Door het raam naar binnen

Hoewel het grootste deel van de wereld het modernisme nog niet beleefd heeft, en in veel opzichten nog geconfronteerd wordt met pre-moderne fenomenen, is het postmodernisme een filosofische stroming die ook buiten het Westen aanhangers en volgelingen heeft, zoals de Arabische filosofen Mohammed Abid al Jabiri, Mata al Safadi en Ali al Harib.

Het is geen noviteit dat de Arabische filosofie door de westerse beïnvloed wordt. In het midden van de negende eeuw vertaalden de moslims Griekse klassieke filosofische teksten. De beroemde filosoof Ibn-Rushd, in het Westen bekend onder de naam Averroes, integreerde de islamitische traditie met de Griekse filosofie. Met behulp van de logica van Aristoteles, op wiens teksten hij vele commentaren schreef, probeerde Ibn-Rushd de Koran te interpreteren. Ook Plato's 'Staat' werd door Ibn-Rushd behandeld. Ibn-Sina (Avicenna), Al-Farabi (Alpharabius of Avennasar), Al-Razi (Rhazes) en anderen werden in de Middeleeuwen door de Grieken beïnvloed.

Sinds de Verlichting is het regel geworden dat alles wat in het Westen gebeurt, gevolgen heeft voor andere delen van de wereld. De ideeën van de moderne westerse filosofen werden onder de Arabische intellectuelen verspreid, veel filosofen werden vertaald, veel commentaren en studies over westerse filosofie werden geschreven en vaak werden de nieuwe westerse ideeën vergeleken met de ideeën van klassieke moslimfilosofen. Ondanks de bittere ervaring van het kolonialisme, en de onevenwichtige machtsstrijd tussen de westerse en de Arabische wereld, kan men dus spreken van een filosofische vriendschap.

Maar het Westen kent een andere spirituele en materiële geschiedenis dan de Arabische wereld. Sinds de vorige eeuw zijn in het Westen twee grote doden gevallen: God en de mens. De dood van God is in de tweede helft van de vorige eeuw door Nietzsche verkondigd; de dood van de mens in het midden van de jaren zestig door Michel Foucault.

Met de dood van God bedoelde Nietzsche het einde van de absolute waarheid en de transcendente waarden. Met de dood van de mens bedoelde Foucault het einde van het type denken waarin de rationele, vrije mens het middelpunt vormt. Het postmodernisme is de filosofische rouwdienst van deze grote doden.

Het Westen rekent in deze rouwdienst af met zijn eigen 'betrouwbare' 'vastgestelde' 'universele' waarheden die door het westerse modernisme zelf voortgebracht zijn. Het postmodernisme relativeert deze waarden en het idee dat de mens een autonoom, rationeel en vrij wezen is dat zelf zijn bestaan bepaalt. Niemand heeft de waarheid in pacht, wij leven in het tijdperk van interpretaties. In die zin is het postmodernisme een filosofische stroming die tegen de essentie van het modernisme ingaat, tegen de idee dat rationaliteit de basis is om de wereld te doorgronden.

Het grote wantrouwen van het postmodernisme is gebaseerd op wat er in de moderne geschiedenis van het Westen plaatsgevonden heeft: het kolonialisme, de Holocaust, de Goelag, de oorlogen. De grote verhalen van vooruitgang, rationaliteit en grote idealen zijn, volgens de postmodernisten, valse beloften die hun wortels hebben in de Verlichting.

Volgens het postmodernisme leven we in een tijdperk van kleine, zeer diverse verhalen. Niet langer één zaligmakende theorie, maar verschillende theorieën, niet één grote universele waarheid maar vele kleinschalige, locale waarheden, niet 'de mens' maar vele mensen. Het is, zoals Zygmunt Bauman zegt, het modernisme maar dan zonder de illusies.

Hoe is de situatie in de Arabische wereld, waar God nog leeft, en middels de politieke islam en de fatwa's van verschillende imams - van de grote imam Ayatollah Khomeini die in de naam van God Salman Rushdie ter dood veroordeelde tot de kleinere imams die het dragen van hoofdoekjes bij schoolmeisjes tot een goddelijke opdracht verklaren - direct in de geschiedenis ingrijpt.

In de Arabische wereld is het postmodernisme een filosofische stroming die aan de ene kant een directe confrontatie aangaat met het grote verhaal van de islam en de paradijslijke beloftes daarvan, maar aan de andere kant hand in hand loopt met de islam, waar deze zich tot een alternatief ontwikkelt tegen de totale overheersing door het Westen. De onvermijdelijke culturele invloed van het Westen, sterker geworden door de globalisering van de afgelopen decennia, maakt de vraag naar de eigen identiteit actueler. Tegenover Madonna, de Spice Girls en Janet Jackson wordt de verbeelding van Zainab en Aysha, de kleindochter en de dochter van de profeet gesteld.

Terwijl de Arabische postmodernisten afrekenen met de islam als een verhaal dat een universeel antwoord voor problemen suggereert, worden ze geconfronteerd met de imperialistische neigingen van het Westen, met name van de Verenigde Staten. Iedere strategie waarmee de Arabische wereld een betere positie zou kunnen krijgen, heeft in politieke en ideologische zin een groot verhaal nodig, dat de pogingen tot verandering een geestelijke en ideologische basis geeft. De islam is dat grote verhaal dat de noodzakelijke geestelijke kracht biedt. Op die manier wordt het postmodernisme weer met de islam vermengd.

Mohammad Abed Al Jabirie, een door Foucault beïnvloede Marokkaanse cultuurfilosoof, probeert sinds de jaren tachtig de Arabische ratio te deconstrueren, te ontleden of te ontrafelen om met de bouwstenen iets nieuws op te bouwen. Tot nu toe schreef hij hierover drie samenhangende boeken. In het eerste deel, 'De formatie van de Arabische ratio' (1984), behandelt hij de opbouw van deze ratio. In het tweede deel, 'Structuur van de Arabische ratio'(1986), worden de mechanismen van denken en het produceren van kennis bestudeerd. In het derde deel, 'Kritiek op de politieke ratio' (1990), bestudeert Al Jabirie de praktische kant van deze ratio en de manier waarop zij zich met de werkelijkheid bezighoudt. Al Jabirie komt tot de conclusie dat deze ratio niet één maar drie systemen kent om kennis te vergaren.

Als eerste noemt hij het systeem van Bayan: volgens Al Jabirie is dit het oudste systeem in de geschiedenis van het islamitische denken. Het is gebaseerd op metaforen en taalkundige interpretaties, technieken die worden ontwikkeld om de Koran te interpreteren. De Arabische taal werd als de essentie van de Koran beschouwd. Het ging in dit systeem om de heilige tekst, niet om het heelal, de natuur, de mens of de maatschappij. De Arabische retoriek ligt aan het systeem van Bayan ten grondslag. Het boek van de grote imam Al Shafiie (771-804), 'Al Risala', 'De boodschap', is de kern van dit systeem. Al Jabirie vergeleek de positie en invloed van dit boek op het Arabische denken met de positie en invloed van Descartes' boek, 'Discours de la méthode' (1637), op het moderne, westerse denken.

Het tweede systeem is dat van Erfan, een soefistische benadering van de werkelijkheid, gebaseerd op een pre-islamitische denkwijze, die de wereld in opposities verdeelt als licht-donker, innerlijk-uiterlijk, zichtbaar-onzichtbaar. De soefi's en sjiïeten zijn de meesters van dit systeem. Volgens deze benadering heeft de Koran op twee niveaus betekenis: het zichtbare niveau dat gebaseerd is op letterlijke interpretaties van de versen van de Koran, en het onzichtbare niveau dat de betekenissen in de diepte van de tekst zoekt.

Het eerste niveau is de algemene kennis van de massa, het tweede betreft de kennis van de geestelijken. Volgens Al Jabirie ligt de oorsprong van dit systeem in de oude Indische en Perzische denkwijze en religie, die door de uitbreiding van de islam naar Perzië en India in de negende eeuw de islam hebben beïnvloed.

Het derde systeem is dat van Burhan, te beschouwen als een rationele benadering van de werkelijkheid. Dit systeem is, evenals de teksten van Averroes, gebaseerd op de logica van Aristoteles. De wis- en natuurkunde en de andere natuurwetenschappen waren het product van deze logica. Dit systeem werd door filosofen en wetenschappers gehanteerd die de Griekse traditie goed kenden. Deze systemen botsten met elkaar. Uiteindelijk dolf het rationele systeem het onderspit, waardoor volgens Al Jabirie de irrationaliteit zegevierde.

Al Jabirie benadrukt dat binnen elk van de drie systemen veel variaties in ideologische interpretatie van de heilige bronnen voorkomen. In deze gedeconstrueerde analyse is Al Jabirie een postmodernistische analyticus die de diversiteit van 'de Arabische ratio' laat zien. Maar op het moment dat hij een eigen gedachtegang moet produceren, wordt hij een modernist met een groot verhaal, namelijk het verhaal van het Arabische nationalisme, dat vermengd wordt met de islam. Al Jabirie pleit voor een 'onafhankelijk Arabisch subject', dat zowel buiten het westerse als buiten het oude islamitische model functioneert, en zijn eigen geschiedenis produceert. In het creëren van dat 'onafhankelijke Arabische subject' komt de islam via het raam weer binnen, nadat hij door de postmodernistische benadering door de deur naar buiten was gezet.

De Syrische filosoof Matá al Safadi benadert het postmodernisme op vergelijkbare wijze. Al Safadi houdt zich echter niet zo zeer bezig met de islam en de ontleding daarvan, maar meer met wat hij 'het westerse beschavingsproject' noemt. Safadi kritiseert het idee van de vooruitgang, dat uiteindelijk het kolonialisme zou hebben voortgebracht.

Volgens Al Safadi heeft de Verlichting het Westen de mogelijkheid geboden om, onder het mom van vooruitgang, de grootste plundering van de geschiedenis te laten plaatsvinden. Daarnaast was dit vooruitgangsgeloof, en in zijn nieuwe vorm de Amerikanisering van de wereld, een aanval op het collectieve geheugen van de andere beschavingen.

Hobbes' idee dat mensen geen broers voor elkaar zijn, maar wolven is volgens Al Safadi de eerste mijlpaal van de westerse verbeelding van de geschiedenis. Deze geschiedenis wordt, in zijn voorstelling, beëindigd met Rousseau's sociale contract. Tussen het wolfachtige beginpunt en het harmonieuze eindpunt ligt het pact dat Faust met de duivel sloot. Een pact dat uitgaat van de idee dat kennis het instrument van de overheersing en vooruitgang is. Volgens Al Safadi is het kolonialisme, filosofisch gezien, een uitvloeisel van deze geschiedenis.

In een poging om het unieke karakter van het 'Arabische beschavingsproject' te benadrukken, betoogt Al Safadi dat de Arabische beschaving het verhaal van de vadermoord, door Sigmund Freud als de basis van de westerse beschaving beschouwd, niet kent. Volgens Al Safadi leefden de vroegere Arabieren niet in een positie waar vrouwen schaars waren, over vrouwen ontstonden geen conflicten. Sterker nog, de islam heeft met moeite kunnen afrekenen met een traditie waarin vrouwen levend werden begraven. Op dit essentiële punt, zo suggereert Al Safadi, onderscheidt het 'Arabische beschavingsproject' zich van het westerse.

Net als Al Jabirie is het postmodernisme bij Safadi tweeslachtig. Bij zijn benadering van de westerse beschaving hanteert hij een filosofische taal die past bij het deconstructivisme, maar wanneer hij het over de Arabische beschaving heeft, gebruikt hij een nationalistische taal.

De Libanese denker Ali Al Harib toont een ander gezicht van de moderne Arabische filosofie: het soefistische postmodernisme. Al Harib legt een link tussen het soefistische idee van Tawhid, 'de eenheid van het bestaan', en het postmodernistische idee van de verschillende identiteiten die binnen één persoon aanwezig zouden zijn. Tawhid duidt op een ervaring waarbij de eenheid gevoeld wordt van mens en natuur, mens en God en mens en mens. Dit houdt in dat de soefi alles wat buiten zichzelf ligt als een integraal deel van zichzelf ervaart, waarmee hij zich evenzeer identificeert als met zijn eigen lichaam. Veel meer dan een moderne westerling is hij in staat te spelen met verschillende identiteiten, na te denken over houdingen die de mens ten opzichte van de wereld kan innemen.

Het postmodernisme van Ali Harib houdt een scherpe aanval in op de opposities die het Arabische denken bepalen: de verhouding tussen de islam en het westen, tussen wij en zij, tussen de traditie en de modernen, tussen religie en secularisme, tussen vooruitgang en achteruitgang, tussen materialisme en idealisme.

De filosofie van Al Harib is geen groot verhaal in de postmodernisistische zin des woords. Geen ideologie die de levensvragen beantwoordt maar een aanpak van het leven die ervan uitgaat dat de wereld één grote vereniging van diversiteiten is, een wil tot anders-zijn. Het soefisme biedt Al Harib een mogelijkheid om morele uitspraken te doen, iets dat het postmodernisme in haar westerse variant ontbreekt. Daar wordt vaak een link gelegd tussen het postmodernisme en het einde van de moraal.

Het motto van Al Harib is van een oude Arabische soefi: “Mijn mening is juist maar kan onjuist zijn, de mening van anderen is onjuist maar kan juist zijn”. Dit is precies wat een postmodernist verstaat onder de relativiteit van de waarheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden