Door het warme weer komt de paddentrek nu al op gang, veel eerder dan normaal

Beeld Patrick Post

Door het warme weer is een aantal padden al wakker en dus is het nu al tijd voor de paddentrek.

Het schemert, het is rond de 7 graden en het zou volgens de weerberichten bewolkt zijn. Oftewel: het is menens voor gepensioneerd bioloog Ton Höcker (68) uit Bloemendaal. Met een reflecterend hesje aan springt hij op de fiets. Witte emmer en een zaklantaarn in zijn fietstas. “We moeten nu gaan, de padden gaan zo lopen.” Vorig jaar begon de paddentrek – de tocht naar water voor de voortplanting – pas halverwege maart. Maar door de hoge temperaturen is een aantal padden nu al uit zijn winterslaap en onderweg. “Ik moest de roosters aanpassen want vorige week moesten we in twee dagen ineens al honderd padden overzetten”, zegt Höcker.

Vierduizend padden, enkele bruine kikkers en een paar watersalamanders moeten onder toeziend oog van Höcker veilig kunnen oversteken dit seizoen. Want het verkeer kost in Nederland elk jaar tienduizenden padden het leven. “Mannetjes steken vaak nog eens extra langzaam over omdat ze vanaf de weg goed kunnen zien waar de vrouwtjes vandaan komen”, zegt Jelger Herder van Reptielen, Amfibieën en ­Vissen Onderzoek (Ravon).

Om die verkeersdoden te voorkomen coördineert Höcker de trektocht al tien jaar namens Paddenwerkgroep Duinendaal, een groep van twintig vrijwilligers. In Bloemendaal zijn nog drie andere werkgroepen die zich bekommeren om de padden. Ook de gemeente zorgt voor hulpmiddelen als tunnels en afzettingen van gaas.

Höcker stopt aan de rand van de Parkweg en gaat op zijn hurken zitten. “Ja hoor daar heb je ze”, roept hij. Zijn ogen glimmen als de ogen van de beesten die hij te hulp schiet. Onder zijn zelfgemaakte schuilplaats, een verzaagde wijnkist, zit een koppel. Het mannetje zit bovenop het vrouwtje en maakt een piepend geluid. Met een zaklamp schijnt Höcker bij. “Deze komen uit het bos en moeten de weg oversteken naar de wateren van Het Halve Maantje aan de overkant”, zegt hij.

Ton Hocker, al tien jaar coördinator van Paddenwerkgroep Duinendaal.Beeld Patrick Post

Hiervoor doet hij zes weken per jaar, eens in de week zijn coördinatietaken. Hiervoor maakt hij de roosters voor medevrijwilligers. Dat hij na dit seizoen wilde stoppen en dat hij maar geen opvolger kan vinden, het maakt even niets meer uit. Met zijn hand reikt hij naar het jonge koppel die hij net nog in zijn spotlight had gezet. De twee verdwijnen in zijn witte emmer, in de fietstas. Vervolgens steekt hij een stukje verderop de weg over en laat hij ze weer vrij. “Vanaf hier moeten ze nog zo’n zestig meter naar het water waar ze kunnen paren”, legt hij uit. Hij noteert de vondst, voor de statistieken.

Veel meer padden zijn er vanavond niet te bekennen want na de zonsondergang koelt de temperatuur rap af en het is droger dan was voorspeld. “Dan denken ze laat maar”, verklaart Höcker. Half maart volgt de piek van de paddentrek. “Dan moet je echt racen om ze allemaal op te vangen.”

Waarom hij dit doet? Höcker: “Ik liep vijftien jaar geleden over de Midden Duin en Daalseweg met mijn vrouw en de hele weg lag bezaaid met paddenlijkjes. Nou, toen dacht ik wel ik ga iets doen.”

Lees ook:

Waarom we padden alleen in het voorjaar helpen met oversteken

Als reactie op mijn natuurdagboek over padden mailt Jurrie de Vos me dat het hem altijd verbaasd heeft dat padden altijd alleen in het voorjaar worden overgezet, schrijft Koos Dijksterhuis in zijn Natuurdagboek. ‘Die beesten gaan toch ook weer terug. Is de kans dat ze dan doodgereden worden kleiner of gebeurt het in de tijd meer verspreid waardoor het minder opvalt?’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden