Doorgaan, ook bij tegenwind

Leonard Geluk vertrekt als wethouder onderwijs en jeugd in Rotterdam, maar met geheven hoofd. (FOTO'S PATRICK POST)

Na een politiek conflict verlaat de spraakmakende onderwijswethouder Leonard Geluk de Rotterdamse politiek. Daarmee verliest het CDA een van zijn weinige echte grotestads-bestuurders. ‘Een kind in Spangen begint al op achterstand.’

Leonard Geluk gooit graag een steen in de vijver. Hij dreigde mannen die een tienermeisje zwanger maken en vervolgens weglopen met de ‘papatax’, een belastingheffing voor de opvoedkosten van het kind. Bij witte en zwarte scholen stelde hij een dubbele wachtlijst voor om de klassen gemengd te krijgen. En hij was aartsvader van het elektronisch kinddossier, dat ook door politie, justitie en jeugdzorg ingekeken mocht worden om tijdig risicosituaties op het spoor te komen.

De papatax strandde op de privacywetgeving: een tienermoeder kan niet worden verplicht de naam van de vader te onthullen. De Onderwijsraad keurde de dubbele wachtlijst af omdat het zou neerkomen op discriminatie. En een voor justitie toegankelijk elektronisch kinddossier stuitte op een veto van artsenorganisatie KNMG en jeugdminister Rouvoet.

Maar het aantal Rotterdamse tienermoeders is sindsdien gehalveerd en de ondersteuning flink verbeterd. Overal in de stad ontstaan initiatieven van witte ouders om hun kinderen samen op de zwarte buurtschool te doen. En het elektronisch kinddossier komt er, zonder toegang voor politie of justitie, maar mèt alarmbel als het rond een kind misgaat. „Bij sommige onderwerpen kies je ervoor een steen in de vijver te gooien omdat je in de rimpeling een verbetering ziet”, zegt een tevreden wethouder. „Om dossiers de goeie kant op te duwen moet je dingen wel eens wat steviger poneren.”

Had uw eigen fractie dat wel door?

„Ik dacht dat ze het snapten. In de politiek, ook in de gemeentepolitiek, wordt erg veel gereageerd op beelden. Terwijl het mij erom ging de achtergronden van bepaalde problemen aan de orde te stellen.”

Het is een late dinsdagmiddag in het Rotterdamse stadhuis en de secretaresse steekt haar hoofd om de deur om een prettige avond te wensen. Later brengt de bode een warme prak uit het stadhuisrestaurant. Na het interview moet Geluk direct door naar het Nieuwe Luxortheater op de Kop van Zuid voor een avondje naar de opera met zijn vrouw. De vertrekkend onderwijswethouder (39) kijkt er wat moeilijk bij. Opera is niet zijn ding. Werktuigelijk zal hij even later het eten naar binnenwerken, zijn concentratie is bij het gesprek.

Juist die ferme standpunten brachten Geluk dit voorjaar in harde aanvaring met zijn eigen CDA-gemeenteraadsfractie. De fractie vertegenwoordigt de linkervleugel van het CDA en had principiële moeite met zijn vaak normatieve standpunten. Ook kreeg Geluk het verwijt dat hij te weinig met de fractie overlegde. Na een week fel onderhandelen werd de vrede getekend. Geluk beloofde beterschap op communicatief vlak. Maar hij bleef pal staan voor zijn stevige beleid op het gebied van onderwijs en opvoeding. Het past bij zijn opvattingen over politiek: een politicus moet ook tegendraadse standpunten in durven nemen als hij overtuigd is van de juistheid ervan. „In deze tijd is er in Nederland behoefte aan bestuurders met een duidelijke visie, die een stipje aan de horizon zetten. Er is grote behoefte aan authenticiteit, niet met alle winden meewaaien.”

Zo'n politicus inspireerde hem om ooit politiek actief te worden. Diep onder de indruk was de tiener Leonard Geluk toen hij op televisie zag hoe premier Ruud Lubbers in 1985 plaatsing van Amerikaanse kernraketten verdedigde voor duizenden vredesactivisten in de Haagse Houtrusthallen die hem demonstratief de rug toekeerden. Prompt sloot hij zich – „ook omdat ik geen sportclubman was” – bij de Rotterdamse afdeling van het CDJA aan. „Ik wil niet teveel parallellen trekken tussen Ruud Lubbers en mijzelf”, aarzelt hij, „maar wat ik er als politicus van heb geleerd is: Sta voor je zaak en doorzetten, ook als je tegenwind krijgt. ”

Diezelfde Lubbers was een van de partijgenoten die Geluk tijdens de wethouderscrisis dit voorjaar een hart onder de riem staken, vertelt hij. „Ik zeg niet: ik had het niet willen missen. Ik had het graag willen missen, dat hele gebeuren. Maar uiteindelijk is het wel een hele bijzondere episode in mijn politieke loopbaan geweest. Politicus is een heel eenzaam beroep: mensen vinden van alles van je, waardering krijg je mondjesmaat. Ik heb als wethouder de afgelopen jaren niet heel veel publieke steun gehad. Ik heb vaak m’n nek uitgestoken. Nu kwam er iedere halve minuut of minuut via de mail of sms een steunbetuiging binnen, ook massaal vanuit het land. Binnen een paar uur stond er een ongelooflijk positieve steunbetuiging op de website van Leefbaar Rotterdam (de grootste oppositiepartij, red). Ik had een afspraak in café Dudok, hier vlakbij. Op die driehonderd meter ben ik vijf keer aangesproken door wildvreemden die vroegen wat er aan de hand was en zeiden: we steunen je. Het voelde een beetje zoals de toespraken bij je begrafenis: wat een geweldige vent was dat. Ik heb het ervaren als een enorme steun. Wat ik heb gedaan is niet marginaal, het is gezien en gewaardeerd.”

Het sterkte hem om aan te blijven toen zijn fractie het vertrouwen in hem opzegde. Nu, drie maanden later, vertrekt hij alsnog door de voordeur. Hij wordt per september voorzitter van het College van Bestuur van ROC Midden-Nederland. „De tweede transfer van Rotterdam naar Utrecht in korte tijd”, grapt Geluk, fanatiek Sparta-supporter, zinspelend op de overgang van Spartatrainer Foeke Booij naar ‘de FC’. Hij blijft wel met z’n gezin in Rotterdam wonen. „We zijn echt een Rotterdams gezin. Ik ben wel van plan een aantal keren 24 uur Utrecht in te trekken om de stad onder de knie te krijgen. Ik heb me altijd geërgerd aan ambtenaren die in Rotterdam werken maar niet het verschil weten tussen Spangen en Hillegersberg (een arme en een rijke wijk, red). Ik wil ook weten hoe het in Kanaleneiland is.”

Hij groeide op in een gereformeerde-bondsgezin in Krimpen aan den IJssel, een orthodox-protestantse enclave onder de rook van Rotterdam. Tot de Erasmusuniversiteit volgde hij reformatorisch onderwijs. In de loop der jaren is hij dat zwartekousenmilieu ontgroeid, maar het bijzonder onderwijs draagt hij nog steeds een warm hart toe, ook het islamitisch onderwijs.

Islamitische scholen en organisaties kunnen een gevangenis van achterstand worden, waarschuwde uw premier Balkenende enkele jaren terug.

„Ik ben het erg eens met die uitspraak. Het protestantse en katholieke onderwijs zijn voorgekomen uit de emancipatiebehoefte: via onderwijs moeten onze kinderen een stap verder maken, de ‘kleine luyden’ moeten middenklasse worden. In de islamitische gemeenschap kan dat nog twee kanten uit. Of islamitisch onderwijs kan een opstap zijn naar emancipatie. Dan valt het toe te juichen. Of het wordt een zuil van achterstand, een isolement van armoedecultuur en taalachterstand. Mijn grondgevoel in Rotterdam is dat het meer de kant uitgaat van emancipatie dan van achterstand. Ook onder moslims hier is de leidende gedachte: onze kinderen moeten verder komen dan wij. Wel zie je dat veel moslimouders vooral meisjes naar islamitische scholen sturen, om ze te beschermen. Hun idee is dat het heel moeilijk is om je moslimidentiteit te behouden op een algemene school. Dat is ook de hoofdreden voor het reformatorisch onderwijs: wat op school geleerd wordt, moet in het verlengde liggen van wat je thuis leert. Ik heb zelf als ouder ontdekt dat wat je aan je kinderen leert minstens zo belangrijk is. Mijn oudste dochter zit op een openbare school waar tweetalig les wordt gegeven: in Nederlands en Engels. Ik vindt het belangrijk dat mijn dochter beter Engels leert dan haar vader.”

Sinds 2006 lag de onderwijswethouder in de clinch met de zwak presterende Ibn Ghaldounschool, tot de rechtzaal aan toe. Geluk riep zelfs ouders op hun kinderen van deze islamitische scholengemeenschap te halen. Het schoolbestuur betichtte Geluk ervan het islamitisch onderwijs tegen te werken. Hij ontkent dat stellig: „Het was een unieke situatie: een zeer zwakke school met een bestuur dat er te weinig aan deed. Je stelt zo een voorbeeld aan andere zwakke scholen. In een kwetsbare stad als Rotterdam moet het onderwijs gewoon perfect zijn. Sindsdien zie je dat bij de jaarlijkse onderwijsinspectie de zwakke scholen in Rotterdam steeds beter scoren. Uiteindelijk zit er nu bij de Ibn Ghaldoun een nieuw bestuur dat hard werkt aan verbetering van de kwaliteit.”

Als CDA’er is Geluk principieel ervoor dat ouders een school mogen kiezen die bij hen past. „Maar de vrijheid van onderwijs is begrensd door kwaliteit. Je kunt artikel 23 van de grondwet niet misbruiken om slechte scholen in stand te houden. Ik heb zelf op een uitstekende reformatorische school gezeten, Guido de Brès. Dat gun ik ieder kind in Rotterdam. Islamitisch scholen lopen wel het risico dat het mono-etnische scholen worden. Het liefst zie ik scholen gemengd, niet alleen Turkse of Marokkaanse kinderen. Al zijn er uiteraard weinig autochtonen die hun kinderen naar islamitisch onderwijs sturen. En de taalles moet perfect zijn. Als onderwijswethouder merk je dat taalbeheersing een probleem blijft. Die kloterige laatste stukjes van de Nederlandse taal, wanneer is het ‘de’, wanneer ‘het’. En taal is cruciaal om mee te doen in de Nederlandse maatschappij.”

Kent artikel 23 ook een grens in wat er geleerd wordt op zo’n school?

„Als je bijzonder onderwijs accepteert, moet je ook afwijkende opvattingen accepteren, zoals orthodox-christelijke scholen die geen homoleerkrachten willen. Dat geldt ook voor islamitische scholen. Die moeten zich wel realiseren dat ze geen kinderen opleiden voor Saoedi-Arabië.

Ik kom gelukkig op veel islamitische scholen die goed omgaan met de eis om hun kinderen voor te bereiden op een veelkleurige samenleving.”

Hij maakt zich grotere zorgen over een andere tweedeling, de ongelijke kansen van schoolkinderen om en goede start te maken.

„Ik loop in Rotterdam aan tegen de overheidswetgeving dat alles voor ieder kind hetzelfde moet zijn. We moeten ons in allerlei bochten wringen om kinderen uit achterstandsmilieus zes uur langer les te geven. Kinderen uit Blaricum of Wassenaar hebben aan 26 uur les misschien genoeg om hun talent te ontwikkelen. Kinderen uit Spangen hebben daar meer tijd voor nodig.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden