Langs de Grens

Door Little Berlin loopt nog steeds een scheidslijn

Beeld Hollandse Hoogte / Contrasto srl Agenzia fotogiornalistica

Op zijn tocht langs de oude Duitse grens is Erik van Zwam beland Mödlareuth. Een dorpje met vijftig inwoners, waar ook een heuse Muur heeft gestaan. In de aanloop naar de verkiezing van een nieuwe bondskanselier maakt Trouw een serie over de kracht en zwakte van de Duitse economie. Vandaag deel 6: Mödlareuth

'Little Berlin', zo noemde George Bush in 1983 Mödlareuth. Hij was nog vicepresident onder Ronald Reagan en zou hem een paar jaar later opvolgen. De Koude Oorlog woedde nog in volle hevigheid. Het dorp Mödlareuth lag aan het einde van de westelijke wereld in een uithoek tegen wat toen nog Tsjecho-Slowakije was.

Het dorpje met vijftig inwoners had net als Berlijn een echte muur die de gemeenschap in tweeën deelde. In de DDR woonden dertig dorpelingen en in de Bondsrepubliek twintig. De scheidslijn was het midden van de Tannbach, een beekje van nog geen meter breed. Aan de oostkant daarvan begonnen de mannen van partijleider Erich Honecker vanaf 1952 aan een van hout gemaakte muur te bouwen, later van prikkeldraad en vanaf 1966 van beton. Een muur van 3,30 meter hoog, zodat gezins- en familieleden aan weerszijden elkaar niet meer in de ogen konden kijken.

De Muur van Mödlareuth viel een half jaar na de Muur van Berlijn. Nu, bijna 28 jaar later, is het dorp nog steeds in twee delen gesplitst. Er wonen 32 bewoners in Mödlareuth-Oost en 16 aan de westkant van de Tannbach. Oost hoort bij het bondsland Thüringen en bij de gemeente Gefell (2500 inwoners), West hoort bij Beieren en het stadje Töpen (1050 inwoners). Mödlareuth heeft dus twee burgemeesters, twee verschillende postcodes, twee postbodes, twee verschillende kentekenplaten en een gedeelde Tannbach.

De scheiding is een oude geschiedenis. In 1810 werd met het leggen van een grenssteen de afscheiding tussen het vorstendom Reuß - het latere Thüringen - en het koninkrijk Beieren gemarkeerd. Ook de Amerikanen en de Sovjets maakten van het beekje de grens tussen de vrije kapitalistische wereld en het communisme. "Die scheiding is onomkeerbaar", zegt Robert Lebegern, directeur van het Deutsch-Deutsches Museum in Mödlareuth waar de verschrikking van de Muur levend wordt gehouden voor de toekomst. "Het dorp is één. De bewoners voelen zich in de eerste plaats Mödlareuther. Maar daarna is er toch een scheiding der geesten. Je komt uit Beieren óf uit Thüringen en dat hoor je zelfs aan de tongval."

De tekst loopt door onder de afbeelding

Beeld RV

Jaarlijks trekt het museum 90.000 bezoekers en dat aantal stijgt. In het dal omringd door glooiende groene heuvels, akkers en velden ligt het dorp en het beekje. Hooi wordt machinaal gemaaid en in balen op het land achtergelaten. De oude boerderijen liggen in de zinderende hitte om de Tannbach. De dorpsbewoners bewerken hun akkers. Ze rijden af en aan op hun tractoren en landbouwmachines. De Muur, die er nog voor een deel staat, laat hun koud. Het land moet bewerkt worden om daarna te kunnen oogsten.

Het enige hotel-café-restaurant in het dorp is Gasthaus Zum Grenzgänger. Dat serveert broodjes curryworst, schnitzels en Rosen Pils aan bezoekers. Onder de schaduw van de luifel loopt de temperatuur op. Zelfs met die toeristen is het hier buitengewoon stil waardoor het loeien van koeien opvalt.

Alles draait hier om een iets meer dan honderd meter lange hagelwitte betonnen wand, met daarachter een sperzone, dan een muur van traliewerk en daar achter wachttorens. In het westelijk deel van het dorp ligt het museum met foto's, film en verhalen over deze Muur. Het is een trekpleister. Bussenvol middelbare scholieren komen hier de geschiedenis aanschouwen.

"De tienduizenden toeristen leveren economisch voor het dorp weinig op. Een enkeling werkt hier als kassière of in het museum. Het Gasthaus verdient er wat aan, maar niemand wordt er rijk van", constateert Lebegren.

Een paar kilometer westelijk ligt Töpen, een keurig aangeharkt stadje met vrijstaande huizen en villa's met siertuinen eromheen. Burgemeester Klaus Grunzer zetelt in een gemeenschapshuis aan het centrale plein met het gebouw van de Evangelische Gemeinde en de kerk aan de overkant. Ertussen ligt een strak gemaaid grasveldje omgeven door boompjes en bankjes. Grunzer is dus ook burgemeester van Mödlareuth-West: zes families bestaande uit zestien mensen. "Mödlareuth is bekender dan Töpen door zijn geschiedenis en het museum. Het dorp krijgt veel bezoekers en soms ook hoog politiek bezoek. Het kost ons veel tijd en geld. Economisch levert het nog weinig op", constateert hij, maar Grunzer vindt het eervol om er voor de helft burgemeester van te mogen zijn.

Grunzer is sinds 2002 de burgervader van Töpen. Het is een deeltijdbaantje met slechts 1050 inwoners. Als gepensioneerd hoofd gevangenisbewaarders heeft hij alle tijd voor zijn burgemeestersambt. Töpen heeft een turbulente economische geschiedenis achter de rug na de oorlog met veel ups-and-downs. Maar per saldo is Töpen rijk.

Krimp

Iets wat niet te zeggen is van Gefell. Sinds 2009 is de 33-jarige Marcel Zapf hier burgemeester én van tien families in Mödlareuth-Oost met samen 32 inwoners. De gemeente heeft last van krimp. Zonder grote bedrijven blijft het lastig om jonge mensen vast te houden. Toch heeft Gefell nog enkele winkels aan de hoofdweg, de B2 die midden door het stadje loopt. Aan het marktplein met het lichtgroene stadhuis liggen nog diverse winkels: slagerij IMBISS, bakkerij Ronald Meijer waar een goede kop koffie slechts 1,20 euro kost, horlogezaak Ute Slansky dat ook als postagentschap fungeert, twee restaurants en een christelijke boekhandel. Vrachtwagens denderen voortdurend met behoorlijke snelheid door de stadskern. Veel rijden met boomstammen naar de houtfabriek die buiten Gefell ligt. Het houdt Gefell in leven.

De tekst loopt door onder de afbeelding

Beeld RV

Zapfs taak is de krimp van zijn stadje te keren. Sinds de hereniging daalde het inwonertal met 500. Verheugd meldt hij dat er een kleine geboortegolf is, maar of dat voldoende is? Uiteindelijk gaat het om bedrijvigheid waardoor mensen in de gemeente blijven. Gefell kent alleen maar kleine bedrijven en dat helpt niet om bewoners vast te houden. "De toeristische economie rond Mödlareuth biedt kansen. De toeristische infrastructuur is hier slecht ontwikkeld, terwijl de Muur van Mödlareuth een grote aantrekkingskracht heeft én het landschap hier erg mooi is. Mogelijkheden liggen er, maar daar moeten we dan wel iets mee doen." Zover is het nog niet.

Toen er twee Duitslanden waren hadden de bewoners van Gefell en Töpen werk aan de grens bij de politie, de douane of onderhoudswerkzaamheden voor het Sovjet- of het Amerikaanse leger. Door de val van de Muur raakten velen hun baan kwijt. Het West-Duitse Töpen zag zijn kansen.

"We hadden ineens een achterland met Oost-Duitsland en Tsjechië. Voor 1989 hield de wereld op bij de grens een paar kilometer van hier. De wegen rond Töpen vulden zich daarna weer met vrachtwagens. Het begroetingsgeld, dat Oost-Duitsers kregen in het kader van hereniging, werd ook in Töpen besteed. Het West-Duitse Lidl vestigde in 1992 hier een distributiecentrum met 180 arbeidsplaatsen als springplank naar het Oosten. Töpen lag ineens niet meer in een verre uithoek van Europa, maar er midden in." Grunzer memoreert met smaak deze goede tijden.

Rijke buurman

In het Oost-Duitse Gefell begon vanaf 1989 de trek naar het westen op zoek naar werk en een goed inkomen. Vestigingssubsidies voor bedrijven uit de voormalige Bondsrepubliek die in het Oosten aan de slag gingen, hielpen wel, volgens Zapf. Inmiddels zijn die afgebouwd. "Zapf is blij met de lage werkloosheid van 3,5 procent in zijn gemeente." Investeringsmogelijkheden heeft Gefell nauwelijks want Gefell heeft in tegenstelling tot de rijke buurman in het westen geen geld in kas. "Maar ons huishoudboekje is op orde."

Töpen kreeg vervolgens een klap te verwerken met die vestigingssubsidies uit Berlijn. In 2010 vertrok Lidl uit Töpen, verder richting het oosten. "Het was grote droefenis hier, een aderlating, 180 man op straat, zoveel gezinnen. Er kwam geen hulp van Beieren of de Duitse regering", zegt Grunzig met een lichte wrok in zijn stem. Hij stond er als burgemeester alleen voor.

De tekst loopt door onder de afbeelding

Beeld RV

Nou ja, alleen? Veertig jaar geleden begon Thomas Greim zijn biologische groothandel, Tennree in Töpen. De eenmanszaak groeide uit tot een bedrijf met 1200 werknemers. De hele regio profiteerde ervan. "Het is de grootste bio handel in Europa", zegt Grunzig trots. Tennree nam na 2010 de gebouwen van Lidl over. "Een geluk bij een ongeluk", zegt Grunzig. Zo'n geluk bij een ongeluk hadden ze in Gefell ook wel willen hebben.

In Duitsland krijgen gemeentes namelijk een percentage van de winst van bedrijven die zich op hun grond vestigen, dat heet de Gewerbesteuer. Zapf: "Kleine bedrijven leveren niet veel op, dat merken we in Gefell. Grote bedrijven als Tennree maken een gemeente als Töpen rijk." Hij zegt het zonder jaloezie. Zapf gunt het Töpen. Zo maakte één man het verschil, maar zo'n ondernemer had in de DDR geen kans gekregen.

Spookdorp

Samenwerking tussen Töpen en Gefell is er nauwelijks, behalve dan als het gaat om bestuurlijke zaken die Mödlareuth betreffen. "Door de landsgrenzen tussen Beieren en Thüringen is dat moeilijk te realiseren vanwege de verschillende regelgeving." Het is al lastig genoeg, ondanks de goede persoonlijke relaties tussen de twee burgemeesters, om het bestuur van Mödlareuth op elkaar af te stemmen. Het heeft geleid tot een gemeenschapshuis en de brandweer is voor het hele dorp geregeld. Het museum is een zaak van beide gemeenten en beide bondslanden qua financiering, maar dan houdt de samenwerking op.

Toerisme als aanjager van de lokale economieën met Mödlareuth als middelpunt zullen Töpen en Gefell ieder apart moeten doen. Kansen zien ze wel, maar er gebeurt weinig. Het museum krijgt het geld om te vernieuwen en zo de geschiedenis van Klein Berlijn levend te houden. "Mödlareuth zal geen spookdorp worden, zoals veel andere gehuchten in de omgeving, maar aan de bevolkingskrimp in de regio moet wel iets worden gedaan", zegt Lebegern van het museum.

Hij denkt aan internet. In Mödlareuth zijn Facebook, Snapchat, Twitter nauwelijks te bereiken online. De heuvels houden het zwakke signaal tegen. Zo ligt het dorp nog steeds een beetje aan het einde van Europa, maar dat heeft ook zijn charme: verplicht luisteren naar de wind en het loeien van koeien met een fabuleus uitzicht op de heuvels. Zo hoort het misschien ook op een plek waar de geschiedenis zo'n navrante rol speelde.

Lees ook de eerdere afleveringen uit deze serie:

Deel 1: Vluchtelingen in Schwerin

Deel 2: De Energiewende in Wendland

Deel 3: Wolfsburg duwt Volkswagen voorzichtig richting elektrisch

Deel 4: Ruim 800 jaar vrouwenbestuur in Quedlinburg

Deel 5: De exportindustrie in Gotha

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden