Doorbetaald vrij op Bevrijdingsdag

Het Nationaal Comité 4 en 5 mei vindt dat Bevrijdingsdag voor iedereen een vrije dag moet worden. De discussie over zulk betaald verlof speelt al sinds de eerste feestelijke herdenking.

De herdenking van een jaar bevrijding op 5 mei 1946 verdeelde Nederland al onmiddellijk in kampen. Die bewuste vijfde mei was een zondag en voor het streng christelijke deel van de bevolking was feestgedruis op de dag des heren volstrekt onacceptabel. Uitwijken naar de zaterdag leek misschien een optie, maar vieringen moesten dan toch vooral in de middaguren plaatsvinden. Op zaterdagmorgen werd namelijk nog gewerkt. Een ochtendje vrijaf was vanwege "het grote nationale belang" ondenkbaar, vond Willem Drees, toen nog bewindsman op Sociale Zaken, in de ministerraad. Een land in wederopbouw en verstrikt in een kostbaar koloniaal conflict kon zich zo veel luxe niet permitteren.

Verschillende delen van Nederland waren in 1944 en 1945 op verschillende momenten bevrijd. Maar de 5e mei van het laatstgenoemde jaar vormde echt dé mijlpaal op weg naar de herwonnen vrijheid. In Wageningen startten de onderhandelingen met de Duitsers over de voorwaarden van de capitulatie. Koningin Wilhelmina sprak haar onderdanen toe via Radio Herrijzend Nederland: "Eindelijk zijn we weer baas op eigen erf en aan eigen haard." Oorlogspremier Pieter Sjoerds Gerbrandy gebruikte Radio Oranje als spreekbuis: "Volk van Nederland: gij zijt vrij." Alleen Indië was nog altijd bezet door de Japanners. Daar zou de Tweede Wereldoorlog nog drie maanden langer duren.

Gerbrandy's opvolger Willem Schermerhorn opperde het idee voor een jaarlijks terugkerende nationale herdenking op 5 mei. Middelpunt van de eerste viering was 'Het spel der bevrijding' in een vol Olympisch Stadion in Amsterdam, vanwege de zondagsperikelen op zaterdag 4 mei. Op 31 augustus 1945, de eerste verjaardag van koningin Wilhemina terug in het vaderland, was al een soortgelijk spektakel georganiseerd, ook onder verantwoordelijkheid van schrijver A. den Doolaard en regisseur Carel Briels.

In de jaren daarna leek de behoefte aan Bevrijdingsdag terug te lopen. Dodenherdenking leefde veel sterker. Wat ook niet hielp was dat Nederlanders van diverse gezindten andere ideeën hadden over de invulling van de 5e mei. Binnen en buiten Den Haag werden verhitte debatten gevoerd.

Een hele dag vrij bleef ondenkbaar. In 1949 werd een doorbetaalde vrije middag ingevoerd, maar Drees, inmiddels premier, schafte die in 1954 weer af. De verjaardag van de nieuwe koningin Juliana, op 30 april, werd daarvoor dankbaar aangegrepen. Twee grote feesten in een week tijd was een beetje te veel van het goede.

Negen literaire tijdschriften kwamen dat jaar met een gezamenlijk themanummer onder de titel 'Nationale snipperdag'. "Het is duidelijk. Over een generatie zal ook de laatste rest van een bevrijdingsfeest zijn verdwenen", concludeerde schrijver Harry Mulisch. Dat lag volgens hem ook aan een volk dat er maar niet slaagde om van een dag vrij een dag feest te maken.

In de decennia daarna nam de interesse in de oorlog en zelfs in de vermaledijde 5e mei toe. De herdenkingen op 4 en 5 mei 1980, veertig jaar na de Duitse inval en 35 jaar na de bevrijding, trokken volop belangstelling. Minister-president Dries van Agt (CDA) zei op tv dat 5 mei weer helemaal "in de harten van mensen" was gekomen.

De Stichting Samenwerkend Verzet brak een lans voor een jaarlijks gevierde Bevrijdingsdag. Dat deed recht aan het historische belang van de datum, gaf ook de Dodenherdenking meer cachet en liet het Nederlandse volk nog eens het belang van democratische waarden inzien.

Wim Meijer, Tweede Kamerlid voor de PvdA, diende een motie in om van 5 mei een nationale feestdag te maken. Het voorstel kreeg de steun van de hele Kamer. Betaald vrij was een brug te ver. Wie 5 mei wilde vieren, kon een dag snipperen, zei Van Agt. In tijden van crisis konden werkgevers niet met de lasten van zo'n extra dag worden opgezadeld. De suggestie om een van de christelijke feestdagen te schrappen, bijvoorbeeld Tweede Pinksterdag, stuitte op een veto van de confessionele partijen, het CDA voorop.

Voor ambtenaren kon nog wel wat worden geregeld. Overheidspersoneel en onderwijs kregen voortaan op 5 mei vrij. Bedrijfstakken konden het naar believen opnemen in de cao. Maar dat gebeurde weinig.

De voorlaatste grote poging om het onderwerp op de agenda te zetten dateert van vier jaar geleden. Die kwam uit PvdA-hoek. De toenmalige politiek leider van de partij, Job Cohen, pleitte op 5 mei voor een jaarlijks terugkerende betaalde vrije dag. Cohens betrokkenheid bij het thema staat buiten kijf.

Dat het ook campagnetijd was (de verkiezingen voor de Tweede Kamer werden een maand later gehouden) zal hem nog extra hebben gemotiveerd.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden