Doorleven na het slechte nieuws

Landschap waar de tsunami van 2004 huishield, een ramp waaraan Carrÿre's kinderen door toeval ontkwamen, omdat ze die dag afzagen van hun zwempartijtje. (ANP )

Ziekte, dood en rouw zijn thema’s waar een schrijver zich snel aan vertilt. Zo niet de Fransman Carrère, die andermans tragische lot

Weinig auteurs zitten het leven zo dicht op de huid als Emmanuel Carrère. Maar hoewel hij doorgaans uitgebreid onderzoek pleegt alvorens zich aan de computer te zetten, schrijft hij geen veredelde journalistieke reportages. Wat hij probeert te vangen, is het verhaal achter de gebeurtenissen. Hij buigt zich over levens waarmee het is misgegaan, zoekt het moment waarop de noodlottige omslag plaatsvond, en vraagt zich af hoe het is om over de rand van het normale bestaan te worden geduwd. Het heeft Carrère herhaaldelijk het verwijt opgeleverd dat hij een voorkeur heeft voor macabere onderwerpen.

Dat was tenminste het geval bij zijn bekendste boek, ’De tegenstander’, over de Fransman Jean-Claude Romand. Jarenlang had deze beweerd dat hij afgestudeerd arts was, en een hoge piet bij de Wereldgezondheidsorganisatie in Genève. Zijn vrienden, zijn ouders, zelfs zijn echtgenote koesterden geen spoor van twijfel, maar toen de waarheid dreigde uit te komen, doodde hij ’s ochtends zijn vrouw en kinderen, ging bij zijn ouders lunchen, schoot hen dood, probeerde zijn minnares te vermoorden, en deed later, midden in de nacht, een halfhartige zelfmoordpoging in zijn huis, dat hij in brand had gestoken.

Een sensationeel verhaal, waar de Franse kranten maandenlang vol van stonden. Carrère zocht nog vóór het proces contact met Romand, en won diens vertrouwen. Het mysterie van Romands leven kon ook Carrère niet oplossen, wel kroop hij zozeer in de huid van zijn verknipte personage dat hij er aan het slot van zijn onderzoek lichamelijke klachten aan overhield.

Ook het nieuwe boek van Carrère, ’Andere levens dan het mijne’, gaat over tragische gebeurtenissen, maar ditmaal worden ze niet door een mens veroorzaakt. Op 26 december 2004 was de schrijver met zijn vriendin en kinderen op Sri Lanka getuige van de tsunami, waaraan zijn kinderen enkel ontkwamen doordat ze die dag besloten hadden hun zwempartijtje over te slaan.

Anderen waren minder gelukkig. Een jong echtpaar met wie Carrère en zijn vriendin een vakantievriendschap hadden gesloten, verloor hun dochtertje Juliette. De opa van Juliette, die het gezin op reis vergezelde, moet het de ouders vertellen: „Hij liep op hen af, hij wist dat dit hun laatste seconden van geluk waren.”

Over die ramp en het verdriet van het ouderpaar, maar vooral ook over de manier waarop zij leerden ermee te leven, gaat het eerste gedeelte van dit boek. Het is Carrère in grote vorm: vol mededogen en inlevingsvermogen, zichzelf vaak niet sparend en, dankzij de geweldige precieze formuleringen, volstrekt onsentimenteel.

Nog veel beter is het tweede deel van het boek, dat enkele maanden later speelt. Bij de 33-jarige Juliette, de zuster van Carrère’s vriendin, rechter in het burgerlijke stadje Vienne, keert de kanker terug die jaren eerder met succes bestreden was. Carrère raakt vervuld van bewondering voor de moed en luciditeit waarmee Juliette haar dood onder ogen ziet.

Aan haar eerste kanker heeft ze een mank been overgehouden, en ze trouwde met een jonge striptekenaar die haar in een museum de trap op droeg. Hij was ingoed, weinig ambitieus, en werd haar grote liefde zoals zij dat werd voor hem, met een eenvoudige vanzelfsprekendheid die de bewondering wekt van Carrère, zelf naar eigen zeggen iemand met een vrij uitvoerige gebruiksaanwijzing.

Op de rechtbank werkte Juliette voorbeeldig samen met een andere voormalige kankerpatiënt, die net als zij mank uit zijn ziekte tevoorschijn is gekomen, en die haar tegenover Carrère omschrijft als ’een groot rechter’. Deze Etienne zet Carrère ertoe aan het relaas te schrijven van Juliette’s korte maar gevulde leven, en vooral „over de eerste nacht wanneer je alleen in het ziekenhuis doorbrengt wanneer je net te horen hebt gekregen dat je ernstig ziek bent. () Er is er minstens één die het tegen je zegt: welkom in de club.”

Dat verhaal wil Etienne, als ervaringsdeskundige, graag aan Carrère uitleggen, en ook waarom het rechterschap van Juliette van zo grote betekenis was. Het leidt tot uiteenzettingen over de Franse rechterlijke macht die spannender zijn dan menige misdaadroman.

Het boek is te rijk om in het beknopte bestek van deze recensie aan alles recht te kunnen doen. Dood, ziekte, moed, ouderliefde, rechtvaardigheid, de morele schoonheid van het ontbreken van pretentie, vormen de ingrediënten van de twee tragedies. Maar al deze voor een schrijver doorgaans doodhachelijke onderwerpen worden door Carrère zonder sentimentaliteit of clichés, met een vanzelfsprekend vakmanschap aan de orde gesteld. En dat laat je niet onberoerd.

Dit nieuwe boek reikt daardoor verder dan een hommage aan de twee overleden Juliettes: het is een met raffinement gecomponeerde ode aan het ongekunstelde, aan moed en integriteit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden