Dorp Libanon tussen Hezbollah en Israel

SROBBIN - De weg naar Srobbin, een dorpje in ZuidLibanon, is afgesloten met een hek. Voor het hek staat een Nepalese soldaat van Unifil die orders heeft alleen de lokale bewoners door te laten. Zo nu en dan komt een vrouw op een ezel langs. Auto's mogen het dorp niet in om 'veiligheidsredenen'.

In Srobbin leven nu nog een handjevol vrouwen, oude mannen, kinderen en wat koeien. Voor mannen is het te gevaarlijk, het plaatsje ligt op de grens van de veiligheidszone en het gebied van de Unifil. De voortdurende gevechten tussen Hezbollah en de SLA (het aan Israel gelieerde Zuidlibanese leger) zorgen ervoor dat elke man, in de ogen van Israel, een potentiele terrorist is. De meeste bewoners zijn vertrokken naar dorpen in de buurt of Beiroet, en komen zo nu en dan langs om hun land te bewerken.

De heuvels in de omgeving van het dorpje zijn beplant met olijfbomen en tabak, in de smalle dalen groeit koren. Het gebied heeft veel bronnen en is erg vruchtbaar. De kleine boerenhuisjes zijn omgeven met rozenstruiken en fruitbomen, wijnranken groeien langs de muren. Kippen lopen op het erf, en koeien grazen in de berm.

In betere tijden woonden er zo'n driehonderd mensen in Srobbin. Maar begin jaren zeventig ging het mis. De conflicten tussen Israel en de PLO, die vanuit Zuid-Libanon opereerde, liepen hoog op. De bombardementen op het gebied begonnen en de eerste volksverhuizing kwam op gang. Het dorpje raakte al wat leger. De school was echter nog open, en de moskee had nog een sjeik.

De Israelische invasie in 1982, die als doel had de PLO uit Libanon te verdrijven, bracht een nieuwe beweging op gang; het verzet van de plaatselijke bevolking, sji'itische moslims, tegen de Israelische bezetting. Met hulp uit Iran, en met de Iraanse revolutie als voorbeeld, werd dit verzet al snel een 'islamitisch' verzet. Het bracht groepen als Hezbollah voort. Sindsdien is de situatie sterk verslechterd. Israel en de SLA, die een strook van ruim vijf kilometer langs de grens met Israel bezetten, en het islamitische verzet, zoals Hezbollah en de daarmee verwante groepen worden genoemd, zitten elkaar dagelijks in de haren. Hezbollah beschiet de veiligheidszone, en Israel bombardeert de streek er boven. Unifil zit er tussen en probeert - zonder veel resultaat - de partijen uit elkaar te houden. Inmiddels is de tweede volksverhuizing begonnen. Steeds meer bewoners trekken weg. De moskee is dicht en de school is al zeven jaar leeg. Wat nog over is aan kinderen gaat in een naburig dorpje op school. Daar worden ook de boodschappen gedaan. Want het laatste winkeltje sloot eveneens zeven jaar geleden zijn deuren. "Nu zijn hier nog maar 21 mensen" , vertelt een vrouw. "Zeven mannen, die nu op het veld werken, de rest is vrouwen en kinderen. Er wonen hier meer koeien dan mensen" en ze begint te lachen.

Vrijdag is er hevig gevochten tussen Hezbollah en de SLA bij Srobbin. De volgende dag wil een aantal journalisten de situatie bekijken. Maar ze mogen van Unifil het dorp niet in. Voor het hek staat een jongen met een walkie-talkie. Kort haar, een baardje, donkere blouse met lange mouwen; het prototype van een Hezbollah. "Waarom laten jullie de journalisten niet naar binnen?" zegt hij tegen de Nepalees achter het hek. "Mogen ze de waarheid niet zien? We weten dat jullie contact met Israel hebben. Israel wil niet dat ze gaan kijken, dus laten jullie ze niet door." De soldaat kijkt hem aan en zegt: "Je weet dat we niet tegen jullie vechten, en ook niet tegen hun. Het is veel te gevaarlijk daar beneden."

Zelf kan de Hezbollah jongen het dorp niet naar binnen. De veiligheidszone ligt te dichtbij. Vanaf het hek kun je Reschef zien liggen, een dorpje dat in de veiligheidszone ligt en 'nu bij Israel hoort'. Srobbin wordt in de gaten gehouden met verrekijkers.

Een Unifil-patrouille komt terug uit het dorp. Ze zijn die ochtend op zoek geweest naar twee lichamen van Hezbollah-strijders. "Na de gevechten van gisteren is Hezbollah twee mensen kwijt. Omdat ze zelf niet kunnen zoeken in het gebied, doen wij dat voor ze. Maar we hebben niets gevonden." De Unifil man zucht: "Moeilijke mensen. Het ene moment zijn ze aardig, het volgende vijandig. Ze zien ons als hulpjes van Israel, beweren ook voortdurend dat we in contact met Israel staan. Ze tolereren ons omdat ze weten dat we de plaatselijke bevolking helpen. Meer ook niet." De relatie tussen het islamitische verzet en de Unifil is niet bijzonder hartelijk. Er hangen wat jongens rond bij het hek die ook van Hezbollah zijn. Een stapt het kantoor binnen van Unifil, zonder zich ook maar iets aan te trekken van de soldaat die hem probeert tegen te houden. Twee broeders van Hezbollah, die de twee lichamen stonden op te wachten, lachen, en zeggen in het Arabisch "ezels zijn het, debielen" , duidend op de Nepalezen die geen Arabisch verstaan.

Het Unifil hoofdkwartier geeft via de radio uiteindelijk toestemming om naar binnen te gaan. Lopend. Een weggetje van anderhalve kilometer slingert naar het dorpje in de vallei. De meeste huizen zijn leeg en de spinrag hangt voor de ramen. In het veld is een imker bezig met bijenkasten, zijn vrouw maakt zich hollend uit de voeten als de bijen in de aanval gaan. Voor een huis zitten zes meiden te giechelen. Vijf zussen en hun nichtje. Het is vakantie, dus ze hebben de hele dag tijd om koffie te drinken en te kletsen. Ze wachten op hun moeder, die in het nabijgelegen dorp Haris, 4 km verderop, boodschappen is gaan doen. "Op de ezel" en de meiden schateren het uit. "Dat is onze auto hier." De vader is aan het werk op het land. Aan de muur in het huis hangt een foto met vier mannen erop. "Onze broers, ze werken in Beiroet." Ze wijzen naar een veldje beneden in het dorp. "Daar is gevochten gisteren." Zelf hebben ze alleen maar wat gehoord want "als er geschoten wordt gaan we binnen op de grond zitten. Bij bombardementen maken we dat we wegkomen." In hun familie is nog niemand gesneuveld. "God is genadig" , klinkt het snel.

Na een tijdje komt de moeder thuis, volledig bezweet. "Och, och" , zucht de vrouw en ze zakt uitgeput in een stoel. Ze doet haar hoofddoek opnieuw om, en veegt het zweet uit haar gezicht. "Ik gelukkig? Zie ik er uit als een gelukkige vrouw?" zegt ze, en de dochters gieren het uit. De jongste zoon, Hoessein, is net tien maanden vrij, na een verblijf van anderhalf jaar in Khiam, de gevangenis van de SLA. "Op een ochtend, het was vijf uur en iedereen lag nog te slapen, zijn ze binnengevallen, hebben alles kort en klein geslagen hier, en hebben Hoessein meegenomen." Uit Srobbin zitten nog twee mannen in Khiam.

De moeder voelt niets voor een foto. "Wie weet leest Israel of Hezbollah jullie krant wel, en dan komen ze morgen binnen en slaan de boel weer kort en klein. Liet iedereen ons maar met rust."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden