Dortmund

Bijna veertig jaar heb ik volgehouden dat Benfica-Real Madrid (5-3) de leukste Europa Cup-finale aller tijden was. Op 2 mei 1962 vlogen de vonken ervan af in het Olympisch Stadion van Amsterdam. Ferenc Puskas van Real Madrid had al een buikje, maar hij scoorde nog steeds volop, Alfredo di Stefano was ook als oude man nog steeds een strateeg met groot aanzien, Mario Coluna was als de grote meneer van Benfica bezig het geld te verdienen, dat hij later schonk aan het bevrijdingsleger Frelimo in zijn geboorteland Mozambique en Eusebio (ook al van Mozam bique) werd die dag in Amsterdam een wereldster.

Woensdagavond is Benfica-Real Madrid voor mij als de nummer 1-finale onttroond. Het matige Liverpool en het onaanzienlijke Alavés speelden een eindstrijd, waar ik bij leven en welzijn in het bejaardenhuis nog regelmatig over zal vertellen. Nu al weet ik van de meeste spelers die in Dortmund meededen de namen niet meer. Geeft niks. Er zijn van die dagen dat alle verdedigers niet kunnen verdedigen, althans de minderen zijn van alle aanvallers. Ik heb geen idee van de tactiek die door de trainers werd aanbevolen. Volgens mij hadden ze alleen maar gezegd dat de spelers van deze bijzondere dag moesten genieten.

Toen het nog 4-3 voor Liverpool was, dacht ik al dat Jordi Cruijff 4-4 zou maken, hoewel ik nou niet meteen een rake kopbal in petto had. Ook een gezellige blunder van Sander Westerveld sloot ik niet uit. Dat hoorde bij deze prachtige finale tussen twee ongebruikelijke finalisten, die er volgend seizoen in de eerste ronde ook gewoon kunnen uitvliegen tegen Sturm Graz of Omonia Nicosia.

Na zijn ultieme gelijkmaker wist ik tevens wel zeker dat Jordi ging verliezen. Een Cruijff hoort geen finale in Duitsland te winnen. Ik had wel gehoopt dat Jordi zou scoren in het oostelijke doel. Hij deed het in het westelijke. In het andere doel scoorde zijn vader in 1974 tijdens de mooiste van de ruim tweehonderd interlands van het Nederlands elftal die ik heb gezien. Het gebeurde in het vaak letterlijke gevecht met Brazilië. Een fascinerender wedstrijd van Oranje heb ik nadien niet meer meegemaakt. (Veertien jaar later was ik zo stom Trouw-collega Maarten Nooter in Hamburg het EK-duel Duitsland-Nederland te gunnen, omdat ik mezelf op een duel van het Nederlands elftal in het zuiden van Duitsland had gefocust. Nog altijd spijt van!)

In Dortmund heb ik ze in 1974 wel alle drie gezien; Nederland-Zweden, Nederland-Bulgarije en Nederland-Brazilië. Tegen Brazilië was het oorlog, maar wel een mooie. Cruijff zorgde meteen al voor onrust. Hij had gezien dat de Brazilianen met een verkeerde kleur kousen aan de wedstrijd wilden beginnen. Cruijff weigerde het veld op te gaan zolang Brazilië niet de voorgeschreven witte kousen aantrok. Scheidsrechter Kurt Tschenscher aarzelde, maar gaf Cruijff ten slotte gelijk. Vloekend en tierend gingen de Brazilianen de tape van hun sokken plukken. Het was een vernedering die voor oorlogskoppen bij het team van coach Mario Zagalo zorgde.

In het najaar van 1986 was ik voor een Europese wedstrijd van FC Groningen in het Portugese stadje Guimarães. Het elftal van de plaatselijke trots Vitoria was een ware boevenbende. Een dag voor de wedstrijd zat ik bij trainer Mario Marinho, de imposante en spijkerharde centrale verdediger die in 1974 met de Brazilianen tegen Oranje had gestreden. Hij begon meteen over die wedstrijd in Dortmund. ,,Sommigen van ons wilden Cruijff vermoorden. Maar steeds wanneer we naar hem schopten, was hij er al weer met de bal vandoor.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden