Dr Arie Pais: Het Nederlands is een taal om trots op te zijn

De conferentie 'Taal en identiteit: Afrikaans en Nederlands' op 23 en 24 juni in de Pieterskerk in Leiden wordt georganiseerd door het Afrika Studiecentrum, postbus 9555, 2300 RB Leiden. Deelname aan de conferentie is open en gratis.

De Zuidafrikaanse regering draagt echter niet bij aan de kosten van de presentatie, omdat de culturele banden tussen Nederland en ZuidAfrika nog niet zijn hersteld. Wel wordt verwacht dat individuele Zuidafrikanen een financiele bijdrage aan de gezamenlijke presentatie van Nederland en Vlaanderen zullen leveren. Tot nog toe is een bedrag van zes miljoen bijeengegaard voor de Buchmesse '93.

Dr Arie Pais, voorzitter van de Buchmesse-stichting, wil officieel nog geen commentaar geven op de beoogde samenwerking met de Zuidafrikanen. Hij wacht liever de persconferentie af die hij eind deze maand wil geven over de laatste ontwikkelingen. Maar het ministerie van WVC bevestigt dat er contacten op ministerieel niveau hebben plaatsgevonden en dat daarbij de intentie voor samenwerking is uitgesproken.

Pais wil wel zijn visie geven op de toekomst van het Nederlands, een onderwerp dat uitgebreid besproken gaat worden op een conferentie op 23 en 24 juni in de Pieterskerk in Leiden. Twee vragen staan centraal op de conferentie: wat is de positie van het Afrikaans na de verwachte democratisering in ZuidAfrika en wat is de positie van het Nederlands als in 1993 de binnengrenzen van Europa verdwijnen. Minister Ritzen van onderwijs zal de conferentie namens Nederland bijwonen, vanuit Zuid-Afrika komt onder andere de schrijver en hoogleraar Etienne van Heerden naar Leiden.

Als minister van onderwijs in het kabinet Van Agt-Wiegel (19771981) heeft Pais al eerder met deze problematiek te maken gehad. Juist om het Nederlands veilig te stellen heeft hij in 1980 mede de Nederlandse Taalunie opgericht, een intergouvermenteel instituut ter bevordering van de culturele samenwerking op het gebied van de Nederlandse taal en letterkunde.

De Taalunie functioneert echter gebrekkig, maar ook over met dat probleem heeft Pais zich gebogen. Hij maakt deel uit van de commissie die vorig jaar een advies aan de vier betrokken ministers van onderwijs en cultuur uit Nederland en Vlaanderen heeft uitgebracht voor een snellere en minder bureaucratische werking van de Taalunie.

Het is dus niet de eerste keer dat Pais over de toekomst van het Nederlands mag nadenken. Echt grote zorgen maakt hij zich echter niet. "Of na 1993 het Nederlands wordt bedreigd, ach die jaartallen zijn niet belangrijk. De Nederlandse taal bestaat vele eeuwen langer dan de Europese gemeenschap. Het spel van de staats- en taalgrenzen is gecompliceerd, maar ik verwacht van Europa '93 geen directe consequenties voor de Nederlandse taal. De levenskans van een taal hangt van meer factoren af. Een taal wordt pas bedreigd als hij niet meer op alle maatschappelijke terreinen wordt gesproken. Als bij voorbeeld het zakenleven massaal op het Engels zou overstappen, of de rechtspraak, of de wetenschap. Dan brokkelt een taal af, een veeg teken. Voor atrofiering moet je oppassen, want dat is wel een kwalijke zaak."

Waarborg

Maar zo ver is het nog niet, vindt Pais. Ook omdat er nog steeds in de kwaliteit van het onderwijs wordt geinvesteerd. "Als je wilt dat een taal blijft bestaan moet je goede docenten opleiden die hun kennis weer op de leerlingen kunnen overdragen. Dat is de beste waarborg." Of de kwaliteit van de pabo's en de lerarenopleidingen in Nederland nog wel echt hoog is, is zelfs voor Pais de vraag. "Mijn laatste nota aan de Kamer heette niet voor niets: 'Er wort steets meer fout gesgrefen' Maar die is ergens in een la blijven liggen."

Ook over de opmars van Engelse woorden maakt Pais zich niet echt ongerust. "Je ziet in de computerwereld een mengelmoes van Engels en Nederlands ontstaan. Een taalpurist vindt dat een ramp, maar ik wil de kerk liever in het midden laten. Zolang vreemde woorden nog heel soepel in het taalgebruik worden opgenomen en een Nederlandse verbuiging of uitgang krijgen is er niets aan de hand. To check is allang checken geworden, met gecheckt als voltooid deelwoord. Een taal is een levend geheel. Uitdrukkingen veranderen, niemand spreekt meer zoals in de 'Camera Obscura'. Een teken dat de taal leeft."

De Vlamingen bedenken wel eigen woorden, werp ik tegen, een centrifuge heet in Vlaanderen een 'droogzwierder'. "Maar de Vlamingen hebben het ook een stuk moeilijker" , zegt Pais. Vlaanderen is een taalkundige frontlijnstaat, de druk van het Frans is groot. Dat leidt tot een sterker bewustzijn van het taaleigene. De Taalunie is destijds ook mede opgericht om de Vlamingen een steuntje in de rug te geven."

Maar dreigt er dan helemaal geen gevaar vanuit Brussel? Nu hoort het Nederlands nog tot een van de negen officiele talen in de Europese Gemeenschap, maar wat gebeurt er als landen uit Scandinavie en OostEuropa zich massaal aansluiten?

"Alles wijst erop dat in de Gemeenschap Engels en Frans de twee voertalen worden, misschien aangevuld met Duits. Of dat een gelukkige ontwikkeling? Daar wil ik nu geen uitspraak over doen. Vast staat dat de huidige situatie, met tolken voor elke taal, niet houdbaar is. Nu al vormen de tolken de grootste kostenpost op de huishoudelijke begroting. De kleinere talen, zoals het Deens en het Nederlands, komen daardoor wel onder druk te staan. Dat onderstreept nog eens het belang van goed onderwijs in de eigen taal. Je goed leren uitdrukken, zowel mondeling als schriftelijk. De kranten en televisie kunnen daar ook een bijdrage aan leveren."

Jacht op Ritzen

Minister Ritzen van onderwijs was anders de eerste die voor het gebruik van Engels pleitte op de universiteit. "Aan de jacht op Ritzen doe ik niet mee" , zegt Pais streng. "Ritzen heeft duidelijk gemaakt dat het Nederlands de voertaal blijft op de universiteiten, maar de wetenschap is nu eenmaal internationaal, daar ontkom je niet aan Engelstalige publikaties. Laat ik een voorbeeld op mijn eigen vakgebied geven, de economie. Het Nederlandse tijdschrift 'De Economist' is geheel in het Engels geschreven, daar staat geen woord Nederlands in. Daarmee bereik je wel dat de bijdragen van Nederlandse wetenschappers tot in Groenland en Australie gelezen kunnen worden. Op die manier blijft Nederland in de voorhoede van de wetenschap meemarcheren."

Maar in het eigen land moet het Nederlands de belangrijkste taal blijven, stelt Pais resoluut vast. "Een taal om trots op te zijn. De omroepen in Hilversum zouden best meer kunnen doen aan de ontwikkeling van die trots. Een programma als 'Tien voor taal' is prima. Ook zijn er goede literaire programma's, maar die worden vaak op onmogelijke uren uitgezonden, op tijdstippen dat alleen nachtuilen kunnen kijken of luisteren. De omroepen zouden eens minder bang moeten zijn voor de kijk- en luistercijfers."

Bottleneck

Pais is ook voorzitter van het Nederlandse Literair Produktie en Vertalingenfonds, dat vorig jaar werd opgericht en dat zeer actief de stimulering van de Nederlandse literatuur in het buitenland ter hand heeft genomen. Hij is daarbij op een groot probleem gestuit: er zijn te weinig goede literaire vertalers. "Dat is echt de bottleneck. In Amsterdam is onlangs het Vertalershuis geopend, dat mede door het fonds wordt gesubsideerd. Maar dat lost dat probleem niet op. Zolang er maar een handjevol goede vertalers zijn die vanuit het Nederlands naar het Frans kunnen vertalen, blijf je met dit knelpunt zitten. Wij zijn voorstellen aan het ontwikkelen om dat te verbeteren. Maar voordat zoiets rendement oplevert zijn we tien jaar verder."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden