Door het land van skool en skoen

Kleumend en in klamme lappen, maar uiterst tevreden, wandelt Monica Wesseling van Hoog- en Bovenkarspel naar Enkhuizen.

Het miezert al dagenlang, zo'n winter anno nu. Het hoofd druilt mee en dan helpt slechts één ding: naar buiten! Nat worden, zompen in klamme lappen, moed houden en het toch leuk vinden. Licht kleumen en weer warmen; afzien om de weelde te waarderen. Naar buiten dus om meteen een van de nieuwere NS-wandelingen te proberen. Een middagmars van Hoog- en Bovenkarspel naar Enkhuizen, door het land van skoen en skool.

De treinreis brengt verbazing en gêne. Verbazing is er over de kleine ijstijd die hier, ongemerkt voor nog geen honderd kilometer zuidelijker wonende westerlingen, zich lijkt te hebben voltrokken met ijsvliezen op de sloten, sneeuwbollen op het veld en beijzelde straten tot gevolg. Lang zal dat niet duren, zelfs miezer heeft een voordeel.

Gêne omdat Bovenkarspel voor ons slechts de connotatie had van narigheid en zieke mensen. Het dorp werd immers in 1999 wereldberoemd door de uitbraak van legionella op de West-Friese Flora en slechts dat feit wist te beklijven. Onterecht! Boven Purmerend wordt het land prettig leeg, de bevolking relativerend rustig en het accent aangenaam afwijkend met skool en skoen in plaats van school en schoen. Dubbel jammer dit besmet blazoen want het doet je bijna de rijke historie van de dorpen vergeten. Beide karspels ontstonden als lintdorpen op een hoge zandrug dwars door het verraderlijk moeras dat hier dik duizend jaar geleden nog moet zijn geweest en hadden beide vrijwel van meet af aan een kerk, een kerspel. Bovenkarspel kreeg in 1364 stadsrechten en vormde samen met Grootebroek de stede Broek waar in 1403 ook Hoogkarspel zich bij aansloot. De nieuwe stad - eigenlijk meer platteland dan stad - kreeg nog geen stadsmuur om de inwoners te beschermen. Wie lang buiten de stad bleef moest dat de schout melden. Twee keer veertig dagen was toegestaan: veertig in de zomer om te zaaien, veertig in de herfst om te oogsten.

Stadse allures heeft het tweetal nog steeds niet, ook al kregen Boven- en Hoogkarpsel in de jaren zeventig een taak in de huisvesting van Randstedelingen. Nieuwbouwwijken verschenen en weldra doorkruisen we er een. Tout Hoogkarspel laat deze zondagochtend zijn hond uit, eenieder keurig gedisciplineerd getuige de volle en lege poepzakken. Het wandelpad door de lap groen tussen infrastructuur en wonen is nog volledig beijzeld dus banjeren we weldra door het natte gras. Het nog aanwezige verkeersgeluid ten spijt voelt dat meteen een beetje 'buiten'.

Die weg is even doorbijten, net als de tentoongespreide tuinbouwkwaliteiten. Het oeroude metier van zaaien, poten, verspenen, wieden en oogsten lijkt ver te zoeken; slechts zaadbedrijven als donkere blokkendozen en verlichte kassen met schoorstenen tot in de hemel 'sieren' het platteland. Tja, dat komt ervan als na een forse ruilverkaveling een gebied tot tuinbouwontwikkelingsgebied wordt benoemd. Toch wordt er gelukkig niet alleen binnen geboerd. Want onmiskenbaar hangt hier de geur van kool. Van bloemkool en broccoli, twee gewassen waaraan de streek haar roem mede ontleent, zo leert een bord ons.

De geur stemt - hoe vreemd ook - mild, net als graspad en overstapjes die volgen. Eerdere twee- en viervoeters trapten de - toen nog - modderige bodem volledig aan gort en nopen ons tot balanceren op de bevroren bulten.

We lopen over de Kadijk, de binnendijk die eeuwen geleden het net ontgonnen land tegen het oprukkende water moest beschermen. Dat ontgonnen veenmoeras bleef altijd vaarland. Omgeven door sloten, welen, stroompjes en plassen waren de weiden en akkers alleen per boot bereikbaar en werden daardoor niet intensief gebruikt. Tot de jaren zeventig; een tijd dat koning economie zegevierde. Land- en tuinbouw moesten efficiënt zijn en daarbij horen rechte, goed ontwaterde percelen. Een ruilverkaveling volgde en van het oude vaarland rest slechts natuurgebied De Weelen; zompig, rietrijk en ongestructureerd.

De druil ten spijt danst boven het riet een groepje wintermuggen - hitsige mannen die een vrouw believen - terwijl een meerkoet nestelneigingen lijkt te hebben. Even verderop is de oever 'bezaaid' met vijf zwanenmossels. Een ervan is half open zodat eindelijk eens de mossel zelf te zien is; een roze joekel van wel 15 centimeter!

Na de openheid van De Weelen en weiden rondom volgt het Streekbos, bestemd voor recreatie en dus voorzien van handige want lekker veel bezoekers bergende slingerpaadjes. Recreatie anno nu betekent óók een paviljoen en het is zowaar open. Net als de erboven gevestigde volkssterrenwacht Orion waar vier vrijwilligers staan te wachten. Ondanks ons beschamende tekort aan kennis leiden ze ons met groot enthousiasme langs oerknal, tijdreis, komeet, gaswolk en lichtjaar en tonen een wonderlijke sterrenhemel in het planetarium.

Kort daarop bereiken we Enkhuizen, de stad die dankzij de haringvissers en de handel 'op de oost en de west' glorietijden beleefde. Het roemrijk verleden en de rijkdom zijn nog steeds te zien, onder meer in het Zuiderzeemuseum. Dwalend door de stad bekijken we wal, weeshuis, waaggebouw en kapitale woonhuizen en smachten stiekem naar óók zo'n mooi historisch schip. De stad biedt beschutting voor opstekende winden, maar vertrekken zonder blik op het IJsselmeer lijkt een gotspe. Nog even staren gelijk vissersvrouwen van vroeger, 'kleumend en in klamme lappen' en toch uiterst tevreden.

NS tocht

De NS wandeltocht De Weelen- Enkhuizen gaat van NS Hoogkarpsel (of Bovenkarspel) naar Enkhuizen. Lengte 17 km (of 11 km). Route en informatie: www.eropuit.nl (in het zoekveld 'Weelen' en 'Enkhuizen' invullen)

Zuiderzeemuseum

Het buitengedeelte van het museum is tot 27 maart gesloten. Binnenmuseum met onder meer oude schepen en een tentoonstelling over de overstroming van 1916 - aanleiding voor de aanleg van de Afsluitdijk - is 's winters wel open. www.zuiderzeemuseum.nl

Sterrenwacht

De kleine volkssterrenwacht Orion, gevestigd boven horecapaviljoen IJgenweis in het Streekbos (Veilingweg 21b, 1611 BN Bovenkarspel) is elke zondagmiddag open (13-17 uur). Toegang gratis. Overige tijden op afspraak (06-48850445), euro 3,00 p.p. www.volkssterrenwachtorion.nl

Hoezo Enkhuizer Almanak?

De beroemde Enkhuizer Almanak komt van origine helemaal niet uit Enkhuizen en wordt daar pas sinds 1992 gedrukt. De almanak (de eerste verscheen in de 16de eeuw) heet zo omdat in de getijdentabel de belangrijke havenstad Enkhuizen als eerste werd genoemd. Jodenkoeken lijken wel 'Enkhuizens'. Het verhaal gaat dat de Amsterdamse bakker De Joode zo'n 100 jaar geleden het recept aan een Enkhuizense bakker leverde. Die bakt ze nog steeds.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden