Dorothee Sölle

Voor sommigen is ze het lichtend voorbeeld van het moderne protestantisme, anderen vinden haar de Don Quichote van het naoorlogse christendom. Maar één ding is zeker: de Duitse theologe Dorothee Sölle, geboren Nipperdey, laat ook op haar zeventigste weinigen binnen de kerken onberoerd.

Dat gebeurde al niet in 1965 toen zij, 36 jaar oud, haar eerste en volgens velen belangrijkste theologische werk het licht deed zien: Stellvertretung (de theologie kwam pas, via Kierkegaard, in zicht nadat Sölle eerst klassieke filologie en filosofie had gestudeerd). In dat boek probeerde ze de christologie te doordenken vanuit een antroposofische interpretatie van het klassiek-christelijke begrip 'plaatsbekleding': Christus die plaatsvervangend de erfzonde van ons heeft weggenomen.

In navolging van Tillich keerde Sölle zich, net als John Robinson, auteur van de religieuze bestseller Honest to God, tegen de traditionele christelijke godsleer. Maar ze ging een stap verder door van Nietzsche het motief van 'de dood van God' over te nemen.

Mede onder de radicaliserende invloed van de oorlog in Vietnam ontwikkelde Sölle een systeemkritische theologie. Daarin stelde ze, beïnvloed door het denken van Rudolf Bultmann en de Frankfurter Schule, het christelijk geloof in dienst van de emancipatie en van de bevrijding van de mens (Politische Theologie. Auseinandersetzung mit Rudolf Bultmann, 1971). Een en ander bracht Sölle in frontale botsing met het theologische establishment. Dat verweet haar een oppervlakkige, modieuze manier van theologie bedrijven (Karl Barth noemde haar neerbuigend 'die Dame').

Ze speelde critici in de kaart met haar neiging het politiek-maatschappelijke engagement van de dag als 'Gods doel met de geschiedenis' te zien. 'Dus' sprak tijdens het debat rond de kruisraketten 'de Heilige Geest Nederlands', bleek na haar bezoek aan het sandinistische Nicaragua de Schepper ineens links te zijn en had, op het hoogtepunt van de feministische golf, 'Zij (lees: God) de man alleen geschapen bij wijze van vingeroefening'.

En steeds waren er de Verenigde Staten als de grote kapitalistisch-imperialistische satan. Bij deze kritiek stak haar zwijgen tegenover de misstanden binnen het communistische Oostblok des te schriller af. Sölle's reactie dat anderen daarover al genoeg hadden gezegd, overtuigde lang niet iedereen. Net zo min als haar stelling dat het bestaan van twee, haaks op elkaar staande ideologische blokken elk van beide 'een beetje dwong zich een menselijker gezicht aan te meten'. De Albanezen onder Hoxha, de Noord-Koreanen onder Kim Il Sung en de Roemenen onder Ceausescu viel dat nooit zo op.

Sölle's sterke nadruk op de politiek-maatschappelijke strijd deed theologen als Harry Kuitert steigeren. Hij vond dat ze het kwaad in de wereld verengde tot louter sociaal en politiek onrecht. Kuitert: ,,Daarom gaat haar remedie niet diep genoeg. Ze laat ons, ondanks de warmte van haar verontwaardiging over dingen waarover elk weldenkend mens verontwaardigd is, in de kou achter.'' De kankerpatiënt heeft, met de dood voor ogen, aan Sölle's oproep tot politiek engagement al even weinig als de geestelijk stuurloze die hongert naar religieuze zingeving.

De laatste tijd zijn accent en toonzetting van haar boeken, essays en gedichten wat milder, spiritueler en meer gericht op het individu dan vroeger het geval was (al luidde de titel van het boek dat ze in 1996 over mystiek schreef - volgens sommigen een van haar beste werken - nog altijd veelzeggend Mystiek en verzet). En Sölle lijkt ook iets minder gebeten op het institutionele christendom sinds de kerken het conciliaire proces hebben omarmd, al is dit initiatief op een mislukking uitgelopen. Daarover zei ze tijdens de Duits-evangelische Kerkendag van 1965 nog dat 'er buiten de kerk soms meer kerk (= sociale gerechtigheid) te vinden is dan er binnen'. Het leidde tot grote spanningen binnen de Duitse evangelische kerk en tot de linkse protestbeweging Kein anderes Evangelium.

Dit alles maakte Sölle - 30 september 1929 in Keulen geboren als dochter van een beroemd jurist - er in haar vaderland niet populairder op. Te minder omdat zij dat voordurend omschreef als 'een land dat naar gas stinkt'. Wat heel wat van haar landgenoten niet wensten te horen.

Sölle had daarom niet helemaal ongelijk als ze dit soort zaken als oorzaak zag van het feit dat haar in Duitsland steeds een leerstoel is geweigerd. Het was uitgerekend in de VS dat men haar een hoogleraarschap toekende (Union Theological Seminary in New York). Het erehoogleraarschap dat ze in 1994 kreeg van de universiteit van Hamburg, ervoer ze als een slecht zittende pleister op een nog altijd niet geheelde wond.

Overigens doet men Sölle bepaald onrecht door haar theologie te bagatelliseren of louter in kritische zin te bezien. Ze drukte mede haar stempel op de 'theologie na Auschwitz'. Zo was (en blijft) ze, zeker ook in ons land, een lichtbaken voor een hele naoorlogse generatie linkse christenen die van de institutionele, als 'burgerlijk' ervaren kerk vervreemd raakte, maar die 'toch het gevoel had dat er iets in haar bezigheid ontbrak' (Sölle).

In een samenleving die God en godsdienst naar de marge had verbannen, inspireerde haar kritische vroomheid veel rand- en buitenkerkelijken. Het maakte Dorothee Sölle tot een internationaal fenomeen. Met name omdat ze als een van de weinige theologen in gewone mensentaal praat en schrijft.

Wie Sölle hoorde spreken, bijvoorbeeld in Vancouver op de assemblee van de Wereldraad van kerken (1983), raakte onder de indruk van haar luciditeit, oprechtheid en gedrevenheid. Ze mocht dan de nuance vaak schuwen, haar scherpe kritiek op kerk en samenleving hield menige westerse kerkleider - dikwijls tegen zijn zin - maatschappelijk bij de les.

Door onverdroten theologische argumenten aan te dragen voor een radicale afwijzing van elke vorm van uitbuiting en onderdrukking, brengt Sölle ook nu mensen ertoe na te denken over de ongebreidelde consumptiezucht, het niemand en niets ontziende individualisme en de kritiekloze verering van de wetenschap in onze Westerse samenleving. Geen slecht resultaat voor een theoloog. Al kan men soms van mening verschillen over de argumenten die ze hanteert.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden