Dopingjager als dopingverspreider, zieker en cynischer kan haast niet

KNWU-voorzitter Joop Atsma deed de Reporter-uitzending, waarin de oud-wielrenners Maarten Ducrot, Steven Rooks en Peter Winnen bekenden (vrijwel) hun hele profcarrière doping te hebben gebruikt, af als ,,een verlate kerstboodschap''. Het is gebeurd; jammer. Ze hebben het naar buiten gebracht; nog vervelender. Maar het gaat om zaken die lang geleden - in hun geval in de jaren tachtig - hebben gespeeld. Het zou niet meer van deze tijd zijn.

Het is de verdienste van samensteller Bernard Krikke dat hij drie coureurs zover heeft gekregen om de heilige zwijgplicht, de omerta, te doorbreken. Wie dat doet is 'uitgekakt' in het bedorven wereldje van list en bedrog, manipulaties en structureel liegen, dat het profwielrennen is.

Onthullend was het programma daarentegen niet. Zoals het boek 'Prikken en slikken' van oud-Festinaverzorger Willy Voet allang levende vermoedens bevestigde, zo zullen vele volgers van het cyclisme hebben bevroed dat doping werd toegepast op de wijze zoals Ducrot cs dat onder woorden brachten.

Het meest onthullende, en ook onthutsende, was de rol van professor Jacques van Rossum. Als hoofd van het dopinglaboratorium in Utrecht had hij de taak verboden stoffen op te sporen. Zijn lab had in die tijd zelfs een accreditatie van het IOC. Dezelfde Van Rossum was door PDM-ploegleider Gisbers ingehuurd om renners 'medisch' te begeleiden. Dat wil zeggen: verboden stimulerende middelen als testosteron op een dusdanig tijdstip toe te dienen dat de sporen bij een eventuele controle al zouden zijn uitgewist. De dopingjager als dopingverspreider. Zieker en cynischer kan het haast niet.

De drie oud-renners vertelden een door berouw ingegeven verhaal. Winnen kreeg het zelfs twee keer te kwaad voor de camera. Ze voelen zich erin geluisd door hun ploegleiders. Zonder het geestverruimende amfetamine te hebben geslikt, verkeerden ze in de roes van het dolgraag willen presteren. Winnen zou zijn zoontje nu niet loslaten ,,in die wildernis'', maar slikte wel testosteron om in een Tour de France, waar hij meer dood dan levend op de fiets zat, Parijs te kunnen halen. ,,Een verstandig mens zou naar huis gaan in de toestand waarin ik verkeerde.''

Topsporters zijn blind voor succes en roem en leveren zich daardoor gemakkelijk over aan kwaadwillenden, die op sluwe manier de slik- en pijngrens verleggen. Het begint met onschuldige vitaminepilletjes. Accepteert een renner die, dan is de weg naar veel zwaarder farmaceutisch geschut geopend. Wat dat betreft is het aardig om te refereren aan een enquête onder deelnemers aan de Olympische Spelen van Atlanta, in 1996. Vrijwel iedereen verklaarde tien jaar van zijn leven te willen inruilen voor een gouden medaille.

Topsporters leven in een waanwereld, die verreweg de meeste betrokkenen ten koste van alles in stand willen houden. De omerta heeft sterk mafia-achtige trekjes. Winnen, die in Reporter emotioneel uitriep: ,,Ik word er zo kwaad over'' (over het onrecht dat hem als renner werd aangedaan), zei in de dagbladen van de VNU dat hij niets had bekend of opgebiecht. ,,Het programma was niet bedoeld om iets bloot te leggen. Het ging om een meer fundamentele denkwijze over doping.'' Hij had in zijn loopbaan een diepe minachting voor de dopinglijst gekregen. ,,Ik ben nooit iemand tegengekomen die mij kon verklaren waarom een product erop stond. Ik ben ook niemand tegengekomen die mij precies kon vertellen wat die middelen deden.''

Atsma - voorzitter van een bond die voorop loopt met de bestrijding van doping - rechtvaardigt zijn uitspraak van de verlate kerstboodschap door te wijzen op de structurele maatregelen die de UCI neemt om het kwaad van doping uit te bannen. De gezondheidscontroles, waarmee nota bene de renners instemden, zouden daarvan getuigen.

Die 'arme' renners moesten wel, vanwege de geloofwaardigheid. Maar van hun definitie van doping is nog steeds geen tweede, gewijzigde druk verschenen: 'Alles wat niet opgespoord kan worden, is geen doping. Wie niet betrapt wordt, is niet positief.' Ducrot in Reporter: ,,Alles is gericht op de lijst. Je mag alles doen wat God verboden heeft, als je maar niet over de grens heen gaat.'' Dat verklaart dat de (ex-)ploegleiders Post, Raas en Gisbers wederom hun handen in onschuld wassen en dat zelfs Gert-Jan Theunisse blijft volhouden dat het hoge testosterongehalte in zijn lichaam biologisch is bepaald, en niet farmaceutisch. Het bewijs van het tegendeel ten spijt.

In de jaren negentig is er niets veranderd. De Italiaanse 'uitvinder' van Epo, Conconi (óók lid van de medische commissie van de UCI), blijkt in 1994 en '95 onder andere Marco Pantani stelselmatig synthetische bloeddoping te hebben toegediend. Steeds meer rijzen er ook twijfels over het onafhankelijke onderzoek dat een commissie van drie wijze mannen, waaronder twee hoogleraren geneeskunde, in de 'zaak' Dekker deed. Het te hoge hematocriet, dat Dekker het WK kostte, zou veroorzaakt zijn doordat een stuwband te lang de arm beknelde. Veel artsen moeten om die theorie lachen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden