Doorademen, zo luidt het parool nu in de coalitie

De zeeën gaan hoog in de coalitie. Het ging al vaker mis tussen CDA en PvdA. Halen ook Balkenende en Bos de eindstreep niet?

Gaat het kabinet-Balkenende/Bos deel uitmaken van de reeks repeterende breuken die de samenwerking tussen CDA en PvdA kenmerkt of zit het toch nog de rit uit? Na de week van Davids lijkt de geschiedenis zich te gaan herhalen, zo hoog is het wantrouwen tussen de oude mastodonten in de Nederlandse politiek weer opgetast.

De spanning is om te snijden, maar aan beide zijden brak deze week ook het realistische inzicht door dat een breuk in de samenwerking op dit moment allesbehalve wenselijk is. Er ligt een bezuinigingsopgave die urgent is en het politieke krachtenveld heeft nog het meeste weg van een casino. Een kabinetscrisis leidt daarom tot ongewisse winst- en verliesrekeningen voor beide partijen. De uitkomst van vervroegde Kamerverkiezingen over, zeg, drie maanden is volkomen onvoorspelbaar.

„Je kunt ons veel eigenschappen toedichten, mooie en minder mooie, maar we zijn geen gokkers”, zegt het CDA-Kamerlid Jan Schinkelshoek, een oude rot in de christen-democratische gelederen. De inzet is dus doorgaan met de coalitie. Maar dat vereist een grote dosis zelfbeheersing en koelbloedigheid in deze dagen. Bij de komende gemeenteraadsverkiezingen staat al veel op het spel voor beide partijen, die hun wortels hebben in de lokale politiek.

De socialisten legden de basis voor hun rol in de Nederlandse politiek in de grote steden. Dankzij de eigen inkomsten uit gas en elektriciteit konden rode wethouders als Drees, Wibaut, Polak en De Miranda vanaf de jaren twintig van de vorige eeuw een sociale politieke voeren en zich uitleven in stedebouwkundige projecten. Een breuk met die lange traditie van wethouderssocialisme is een nachtmerrie voor elke sociaal-democraat.

De wortels van de christen-democratie liggen vooral op het platteland. De lokale bestuurders zijn ook bij het CDA de ruggengraat van de partij, niet zo sexy and punchy weliswaar, meer de onvermoeibare sjouwers, wat praktischer en aardser ingesteld dan de rode dromers én eerder zoekend naar compromissen.

Het gaat dus wel ergens om op 3 maart. De uitslag zal ook een weerslag hebben op de nationale politiek. Dat verklaart de spanning in Den Haag. Daarbij komt dat samenwerken altijd moeizaam gaat tussen deze grootmachten in de Nederlandse politiek, die gemeen hebben dat ze allebei ’iets willen met de samenleving’. De voortrekkersrol die zij in de vorige eeuw speelden in de emancipatie van de kleine luyden, de katholieken en de arbeiders zit nog diep in de genen. Het maakt hen tot rivalen, terwijl het hen samen onderscheidt van de liberalen, die slechts de belangen van de elite hebben te verdedigen en altijd wel met een bitterbal en een glas in de hand tot soepele samenwerking bereid zijn.

Het ligt dus niet voor de hand dat CDA en PvdA elkaar al te makkelijk loslaten, in het politieke casino waar de PVV van Wilders aan de winnende hand aan de speeltafel zit en waar buiten een gure economische wind waait. CDA en PvdA kennen de oude wet van het Binnenhof: Wie de glazen breekt, betaalt.

In dat licht blijft het opmerkelijk dat de PvdA-fractie van Marriëtte Hamer hoog spel heeft gespeeld in de nasleep van het gevoelige Irak-rapport van de commissie-Davids. De PvdA beschouwde de uitkomsten als een overwinning en wreef dat de premier diep in. Het CDA op zijn beurt was verontwaardigd over het beeld van David en Goliath als metafoor van goed versus kwaad, waarmee Davids bij zijn presentatie de toon zette. Bij Balkenende gingen alle stekels meteen overeind staan. Het leverde een hectische politiek week op, waarin de premier zijn eerste reactie op het rapport van de PvdA-fractie moest overdoen onder druk van een dreigende kabinetscrisis.

Ook na de ’nieuwe start’ van de premier, met een aangepaste reactie, leek de PvdA niet van plan olie op de golven te gooien. Partijleider en vicepremier Wouter Bos waarschuwde afgelopen weekeinde dat het nog een hele klus zal worden na al dit gesteggel in het kabinet om een degelijke, inhoudelijke reactie te schrijven, als aanzet voor de Kamerdebatten volgende maand. Steeds meer ontstond het beeld dat CDA en ChristenUnie in de kwestie Irak tegenover de PvdA kwamen te staan. Intussen was de sfeer er ook niet naar om een akkoord te sluiten over de toekomst van de Nederlandse troepen in Afghanistan, na 2010.

De oppositiefracties SP, GroenLinks en D66 hebben uiteraard de messen geslepen om het kabinet ten val te brengen over de kwestie-Irak. Zij kijken met ongeloof naar de scherpe koers van de PvdA. SP’er Harry van Bommel juicht die toe, maar vraagt zich af hoelang de PvdA de spanning in de coalitie kan blijven opvoeren. Van Bommel: „De PvdA ziet dit blijkbaar als de gouden kip die geslacht kan worden en blijven cashen op Irak. Hoelang accepteert het CDA dat?”

En in de CDA-fractie? Raken ze daar niet gevaarlijk zwaar getergd door de scherpslijperij van de coalitiegenoot ten aanzien van Irak én Afghanistan? Schinkelshoek bezweert dat de kruik bij hem nog niet op barsten staat. „Als iedereen rustig blijft ademhalen, en volgens mij kan dat, kan de coalitie gewoon verder.”

Ook anderen in de fractie vinden dat de kwestie-Irak niet hoger hoeft op te lopen. Het CDA beseft dat de PvdA in het vraagstuk van de volkenrechtelijke legitimatie van de oorlog ’nu eenmaal een andere geschiedenis heeft dan wij’. Over dat volkenrechtelijk mandaat waren en blijven PvdA en CDA het oneens. Maar waarom zou daarmee niet te leven zijn in de huidige coalitie?

Maar het begrip moet wel van twee kanten komen. De PvdA moet nu zeven jaar later niet alsnog van het CDA verwachten dat daar een nederig mea culpa klinkt over de keuzedie Balkenende en toenmalig minister van buitenlandse zaken, De Hoop Scheffer, samen met de VVD maakten. De later zo omstreden Nederlandse positie werd destijds op integere gronden ingenomen.

In het huidige regeerakkoord is een pikant zinnetje opgenomen, waarin het CDA al iets heeft toegegeven. Daarin staat: „Een adequaat volkenrechtelijk mandaat is vereist bij deelname aan missies met inzet van Nederlandse militairen”. Dat is er niet voor niets ingezet, tijdens de formatieonderhandelingen in het Friese Beetsterzwaag. Het CDA besefte toen dat het moest gaan regeren met een PvdA die anders aan keek tegen het toen genomen besluit.

Op het punt van de door Davids veronderstelde onjuiste informatie aan de Tweede Kamer in 2003 verwachten CDA-Kamerleden geen ruzie met de coalitiepartner. Maar politiek gevoelig kan de vraag worden of er alsnog een parlementaire enquête moet worden gehouden. Als die er komt moeten politici uit die tijd zich onderwerpen aan een hoorzitting waarbij zij onder ede staan.

Maar, redeneert het CDA, Davids heeft vastgesteld dat zijn commissie ’alles’ heeft onderzocht. Waarom zou de PvdA dan nog een enquête willen? Juist de PvdA prees Davids werk als een ’toponderzoek’.

Op weg naar besluiten over Uruzgan en later de megabezuinigingen is het een kwestie van rustig doorademen en verder regeren, bezweren de christendemocraten tegen hun coalitiepartner. Eén van hen, Van Haersma Buma houdt in de wandelgangen de moed er in: „Het zal allemaal wel meevallen. Er liggen twee gevoelige kwestie op buitenlands terrein. Maar we moeten niet vergeten dat dit kabinet, bij de huidige economische crisis, voor een groter geheel staat”.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden