Dorpen in de Niger Delta komen niet van het Shell-vuur af

Een Nigeriaanse vrouw maakt gebruik van de warmte van de vlammen om de tapioca te drogen.Beeld AP

Grote oliebedrijven waaronder Shell nemen zich voor de giftige gasfakkels van hun industrie te doven. Al is het maar voor het klimaat. In de Niger Delta is dat nog niet zo makkelijk.

Regentijd in de Niger Delta: de weg van Port Harcourt naar het oosten staat onder water, automobilisten aarzelen voordat ze een kuil induiken, voetgangers op slippers zijn de plassen gewend. Vanuit een lange pijp schiet een vlam de lucht in, op volle kracht, als de bulderende brander van een dakdekker. Het regenwater verdampt voordat het de vlammen kan raken. In de Nigeriaanse rivierdelta, tweemaal zo groot als Nederland en rijk aan gas en olie, zie je veel van dit soort vuren. Niet alleen op industriële complexen, ook in afgelegen dorpjes. Niet alleen hoog in de lucht, maar ook aan de grond. Rookpluimen stijgen op boven de mangrovebossen en vermengen zich met de wolken.

Overbodig gas dat vrijkomt bij de oliewinning kun je niet zomaar loslaten in de lucht, dat is gevaarlijk. Daarom wordt het verbrand, als goedkope oplossing. Zo ging dat in 1958, toen de commerciële oliewinning in Nigeria op gang kwam, en zo gaat het nog altijd. Veel affakkelvuren branden al decennialang. Continu.

Waakvlam, dat woord gebruiken vertegenwoordigers van de olie- en gasindustrie vaak, het klinkt wel zo veilig. Shell-vuur, dat hoort Faith Nwadishi (42) dorpelingen zeggen. Sommige gemeenschappen hebben drie of vier van dit soort vuren, zegt ze, de hele Niger Delta is ervan vergeven. Nwadishi is geboren in de Delta en voert actie tegen de eeuwige vlam, omdat die giftige stoffen afstoot, het onderscheid tussen dag en nacht ongedaan maakt en de temperatuur in de omgeving zodanig verhoogt dat gewassen niet goed meer groeien. De zure regen maakt mensen ziek, vervolgt ze: longaandoeningen, huidkanker. Wetenschappelijke rapporten onderschrijven dat de uitstoot zeer ongezond is. Ook voor het milieu, en voor de vogels en insecten die verbranden.

Het vuur heeft aantrekkingskracht. "Dorpelingen vinden het een privilege om zo'n vlam in de gemeenschap te hebben. Ze zien het niet als een vloek maar als een symbool van welvaart en geluk, ook al delen ze niet in de olieopbrengsten", zegt Nwadishi. "Ze leggen hun vis bij het vuur te drogen en kennen lang niet altijd de gezondheidsrisico's. Ze verbinden hun klachten en ziektes niet met de vlam."

Dat kun je achterlijk noemen, maar oud-secretaris-generaal Ban Ki-moon van de Verenigde Naties dacht er net zo over. "Ik zag de gasvuren van de oliewinning altijd als symbool van welvaart", zei hij in 2015 bij de aftrap van een nieuw initiatief van de Wereldbank om gas flaring, het affakkelen, te beëindigen. Ban Ki-moon was onder de indruk van alle nieuwe feiten die hij leerde. Bijvoorbeeld dat de CO2-uitstoot van het afgefakkelde gas wereldwijd gelijk is aan 77 miljoen auto's (350 miljoen ton). En dat de energie die zo jaarlijks wordt verspild ruim voldoende is om heel Afrika van stroom te voorzien.

(Tekst gaat verder onder de afbeelding)

Beeld Sander Soewargana

Die dag in Washington schaarden grote energiebedrijven zoals Shell en nationale overheden zich achter het initiatief om routinematig affakkelen voor 2030 naar nul terug te brengen. 'Zero Routine Flaring by 2030'. Routinematig betekent dat er continu overtollig gas wordt verbrand. Dat er ook incidenteel gas wordt verbrand, om de druk te verminderen of bij het stilzetten of opstarten van een installatie, valt ook volgens de Wereldbank niet te voorkomen. De opwarming van de aarde speelde een grote rol: deelnemers keken vooruit naar de conferentie in Parijs, later dat jaar.

Topman Eldar Saetre van het Noorse oliebedrijf Statoil vertelde dat affakkelen daar sinds de jaren zeventig verboden is. De lokale industrie werd gedwongen naar nieuwe technieken te zoeken en vond die ook: vandaag zijn ze een mooi exportproduct. Shell-voorzitter Jorma Ollila kon geen drastische maatregel aankondigen. Jazeker, we gaan het affakkelen beperken, zei hij, voor zover praktisch mogelijk. Hij merkte op dat zijn bedrijf de hulp nodig heeft van overheden en van de markt. Want gas dat je niet verbrandt, moet toch ergens naartoe. Naar een elektriciteitscentrale of een gasflessenvulfabriek.

De speech van Faith Nwadishi, buitenstaander tussen al die officials, was het meest bevlogen. Ze komt uit de Amai-gemeenschap in deelstaat Delta en behoort tot het Ukwuani-volk, woonachtig in een regio met de grootste gasvoorraad in West-Afrika. Ze groeide op in een rivierlandschap met vissers en boeren en studeerde af in Civil Engineering, met onderscheiding. Bij de Wereldbank vertegenwoordigde ze gemeenschappen die geraakt worden door mijnbouw en olie- en gaswinning. Ze vertelde het publiek dat ze 'een grote zorg in haar hart droeg'. Ondanks alle mooie woorden was ze bang dat er niets zou veranderen voor de mensen vlakbij het vuur.

Niets veranderd

Het is twee jaar later. "Precies datgene is gebeurd waarvoor ik zo bang was. Er is niets veranderd", zegt Nwadishi. Haar huis staat in Asaba, de hoofdstad van de Delta-deelstaat in de Niger Delta. Regelmatig overnacht ze bij vrienden in dorpjes met een vlam. Zoals Ukwuani, waar twee vuren zijn, een bij de grond, de ander in de lucht. Sommige dorpjes zijn afgelegen en hebben geen waterleiding, elektriciteit, een gezondheidscentrum of een school. Om de vier dagen is er markt. Andere dorpen hebben betere voorzieningen, zoals stromend water, afkomstig uit waterputten. Al met al merken ze weinig van het geld dat ook de overheid op hun land verdient.

Afgelopen december reageerde de Wereldbank teleurgesteld, omdat gas flaring de laatste jaren wereldwijd toeneemt. Vooral Irak en de VS zorgden voor groei. "Het Zero Flaring-initiatief is vrijwillig en er zijn geen boetes voor partijen die de afspraken schenden", zegt Bjorn Hamso, programmamanager van het al langer lopende Gas Flaring Reduction Partnership, geleid door de Wereldbank. "Maar partijen die hun beloftes niet nakomen, zullen flinke reputatieschade oplopen." Hij zegt dat het initiatief ervoor moet zorgen dat op nieuwe olievelden niet wordt afgefakkeld en dat er oplossingen komen voor bestaande situaties.

Opec-lid Nigeria gaat vooruit. Was het in 2011 wereldwijd de tweede gasverbrander, nu staat het zevende. Shell meldt dat het minder is gaan affakkelen in Nigeria. Wat meespeelt is dat de olieproductie van Nigeria is teruggelopen door aanslagen van militanten. Er kwam dus minder gas vrij dat moest worden verbrand. Op bedrijfsniveau telt mee dat Shell de laatste 5 jaar 13 olieblokken heeft afgestoten. De nieuwe eigenaren nemen ook de gasverbranding over.

Faith Nwadishi wantrouwt de cijfers. "Onze overheid zegt dat we minder affakkelen. Maar van wie krijgen ze die cijfers? In dit land weten we niet eens precies hoeveel ruwe olie we produceren."

De Wereldbank maakt deze zomer de eerste resultaten bekend van Zero Routine Flaring by 2030. Deelnemers sturen zelf hun cijfers over 2016 toe. De verwerking ervan is niet zo makkelijk, omdat de omvang van het affakkelen meestal wordt geschat en niet accuraat gemeten. De Wereldbank gebruikt daarom ook satellietgegevens om te zien hoeveel een land laat branden.

Dat wantrouwen van Nwadishi valt wel te begrijpen. Nigeria heeft het affakkelen al meermalen verboden. Zonder resultaat. Ze haalt diep adem en beschrijft de 'lange reis die Nigeria achter de rug heeft'. "Het begon met een presidentieel decreet om gas flaring in 1974 te verbieden. Dat werd verschoven naar 1979, en nog verder naar 1984. In 2000 werd een nieuwe deadline bepaald, namelijk december 2003. Maar de oliebedrijven besloten dat 2006 geschikter was. In 2007 stelde de president 31 december 2008 als nieuw ultimatum. Die dag passeerde, waarna de Senaat een wet aannam om gas flaring te stoppen in 2010. Dat jaar ging voorbij en een nieuw doel is er niet." Doelpalen verschuiven, zo noemt ze het.

Gas afvangen is kostbaar. Door boetes te betalen zijn oliebedrijven goedkoper uit geweest. Een nieuwe wet moet de boete omhoog brengen van een paar eurocent per 1000 standaard kubieke feet uitstoot naar enkele euro's.

Halverwege het vorige decennium verklaarde het Hooggerechtshof van Nigeria affakkelen ongrondwettig. Niettemin heeft Shell-dochter SPDC, voor de meerderheid in bezit van de Nigeriaanse overheid, naar eigen zeggen 24 fakkelinstallaties op het vasteland van Nigeria. Veertien daarvan hebben technische oplossingen die continu affakkelen voorkomen of matigen, zegt SPDC. "Voor tien locaties werken we nog aan oplossingen", zegt Philip Mshelbila, general manager gas van SPDC, het grootste internationale oliebedrijf in Nigeria. "Derden kunnen het gas gebruiken voor lokale energie, voor industriële doeleinden of het vloeibaar maken en verkopen. Denk niet dat de vlammen pas doven als de bronnen uitgeput zijn. Wij steunen de plannen van de overheid en van de Wereldbank gas flaring te beëindigen."

(Tekst gaat verder onder de afbeelding)

Beeld RV

Bij nieuwe installaties bedenkt SPDC vooraf hoe affakkelen te voorkomen is. Dat is ook wat de Wereldbank adviseert. Bjorn Hamso: "Want zodra de olieproductie eenmaal op gang komt, zijn producenten en overheden vaak terughoudend met technische aanpassingen. Het is goedkoper om een oplossing vooraf in het ontwerp te integreren." Een voorbeeld is het industriële complex Okoloma van SPDC, ten oosten van Port Harcourt. Dat levert het overtollige gas aan de ook volgens de Verenigde Naties zeer efficiënte elektriciteitscentrale vlakbij. Dat de gasvlam nu toch brandt, komt volgens Mshelbila doordat de elektriciteitscentrale stilligt, wegens vandalisme aan een belangrijke pijpleiding.

De continu brandende fakkelinstallaties liggen verspreid over de Niger Delta, waar veertig verschillende stammen op de grond van hun voorvaders leven. Volgens gasdirecteur Mshelbila waren de vlammen er eerder dan de bewoners. "Het is misschien verhelderend om op te merken dat de affakkel-locaties zich oorspronkelijk niet vlakbij gemeenschappen bevonden. De mensen zijn met de jaren dichter bij sommige flaring sites gaan wonen. Ze gebruiken de hitte van de vlam bijvoorbeeld om cassave te drogen. We ontraden dit en proberen de locaties af te schermen, met wisselend succes."

Volgens Nwadishi komen mensen op het vuur af, omdat ze er baat bij denken te hebben. "Ze willen zoveel mogelijk grond voor zichzelf opeisen, voor als oliebedrijven naar nieuwe bronnen zoeken. Ze hopen op mogelijke compensatie en lokale leiders krijgen vaak cadeautjes van bedrijven. Als leiders zeggen dat ze niet willen dat gas flaring stopt, is dat omdat ze er huizen en auto's aan overhouden. Dit alles zorgt voor landjepik en gemeenschappelijke crises." Een ander probleem dat ze noemt zijn de tienerzwangerschappen, doordat de oliewinning vreemden naar het dorp brengt.

Shell zegt dat het gas flaring in Nigeria niet alleen kan beëindigen. De Wereldbank erkent dat samenwerking de sleutel is. Het oliebedrijf zegt dat de Nigeriaanse overheid onvoldoende geld bijlegt voor nieuwe afvangprojecten. Shell zegt een gasmarkt nodig te hebben en is daarom blij dat de overheid die wil ontwikkelen. Nu blijft de gasvraag achter bij het aanbod. Een betere gasmarkt kan ook de nationale energievoorziening versterken.

Hoog tijd, zegt Faith Nwadishi. "We hebben grote energieproblemen." Ze wijst naar de generator bij het huis. "Diesel kost me twintig dollar per dag. Twee jaar terug had ik voor het laatst stroom van het net."

7,6 miljoen ton koolstofdioxide

Wereldwijd stootte Shell in 2016 7,6 miljoen ton CO2 uit met het affakkelen van gas. Veel minder dan in de twee voorgaande jaren, maar ongeveer evenveel als in 2012 en 2013. Nigeria behoort tot de vier landen waar Shell het meeste affakkelt. Shell kreeg vorig jaar iets meer milieuklachten over het affakkelen van gas dan over olielekkages.

Bedrijven kunnen het continu gas affakkelen op verschillende manieren stoppen, meldt Shell Met een gasgenerator kan ter plaatse stroom worden opgewekt voor de olieproductie of voor nabijgelegen gemeenschappen. Als er veel gas vrijkomt, en de markt niet te ver is, kunnen bedrijven pijpleidingen aanleggen naar klanten. Als dat niet haalbaar is, vanwege kosten of om technische redenen, kan het gas worden afgevangen en gekoeld. In de vorm van LNG (vloeibaar aardgas) is het over hele wereld te verkopen. Soms is het mogelijk om gas ondergronds te injecteren, de hogere druk helpt bij de oliewinning. Zie voor een interactieve kaart gasflaretracker.ng

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden