die onherkenbaar opgaan tussen de massale rest, maar als je goed kijkt toch subtiele speldenprikjes uitdelen. Ze veroorzaken kleine deiningen in de stroperigheid van die grote groep, waarvan alle individuen een en dezelfde kant opgaan - alsof het een stilzwijgende afspraak betreft. Zo zien we een oneindige draaikolk van bewegingsmassa in steeds dezelfde cirkel, waarvan de cadans het publiek prettig in tranceachtige sferen brengt. Het geluid van een zwijgende mensenmassa blijkt als volgt te klinken: rubberzolen die gillen van weerstand als ze de bocht omgaan, armen die schurende plofgeluidjes maken tegen T-shirts.

Het is bepaald niet saai om het uur dat de voorstelling duurt naar die draaikolk van mensen te kijken. Juist in de gezichtsloosheid van de groep beginnen zich 'echte' mensen af te tekenen: oud, jong, lang of klein. De uitputting die bij sommigen optreedt wordt elegant opgelost door in de langzamer draaiende binnencirkel te gaan bewegen, terwijl de energiekere spelers in de buitencirkel bijna de bocht uit vliegen.

Langzamerhand bekruipt de toeschouwer het gevoel dat er meer in had gezeten. Er wordt in de begeleidende programmatekst gerefereerd aan de kracht van de Occupy-beweging, de Arabische Lente, maar ook van het Haren-debacle. Wat in de uitwerking mist is engagement, een pittige stellingname. Wanneer sommige ouderen in de massa de inspanning niet meer goed trekken, zijn er medegroepsleden die ze meetillen op de stroom, zodat er niemand wordt vertrapt. Precies dat gebrek aan gevaar is de makke van deze 'Schwalbe zoekt massa': de massa is hier wel gevonden maar wordt nergens echt rottig.

Klassiek

Pianoconcert Turnage Rotterdams Philharmonisch Orkest ****

Een gloednieuw pianoconcert cadeau krijgen, speciaal voor jou gecomponeerd en uitgevoerd door topmusici. Om dat voor elkaar te krijgen moet je Sylvia Tóth heten en jarenlang gedreven voorzitter zijn geweest van de raad van toezicht van het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Bij haar afscheid in 2010 kreeg zij als geschenk een in opdracht van het orkest door de Brit Mark-Anthony Turnage (1960) te componeren pianoconcert. Dat is nu voltooid. Donderdag ging het in de Doelen in première.

Voordat het cadeau tot klinken kwam, werd Prokofjevs Eerste symfonie gespeeld. Die had vorige maand ook al geklonken in het Gergjev Festival, uitgevoerd door het Orkest van met Mavrinski Theater en Valeri Gergjev. Het was een verrassing dit werk nu te horen door de Rotterdammers. Niet alleen klonken de Rotterdamse strijkers en blazers gaver en gelijker dan hun St.-Petersburgse collega's, het was vooral dirigent Yannick Nézet-Séguin, die de symfonie veel lichter, veerkrachtiger en muzikaler wist vorm te geven dan zijn voorganger Gergjev.

Turnage's pianoconcert bleek een uitstekend geschreven, traditioneel, driedelig pianoconcert. Voor de wereldpremière was de Canadese super-virtuoos Marc-André Hamelin ingevlogen. Ondanks zijn enorme faam had hij nog nooit in Rotterdam gespeeld; een dubbele primeur dus. Turnage's concert is rijk georkestreerd en bevat veel noten. Deel één begint direct met een uiterst levendige dialoog tussen piano en orkest. Het is goed geschreven, want de piano blijft ondanks de grote orkestbezetting goed hoorbaar, natuurlijk ook dankzij Hamelins krachtige aanslag. Na het vrij scherpe openingsthema volgt een malse blues, waar vanuit zich wildere variaties ontwikkelen. Onverwacht snel eindigt dit deel.

Het meest geslaagd bleek het middendeel, 'Last Lullaby for Hans', een hommage aan Turnage's vroegere compositieleraar Hans Werner Henze. Hierin waren de sfeer gedragen en het idioom vrij klassiek, vormgeven in polyfone melodielijnen in de strijkers. Vooral het geconcentreerde einde met de pianosolo wist het hart te raken, niet in het minst door de intense vertolking door Hamelin en Nézet-Séguin. Het slotdeel heeft een veelbelovende titel, 'A grotesque Burlesque', maar maakte donderdag de verwachtingen van een lekker gek stuk niet waar. Opnieuw waren hier jazz-citaten, maar echt swingen deed het niet.

Met alle respect voor dit afscheidscadeau, drong zich na de pauze het niveauverschil op tussen een vooraanstaande hedendaagse componist (Turnage) en een jong genie (Stravinsky), toen het ballet 'De Vuurvogel' van laatstgenoemde klonk. Voor het eerst speelde het RPhO deze balletmuziek compleet en niet alleen de suite eruit. Dit werd genieten van het orkest en zijn geweldige dirigent in optima forma.

Jongerendans

Danstheater Aya Eerste Keer **

Voor de eerste keer verliefd zijn en smachten naar de eerste kus. Nerveus om elkaar heen draaien, onhandige versierpogingen, knikkende knieën en een bonzend hart. Met een groep expressieve dansers en goed gekozen sfeermuziek is daar een spetterende jongerenvoorstelling van te maken. Maar in de hoop clichés te vermijden heeft Danstheater Aya bijna het kind met het badwater weggegooid.

'Eerste Keer' begint met een ontmoeting, waarbij het publiek in kleine groepjes met de dansers meegaat en een vertrouwelijk verhaal hoort over zijn of haar eerste liefdeservaring. De gespierde Lucien Denny weet nog goed hoe de meisjes giechelend om hem heen draaiden en de springerige Jagoda Bobroska vertelt vol vuur over de rillingen langs haar rug tijdens de eerste zoen. Toch is het een beetje uitleggerig en het gaat ten koste van de zeggingskracht van de dans. Het tweede deel speelt in de theaterzaal en laat zien dat de zeven dansers veel sterker over het voetlicht komen als ze hun gevoelens in beweging vertalen. Het zijn heel verschillende persoonlijkheden met een eigen uitstraling en stijl van dansen. Zo is hiphopper Dietrich Pott een supersnelle acrobaat die als een draaitol over de dansvloer spint en de frêle Jenice de Haan blinkt uit in expressieve showdans met een clownesk tintje. Zet ze bij elkaar en de vonken spatten er gemakkelijk vanaf. Maar choreografe Wies Bloemen geeft haar dansers weinig ruimte om technisch uit te pakken en laat geen heldere spanningsboog zien. Steeds als de dansers laten zien wat ze in huis hebben, volgt er een anticlimax en verzandt het samenspel. We zien scènes rond aantrekken en afstoten, klungelige versierpogingen en harde afwijzingen maar het verhaal krijgt geen vlegels.

Na een langzame aanloop volgt in het laatste deel van de voorstelling een serie mooie momenten. Grappig en ontroerend is het duet tussen een meisje dat onhandig met haar borsten en billen draait en een jongen die van pure schaamte niet weet waar hij moet kijken. Erotisch is de scène waarin een blonde danseres op de schouders van de sterkste jongen zit en in een flow met hem mee beweegt. En hilarisch zijn de drie giechelende meisjes die uitzinnig gillen als de stoerste jongen van de groep zijn hand naar hen uitsteekt. Als hij met zijn tong langs zijn lippen glijdt, kunnen ze het niet meer aan en vallen haast flauw van opwinding.

Jammer dat die momenten zo kort duren en geen geheel vormen. Dat kan een ervaren gezelschap als Danstheater Aya toch veel beter?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden