Draagmoederschap is al een miljardenbusiness

Staatssecretaris Teeven wil belemmeringen wegnemen. Maar wensouders dienen zich af te vragen of zij zo'n kind willen.

Het VVD-Kamerlid Anouchka van Miltenburg redeneert opvallend inconsequent over buitenlands draagmoederschap (Trouw, 6 februari). In een interview in deze krant reageerde zij op het plan van partijgenoot en staatssecretaris Fred Teeven om commercieel draagmoederschap 'niet te verbieden, maar wel makkelijker te maken'. Nederlandse stellen die in het buitenland een draagmoeder betalen om een kind te krijgen, moeten dat kind kunnen erkennen, is het voorstel van Teeven.

De VVD hanteert wel een zeer pragmatische aanpak. In Nederland vinden we commercieel draagmoederschap onwenselijk, omdat we kinderen niet als koopwaar over de toonbank willen laten gaan. Daarom is het hier verboden. Maar ja, als mensen de grens over gaan om een commerciële draagmoeder te zoeken, dan moeten we ze volgens Kamerlid Van Miltenburg geen strobreed in de weg leggen. Sterker nog, we moeten de wet dan maar aanpassen om dit te vergemakkelijken. En nee, dit betekent helemaal niet dat we commercieel draagmoederschap stimuleren. Snapt u het?

Als tweede ongerijmdheid duikt de kwestie van de anonimiteit van eicel- en spermadonoren op. Miltenburg stelt dat de Nederlandse wetten worden gemaakt 'vanuit het perspectief van het kindje'. Het kind 'moet zijn ouders kennen', voegt ze daar aan toe. Daarom wordt erkenning eenvoudiger.

Twintig jaar 'Spoorloos' en veel wetenschappelijk onderzoek maakten duidelijk waarom een kind zijn ouders moet kennen. Maar dat betekent niet dat het makkelijker moet worden dat in het buitenland een draagmoeder wordt ingeschakeld - over wie nauwelijks informatie bekend is en over wie de commerciële reproductiebemiddelaars niet verplicht worden om informatie te bewaren voor later.

In India heeft de commerciële draagmoederindustrie nu al een geschatte omzet van 1,7 miljard euro. Dan heb ik het nog niet eens over het gebruik van een embryo dat 'samengesteld' is uit een anonieme eicel en een anonieme zaadcel die bij een buitenlandse draagmoeder wordt geïmplanteerd. Moet Nederland dit faciliteren? Hoe zou het kind het vinden zo op de wereld te worden gezet en als materieel object over de toonbank van de draagmoedermarkt te gaan?

De kwaliteit van het leven van een kind dat via een commerciële draagmoeder is verwekt, wordt bij voorbaat fundamenteel aangetast. Wensouders dienen zich eerst de normatief-ethische vraag te stellen of zij op deze wijze een kind op de wereld mogen zetten.

Het gevaar bestaat dat het kind straks de prijs betaalt: hoe zal met zichzelf en de geheel of gedeeltelijk onbekende achtergrond in rust en vrede leven?

Het wordt hoog tijd dat de 'wild-west'-praktijk van de moderne voortplanting, waaronder het commercieel draagmoederschap, tot internationaal overleg leidt. Als we in Nederland werkelijk respect hebben voor het recht van ieder mens om zijn achtergrond te kennen, op zijn identiteit, dan zou het van moed getuigen om internationaal het voortouw te nemen bij het invoeren van een nieuw verdrag. Daarin zouden regels moeten staan voor voortplantingstechnieken waarbij een 'derde partij' is betrokken. Laat Nederland weer gidsland zijn. Bij adoptie heeft het een kwart eeuw geduurd, maar nu hebben 193 landen het Haags Adoptieverdrag geratificeerd. Nu moeten ook de rechten van donor- en draagmoederkinderen wereldwijd worden erkend. Liefde alléén is niet genoeg.

René Hoksbergen schreef 'Kinderen die niet konden blijven, 60 jaar adoptie in beeld'. Uitgeverij Aspekt.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden